25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/40.6:40.6 Enkele afrondende opmerkingen
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/40.6
40.6 Enkele afrondende opmerkingen
Documentgegevens:
prof. mr. O.J.D.M.L. Jansen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. O.J.D.M.L. Jansen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover bijv. Philipp Dann, Entwicklungsverwaltungsrecht, Tübingen: Mohr Siebeck 2012. Een Engelstalige versie is verschenen als Philipp Dann, The Law of Development Cooperation. A Comparative Analysis of the World Bank, the EU and Germany, Cambridge: Cambridge University Press 2013.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een boek over 25 jaar Awb past focus op een aantal vragen, zoals de vraag of de Awb zou moeten worden aangevuld. Juist ook omdat er meer algemeen bestuursrecht is dan het daarin opgenomen recht, is het antwoord niet automatisch bevestigend. Van de Awb-wetgever kan niet worden verwacht dat onderwerpen worden geregeld die in Nederland al jaren niet of nauwelijks aan- dacht krijgen. Internationaal bestuursrecht is zo’n onderwerp waarvan de Awb-wetgever wellicht zou kunnen menen dat het niet zijn taak is om het wiel uit te vinden met de aanvulling van een wet die vooral bedoeld is om te codificeren, harmoniseren en hier en daar te modificeren.
Een aantal onderwerpen die tot het internationaal bestuursrecht zouden kunnen worden gerekend, hebben bovendien het karakter van bijzonder bestuursrecht, zoals bijvoorbeeld het bestuursrecht over diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging en het bestuursrecht over ontwikkelingswerk.1
Nederland is een klein land, dat veel internationale betrekkingen heeft, en de zich almaar verder internationaliserende economische en sociale betrekkingen raken niet alleen grote delen van de overheid en haar bestuursorganen, maar ook het bestuursrecht dat zij toepassen. De Awb heeft een vrijwel uitsluitend nationaal karakter, en het internationale karakter van Nederland is een beeld dat niet in de Awb terugkeert. Ook lijkt het Awb-besluitvormingsrecht zonder welk territoir dan ook te zijn. Er is een aantal onderwerpen die op korte termijn aan plaats verdienen in de Awb. Eén van die onderwerpen is wat mij betreft de relatieve bevoegdheid en territoriale begrenzing van bestuursorganen. Een regeling over rechtsmacht zou daarbij (later) kunnen aansluiten.
Het bestuursrecht is territoriaal begrensd, maar moet zich wel op allerlei manieren over internationale rechtsverhoudingen moeten kunnen uitstrekken om die te kunnen reguleren. Daarom verdient het internationaal bestuursrecht meer aandacht. Die aandacht zou ertoe kunnen leiden dat de Awb verder zou kunnen worden aangevuld. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor de regeling van internationaal bestuurlijke bijstand, of voor (duidelijker en meer uitgewerkte) regels over de bevoegdheid van andere bestuursorganen dan de Minister van Buitenlandse Zaken om buitenlandse betrekkingen aan te gaan. Het oprichten van of deelnemen in rechtspersonen door bestuursorganen is een onderwerp dat zich voor algemene regeling zou lenen in de organieke wetgeving of wellicht in de Awb, en daarbij zou kunnen worden geregeld of, en onder welke omstandigheden, bestuursorganen of hun bestuurders ook zouden kunnen deelnemen in rechtspersonen naar buitenlands recht.
Laten we niet tot het 100 jarig bestaan van de Awb wachten met aandacht te besteden aan internationaal bestuursrecht…