Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.9.4:6.3.9.4 Aanbevelingen
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.9.4
6.3.9.4 Aanbevelingen
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS602991:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het begrip ‘aanmerkelijk belang’ zou ik willen uitgaan van een materieel belang van 33'/3%. Zoals door Heithuis is beschreven, doet dit meer recht aan de verlengstuk-gedachte op basis waarvan de aanmerkelijkbelanghouder als een ondernemer wordt beschouwd. In dit verband zou voor een materieel criterium kunnen worden aangesloten bij het begrip ‘belang’, dat een rol speelt in verschillende verbondenheidsbegrippen in de Wet VPB 1969. Zoals ik hiervoor in paragraaf 6.3.6 heb verdedigd, zouden hierbij de volgende contouren kunnen gelden:
Er geldt een materieel-economische benadering, waarbij met name belang wordt gehecht aan feitelijke organisatorische en economische verbondenheid. Dat wil zeggen, dat overheersende zeggenschap en een beleidsbepalende invloed wordt uitgeoefend op een lichaam. Niet alleen een aandelenbelang vormt een ‘belang’, maar ook andere rechten, zoals zeggenschapsrechten en schuldeisersbelangen, en deelname aan de leiding.
Ten aanzien van een aandelenvennootschap wordt een ‘belang’ aanwezig geacht bij het bezit van 33'/3% van de aandelen in het geplaatste kapitaal en de daaraan verbonden stemrechten.
De belangen gehouden door de echtgenoot, de geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’, kinderen en kinderen van de levensgezel worden meegeteld bij de beoordeling van het verbondenheidsvermoeden;
Bovengenoemde veronderstelling van de aanwezigheid van een ‘belang’ op basis van een aandelenbezit dient om duidelijkheid te bieden in ‘standaardsituaties’ ten aanzien van aandelenvennootschappen, waarin bijvoorbeeld geen sprake is van zeggenschap op basis van overeenkomsten en alleen een aandelenband bestaat. In verband met de antiontgaansfunctie staat de feitelijke, materieel-economische benadering echter voorop. In gevallen die afwijken van de standaardsituaties, bijvoorbeeld omdat sprake is van een vennootschap zonder een in aandelen verdeeld kapitaal of omdat er krachtens een managementovereenkomst feitelijke zeggenschap en beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend zonder dat er een aandelenband is, kan ook een ‘belang’ bestaan.
Belastingplichtigen krijgen de mogelijkheid om de fiscus vooraf zekerheid te vragen over de aanwezigheid van een ‘belang’ en verbondenheid.
In de huidige wetgeving is het begrip ‘belang’ een zeer onduidelijk begrip. In hoofdstuk 7 worden daarom de contouren geschetst van de door mij voorgestane invulling van dit begrip.