Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg
Einde inhoudsopgave
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/7.2.3:7.2.3 Bedenkingen en weigeringsgronden
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/7.2.3
7.2.3 Bedenkingen en weigeringsgronden
Documentgegevens:
Mr. N. Jansen, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. N. Jansen
- JCDI
JCDI:ADS399421:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
G. Zalm, ‘Betekenis en toekomst van de algemeen-verbindendverklaring’, ESB 15 januari 1992.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Weigering van de verbindendverklaring is mogelijk indien daartoe gegronde redenen bestaan. In de parlementaire geschiedenis worden strijd met het algemeen belang en de benadeling van de rechtmatige belangen van derden genoemd als weigeringsgronden, maar deze gronden zijn niet limitatief.1 Wanneer sprake is van strijd met het algemeen belang is moeilijk op voorhand te zeggen. In het Toetsingskader AVV is hierover opgemerkt dat de minister de effecten van een bepaalde cao-afspraak of van een bepaald type cao-afspraken in het licht van de sociale en economische ontwikkeling als strijdig met het algemeen belang kan beoordelen. In de wetsgeschiedenis heeft de term ‘algemeen belang’ verschillende betekenissen. Soms wordt verwezen naar het algemeen welzijn2 en soms wordt het algemeen belang in verband gebracht met omstandigheden en ontwikkelingen van economische aard.3 Zalm verstaat onder het algemeen belang het regeringsbeleid4, maar die betekenis is er in het Toetsingskader AVV niet aan gegeven. Anders gezegd, een inhoudelijke toetsing aan het regeringsbeleid vindt niet plaats. In paragraaf 7.6 kom ik terug op het algemeen belang en de rol van het regeringsbeleid bij de beslissing tot verbindendverklaring.
De verbindendverklaring van cao-bepalingen kan ook worden geweigerd indien de belangen van derden worden benadeeld. Bij de belangen van derden gaat het zowel om de belangen van werkgevers en werknemers die binnen de werkingssfeer van de cao vallen als om die van ‘externe’ derden, van wie de belangen als gevolg van de verbindendverklaring in het geding zijn. Zo weigert de minister op deze grond bijvoorbeeld de verbindendverklaring van cao’s die qua werkingssfeer overlap vertonen. Cao-bepalingen die de markt afsluiten voor bonafide ondernemingen kunnen eveneens worden aangemerkt als bepalingen die de belangen van derden benadelen. Het gaat hierbij volgens het Toetsingskader AVV om bijvoorbeeld bepalingen over de exclusiviteit van arbodiensten, scholingsinstituten of uitzendorganisaties, maar ook om een verbod op of een te vergaande inperking van het inlenen van personeel. Fondsbepalingen komen slechts voor verbindendverklaring in aanmerking wanneer zij aan een aantal strikte vereisten voldoen.
Bedenkingen die verband houden met onvoldoende toegang tot het cao-overleg zijn geen grond om verbindendverklaring te weigeren. Hierover wordt in het Toetsingskader AVV opgemerkt dat het verloop van het cao-overleg primair een zaak van partijen is en dat belanghebbende organisaties zich tot de rechter kunnen wenden indien zij op onredelijke wijze door cao-partijen buiten het overleg worden gehouden. Zie over het recht op toelating tot het cao-overleg meer in paragrafen 6.3.3 en 6.4.2.
Een verzoek tot verbindendverklaring wordt eveneens geweigerd indien cao-bepalingen in strijd zijn met het recht. Daarbij kan worden gedacht aan bepalingen die inbreuk maken op het beginsel van gelijke behandeling of een inbreuk maken op de vrijheid van arbeidskeuze of de persoonlijke levenssfeer van een werknemer. Ook bepalingen die een inbreuk maken op de vrijheid van vereniging en collectieve actie komen volgens het Toetsingskader AVV niet voor verbindendverklaring in aanmerking. Het gaat dan concreet om bepalingen over verplicht cao-overleg dat zich beperkt tot vakbonden die partij zijn bij de cao en verplichtingen voor partijen tijdens de looptijd van de cao geen acties tegen elkaar te voeren. Dergelijke vredesplichtclausules kunnen niet aan anderen dan cao-partijen worden opgelegd.