Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/3.5.1:3.5.1 De korte verjaringstermijn is geen vorm van rechtsverwerking
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/3.5.1
3.5.1 De korte verjaringstermijn is geen vorm van rechtsverwerking
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973556:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in dit hoofdstuk uitgewerkte plaatsbepaling van het leerstuk rechtsverwerking en klachtplichten tegenover de korte verjaringstermijnen valt als volgt uit. Ten eerste kom ik tot de conclusie dat de korte verjaringstermijnen niet als vorm van rechtsverwerking kunnen worden gezien. Dat zou het rechtszekerheidselement van de korte verjaringstermijnen tekort doen: de wetgever heeft ervoor gekozen om vaste drie- of vijfjarige termijnen te hanteren. Het is in beginsel onverschillig wanneer de schuldeiser binnen die termijn in actie komt. Het maakt bovendien niet uit of de schuldenaar als gevolg van het tijdsverloop daadwerkelijk nadeel ondervindt. De wetgever heeft het voor het rechtsverkeer van belang geacht dat crediteuren binnen drie of vijf jaar nadat zij daartoe daadwerkelijk in staat zijn hun vordering geldend maken. Dat is primair geen afweging van individuele billijkheid, maar strekt ertoe een vlotte afwikkeling van vermogensrechtelijke rechtsbetrekkingen te stimuleren door middel van een voorspelbare regel. Die regel bestaat in een harde termijn, waardoor de rechtstoestand blijft aangesloten bij de feitelijke situatie van partijen in het rechtsverkeer. Deze regel grijpt weliswaar vrij vergaand in individuele rechtsverhoudingen in, maar dat doet in mijn ogen niet af aan het algemene rechtszekerheidsbelang dat met de regel is beoogd. De beperkende werking van redelijkheid en billijkheid kan vervolgens als correctiefactor dienen voor situaties waarin de uitwerking van de betreffende termijn tot evident onredelijke situaties leidt.
Een dergelijke regeling van algemene strekking is conceptueel iets anders dan rechtsverwerking. Zoals ik in par. 2.4.1-2.4.4 en 2.6.1 hiervoor heb uitgewerkt, behelst het leerstuk rechtsverwerking een plicht van de schuldeiser strekkende tot consistent gedrag jegens de schuldenaar, gelet op het belang van laatstgenoemde. Schending van die plicht leidt tot een beperking van schuldeisersrechten. Dit plichtkarakter ontbreekt bij verjaring.