De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/4.2.5:2.5 Evaluatie
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/4.2.5
2.5 Evaluatie
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS385226:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De strategievorming door het bestuur van de Nederlandse onderneming vindt over het algemeen op relatief geringe afstand van de werknemers plaats; de omvang en de structuur van de onderneming spelen daarbij een grote rol. Uit sociologisch onderzoek volgt dat de medezeggenschap van werknemers bij Nederlandse ondernemingen redelijk sterk genoemd mag worden. Het overleg tussen bestuur en ondernemingsraad verloopt in zijn algemeenheid naar tevredenheid, maar lijkt niet vaak over de strategie van de onderneming te gaan. Waar het strategisch overleg te wensen overlaat, lijkt dit een kwestie van gebrek aan deskundigheid of belangstelling bij de ondernemingsraad en is het slagen van overleg mede afhankelijk van de bereidwilligheid van het bestuur om over strategische zaken te spreken.
Bij geschillen rondom het beleid van de vennootschap kan de ondernemingsraad soms een krachtige rol vervullen wanneer hem bij overeenkomst het recht van enquête wordt toegekend. Uit de jurisprudentie blijkt dat het vaak ging om gevallen waarin de belangen van het bestuur en de ondernemingsraad min of meer parallel liepen, zonder dat die overigens op één lijn te stellen waren.
Binnen de Nederlandse onderneming beschouw ik het beroepsrecht als een relatief sterk middel voor de ondernemingsraad om strategische besluiten aan te tasten. Ingevolge artikel 26 WOR kan hij een procedure voeren die onder omstandigheden diep kan ingrijpen op de koers van de ondernemer. De basis van dit recht blijft zoals de wetgever het bedoelde: de ondernemer beslist, de ondernemingsraad adviseert. Door de hoge eisen die de rechter aan de informatievoorziening, het overleg en de motivering van het besluit stelt, kan de beroepsprocedure ertoe leiden dat de strategische besluitvorming diepgaand wordt getoetst en kunnen de consequenties van een negatief oordeel van de rechter verstrekkend zijn.
Artikel 26 WOR verlangt dat de rechter uitspreekt of een besluit kennelijk onredelijk is, en daarbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol. In mijn ogen dient de rechter ervoor te waken dat de aard van het besluit te veel zelfstandige betekenis toekomt en als zodanig een doorslaggevend gewicht in de schaal legt. Het zou de rechtspraktijk dienen wanneer in de jurisprudentie, op een duidelijkere wijze dan tot nu toe is geschied, inzicht wordt geboden in (1) het gewicht dat aan alle relevante omstandigheden wordt toegekend en (2) de technieken die worden gehanteerd om juridische structuren te doorbreken.
Uit de hier besproken jurisprudentie vloeit voort dat algemene regels moeilijk te formuleren zijn. Er is sprake van een zekere mate van voorspelbaarheid op het terrein van de hoofdlijnen in die jurisprudentie (het belang van deugdelijke informatievoorziening, overleg en motivering vergeleken met de beleidsvrijheid van de ondernemer), maar deze is minder als het gaat om de toepassing van die hoofdlijnen op concrete besluiten. Naar mijn mening leidt die onvoorspelbaarheid ertoe dat het weinig nut heeft de rechtspraak over toerekening en medeondernemerschap te codificeren, zoals de Vereniging voor Arbeidsrecht wel heeft voorgesteld, nu deze onvoldoende is uitgekristalliseerd.12
De structuurregeling speelt in de Nederlandse onderneming een belangrijke rol. Bij geschillen tussen aandeelhouders en het bestuur over de strategie kan de raad van commissarissen een bufferfunctie vervullen, doordat hij het bestuur kan ontslaan, althans belangrijke strategische besluiten moet goedkeuren voordat ze kunnen worden uitgevoerd. De ondernemingsraad heeft een belangrijke taak bij het bewaken van de onafhankelijkheid van de raad van commissarissen en zou – vaker dan hij nu doet – gebruik moeten maken van zijn (versterkte) recht van aanbeveling. Het inrichten van een centraal bestand van kwalitatief goede commissarissen zou hem kunnen helpen. De structuurregeling kenmerkt zich door een grote flexibiliteit, die bij een monistisch bestuurssysteem vergroot wordt doordat in de statuten bepaald kan worden dat bestuurders rechtsgeldig kunnen besluiten over zaken die tot hun taak behoren. Ik sluit niet uit dat, ook bij ondernemingen met een one-tiersysteem, van deze flexibiliteit gebruikgemaakt wordt om zo tot maatwerk per structuurvennootschap te komen.
De in dit onderdeel besproken thema’s spelen eveneens een rol bij de tweede categorie van de medezeggenschapsrechtelijke driedeling in het Nederlandse bedrijfsleven, te weten de Nederlandse internationale concerns. Het internationale karakter van die concerns zorgt voor een toename van de complexiteit in de afwegingen van de diverse daarbij betrokken belangen, zoals ik nu uiteen zal zetten.