Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.6.4:II.A.6.4 De vereenvoudigde overeenkomst- constructie
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.6.4
II.A.6.4 De vereenvoudigde overeenkomst- constructie
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408236:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als spiegelbeeld van de quasi-overeenkomstgedachte, kan ook als ingredient gebruikt worden om de grenzen tussen eenzijdige rechthandelingen en overeenkomsten enigszins te doen vervagen, het door Asser-Hartkamp1 als 'vereenvoudigde overeenkomst-constructie' aangeduide fenomeen. Hij verwijst hiervoor naar art. 6:160 lid2 BW, waarin neergelegdis dat een 'kwijtschelding' als aanvaard geldt, wanneer de schuldenaar van het aanbod heeft kennisgenomen en het niet onverwijldheeft afgewezen. Dezelfde systematiek vindt men in art. 7:175 lid 2 BW voor de schenking en in art. 6:5 lid 2 BW voor de omzetting van een natuurlijke verbintenis.
Cauffman2 wijst er op dat 'merkwaardigerwijs' het Nederlandse art. 7:175 BW 'door bepaalde auteurs' is aangegrepen om erop te wijzen dat het NBW geen verbindende kracht toekent aan eenzijdige beloften en zich integendeel verzet tegen de gedachte dat iemand een recht kan worden opgedrongen. Zij is van mening dat men het NBW niet te letterlijk ('formele lectuur') moet nemen maar voldoende aandacht moet hebben voor hetgeen er feitelijk gebeurt. Een gedachte die mij niet alleen aanspreekt, doch ook noodzakelijk is voor een zo juist mogelijke rechtsvinding. In ieder geval blijkt na bestudering van een bepaling als art. 7:175 BW weer, en in de ogen van Cauffman blijkbaar zonder dat wij het ons steeds realiseren, dat het onderscheid eenzijdige en meerzijdige rechtshandeling onder omstandigheden flinterdun is.Wat mij betreft is er dan ook genoeg reden om, al is het maar ter verbreding van het inzicht en kruisbestuiving met de andere Boeken van ons BW, indachtig art. 6:1 BW, bij executele, maar ook bij legaten, de legitieme portie en andere wettelijke rechten, niet alleen te spreken van, maar ook te denken in termen van erfrechtelijke verbintenissen.
Wat de herroepelijkheid van een uiterste wil betreft en de overeenkomstgedachte maak ik de kanttekening, dat herroepelijkheid en overeenkomst elkaar niet uitsluiten. Ook een overeenkomst kan herroepelijk zijn. Zie bijvoor-beeldart. 7:177 lid2BW.
Thans wil ik tot een nadere invulling komen van de 'quasi-overeenkomst'. Wat is de aard van de overeenkomst? Ik gebruikte hierboven reeds de term opdracht, zij het, zoals gezegd, nog ontdaan van de juridische lading. Een juridische lading die wel in Boek 7 titel 7 BWaan het begrip opdracht wordt gegeven. Dat het niet vreemdis om Boek 7 titel 7 BWopen te slaan, geeft onder meer het hiervoor in par. A.1 vermelde element a. (wettelijke opdracht) aan.
De wetgever spreekt van 'opgedragen' en van de 'taak' van de executeur. Hoe luidt de definitie van opdracht in art. 7:400 BW?