Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.7.2:13.7.2 Correctiebericht loonbelasting
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.7.2
13.7.2 Correctiebericht loonbelasting
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498329:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aan de in het artikel opgenomen delegatiebevoegdheid is uitvoering gegeven in het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 21 maart 2012, nr. DB2012/68M (Regeling gegevensuitvraag loonaangifte), Stcrt. 2012, 6030.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met ingang van 1 januari 2006 is de (gewezen) inhoudingsplichtige op grond van art. 28a Wet LB verplicht om alsnog juiste en volledige gegevens te verstrekken, wanneer hij constateert dat een aangifte onjuist of onvolledig is gedaan en niet bij latere aangifte in dat jaar is hersteld.1 Meer precies gaat het om loonbelastingaangiften over een tijdvak in een verstreken kalenderjaar, die niet bij latere aangifte in dat jaar zijn hersteld. De verplichting om alsnog juiste en volledige gegevens te verstrekken, betreft enkel constateringen die binnen vijf jaren na het einde van dat kalenderjaar worden gedaan. Dit vanwege de naheffingstermijn in art. 20 AWR.
De gegevensverstrekking door middel van een zogenoemde correctiebericht vindt gelijktijdig plaats met de aangifte over het eerstvolgende of daaropvolgende tijdvak. Wanneer de aangiftetermijn nog niet is verstreken op het moment dat de onjuistheid of onvolledigheid wordt geconstateerd, dan moet de inhoudingsplichtige opnieuw aangifte doen en daarbij de verbeterde gegevens opnemen.
Ook kan de Belastingdienst fouten (vergissingen) constateren en de inhoudingsplichtige verzoeken (binnen de aangiftetermijn) dan wel verplichten (buiten de aangiftetermijn) om deze fouten te verbeteren en de benodigde informatie (nogmaals) aan te leveren.2
Sanctiedreiging
Op grond van art. 28b Wet LB 1964 kan een bestuurlijke boete van maximaal € 1.230 worden opgelegd bij het niet, niet tijdig, niet juist of onvolledig doen van een correctiebericht. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt na vijf jaar, tenzij de inspecteur de fout constateerde en de inhoudingsplichtige verplichtte een correctiebericht in te sturen. Dan is de verjaringstermijn één jaar.3