Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.7.3
13.7.3 Mededelingsplicht
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495876:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt voor suppletieaangiften in de omzetbelasting (art. 15 Uitv. besl. OB 1968), de zogenoemde verklaring ‘uitsluitend zakelijk gebruik’ voor bestelauto’s (art. 9 Uitv. besl. LB 1965 en art. 12bis Uitv. besl. IB 2001), de verklaring ‘geen privégebruik’ voor de auto van de zaak (art. 8 Uitv. besl. LB 1965), en de bestrijding van de zogenoemde Edelweissroute (art. 10c Uitv. besl. Sw 1956).
Van deze delegatiebepaling is gebruikgemaakt in art. 8 Uitv.besl. LB 1965 (inzake de verklaring geen privégebruik auto), art. 9 Uitv.besl. LB 1965 en art. 12bis Uitv.besl. IB 2001 (inzake de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto), art. 10c Uitv.besl. SW 1956 (inzake de bestrijding van de Edelweissroute) en art. 15 Uitv.besl. OB 1968 (inzake de suppletieaangifte).
Van deze delegatiebepaling is gebruik gemaakt in diverse leden van de in de vorige noot genoemde artikelen. Ik volsta met een verwijzing.
Art. 10a is met ingang van 1 januari 2012 opgenomen in hoofdstuk II van de AWR. Dit hoofdstuk draagt als titel ‘Aangifte’. Het ziet daarmee zowel op de heffing bij wege van aanslag (hoofdstuk III) als op de heffing bij wege van voldoening of afdracht op aangifte (hoofdstuk IV). De in art. 10a AWR geregelde mededelingsplicht vertoont samenhang met de bepalingen betreffende de verplichtingen ten dienste van de belastingheffing in afdeling 2, hoofdstuk VIII van de AWR. De verplichting tot het verstrekken van informatie op basis van art. 10a AWR wijkt hiervan af, doordat hiervoor geen voorafgaand verzoek van de inspecteur nodig is.
Meer precies dwingt art. 10a de betrokkene onder omstandigheden terug te komen van eerder door hem aan de Belastingdienst verstrekte informatie, zodra hij met de onjuistheid daarvan bekend word en voordat de inspecteur de onjuistheid of onvolledigheid (vermoedelijk) op het spoor komt.1 In art. 10a, lid 3 AWR is een delegatiebepaling opgenomen die het voor de staatssecretaris van Financiën mogelijk maakt om de gevallen waarin de verplichting van art. 10a, lid 1 of 2 AWR geldt aan te wijzen.2
Sanctiedreiging
In art. 10a, lid 3 AWR is ook een delegatiebepaling opgenomen die het voor de staatssecretaris van Financiën mogelijk maakt om het niet nakomen van de mededelingsplicht ex van art. 10a, lid 1 of 2 AWR geldt, te beboeten.3