Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/21.2
21.2 Experimenteren onder de Awb: dat gebeurt toch al?
prof. mr. M.J. Jacobs, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. M.J. Jacobs
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. de zelfrijdende auto.
PG Awb I, 18-21.
Zie hierover Jaarverslag Rechtspraak 2009 (bijlage bij Kamerstuk II 2009/10, 32123-VK, 103) en A.T. Marseille, Comparitie en regie in de bestuursrechtspraak, Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2010.
J.C.A. de Poorter, I.A. van Heusden, C.J. de Lange, De amicus curiae geëvalueerd, Den Haag: Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 2018, p. 13. Deze experimenten leidden overigens tot de aanbeveling om in de Awb een bepaling op te nemen waarin de hoogste bestuursrechters de bevoegdheid wordt toegekend om de amicus curiae in te zetten, omdat art. 8:45 Awb oorspronkelijk niet was bedoeld om hiervoor als grondslag te dienen en om bepaalde processuele aspecten te regelen (zie p. 78 en 134).
Rianne Jacobs & Willemien den Ouden, ‘Wat was, werd en wordt belangrijk in het algemene subsidierecht’, Netherlands Administrative Law Library, januari 2014, DOI: 10.5553/NALL/.000017. Naar de verdeling van schaarse publieke rechten in het algemeen is onderzoek gedaan door Wolswinkel. Hij concludeerde dat de tijd nog niet rijp is voor algemene regels van verdelingsrecht in de Awb. Zie: C.J. Wolswinkel, ‘Schaarse publieke rechten. Een algemeen leerstuk gerelativeerd’, NTB 2014/7.
In politiek en bestuur valt een tendens waar te nemen om nieuw beleid, maar zeker ook nieuwe regels, eerst op kleine schaal te testen voordat het definitief wordt ingevoerd. Dit heeft als voordeel dat er , voordat een maatregel definitief wordt verankerd in een wet, zaken kunnen worden bijgesteld (bijvoorbeeld omdat uit de evaluatie bleek dat er verbeteringen mogelijk of nodig zijn) of dat besloten kan worden om de maatregel maar helemaal niet in te voeren (bijvoorbeeld bij tegenvallende resultaten). Er valt hier een parallel te trekken met het testen van nieuwe technologieën: marktpartijen die nieuwe technologieën hebben ontwikkeld of nieuwe manieren om technologie te gebruiken hebben bedacht, testen ook eerst in de praktijk of en hoe een en ander werkt, voordat zij met hun product de markt op gaan.1 Het nadeel van het uittesten van regels is echter dat er gedurende een zekere periode verschillende regels naast elkaar gelden. Bezien vanuit de doelstellingen van de Awb die meer dan vijfentwintig jaar geleden zijn geformuleerd, weegt dit nadeel zwaar. Het algemeen deel van het bestuursrecht was ooit verspreid over een zeer groot aantal bijzondere wetten. De Awb moest hierin verandering brengen door de eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving te bevorderen, deze te systematiseren en zo mogelijk te vereenvoudigen.2 Deze aard van de Awb wringt dus met de variëteit aan regels die experimenteerbepalingen welhaast automatisch met zich brengen.
Toch hoeft experimenteren met algemeen bestuursrecht niet bezwaarlijk te zijn en is er in de afgelopen vijfentwintig jaar ook wel geëxperimenteerd binnen de grenzen van de Awb. Wanneer bestaande wet- en regelgeving voldoende ruimte biedt is er immers geen speciale experimenteerwetgeving nodig. Zo worden er binnen de grenzen van veel wetten allerhande experimenten, meestal pilots geheten, opgezet om nieuw beleid te testen. Binnen de kaders die de Awb reeds bood zijn in het verleden ook pilots gedaan. Een voorbeeld hiervan zijn de pilots die hebben plaatsgevonden in het kader van de Nieuwe zaaksbehandeling.3 Van zeer recente datum is het experiment dat de Afdeling bestuursrechtspraak heeft gedaan met de figuur van de amicus curiae. De Afdeling deed dit op grond van artikel 8:45, lid 1, Awb, dat de rechter de mogelijkheid biedt anderen dan partijen om schriftelijke inlichtingen te vragen.4
In dit kader zou ook een geheel ander fenomeen kunnen worden genoemd. Dat zijn de onderwerpen waarvan in de loop van de afgelopen vijfentwintig jaar de vraag is gesteld of het niet eens tijd werd deze in de Awb te regelen omdat het onderwerp inmiddels in de praktijk behoorlijk was uitgekristalliseerd. Dit deed zich bijvoorbeeld voor met betrekking tot het onderwerp ‘verdeling van schaarse subsidiegelden’.5 Het tot ontwikkeling laten komen van bepaalde leerstukken buiten de Awb, alvorens een algemene regeling te treffen in de Awb, heeft zeker wel verband met uitproberen en testen, maar is toch niet helemaal hetzelfde als experimenteren en experimenteerwetgeving omdat er bij experimenteren welbewust voor wordt gekozen om te bezien of en hoe een nieuwe regel werkt. Bij een leerstuk dat buiten de Awb tot ontwikkeling is gekomen hoeft daarvan geen sprake te zijn.