De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.6.3:8.6.3 Lijfsdwang
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.6.3
8.6.3 Lijfsdwang
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366046:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik acht het goed verdedigbaar dat de ondernemingskamer ook tenuitvoerlegging bij lijfsdwang kan toestaan (art. 585 Rv), als het gaat om de door haar opgelegde geboden en verboden. Ook deze bevoegdheid is niet beperkt tot de gewone civiele rechter.1
Een complicatie hierbij is dat tenuitvoerlegging bij lijfdwang uitsluitend kan worden toegepast op verlangen van de schuldeiser2 en dus niet ambtshalve (vgl. par. 2.3.2). Het zal niet altijd evident zijn wie deze schuldeiser is. Wie als zodanig kwalificeert zal per gebod of verbod moeten worden bezien. Indien bijvoorbeeld een partij wordt geboden om zekerheid te stellen voor de onderzoekskosten (vgl. 8.4.5.2), is de onderzoeker mijns inziens de schuldeiser.
Tenuitvoerlegging bij lijfdwang kan ook worden verzocht en ook nádat het oorspronkelijke gebod of verbod reeds is opgelegd.3
In de praktijk wordt lijfsdwang slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden toegepast, waarin bijvoorbeeld het opleggen van dwangsommen geen effect sorteert. Of er in het kader van de enquêteprocedure ooit een situatie komt die zich leent voor tenuitvoerlegging bij lijfsdwang valt sterk te betwijfelen.