Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.6.3
3.6.3 Herijking faillissementsrecht
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192716:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Wet Modernisering Faillissementsprocedure trad op 1 januari 2019 in werking. Zie Stb. 2018, 299 en 348. Zie daarover Van Hees 2019; Renssen 2018.
Deze pijler omvat drie wetten, die alle drie reeds in werking zijn getreden: de Wet Civielrechtelijk bestuursverbod, de Wet Herziening Strafbaarstelling Faillissementsfraude en de Wet civielrechtelijk bestuursverbod. Zie voor een bespreking van deze wetten Renssen 2017; Verrest & Heukels 2017.
Zie voor de oproep aan de faillissementsrechters van Nederland om mee te werken aan pre-packs Tollenaar 2011. Zie over WCO I: Wolffram-van Doorn & Schmieman 2015. Zie verder over de pre-pack: nr. 36.
De schriftelijke behandeling is afgerond op 28 maart 2017. De conclusie van A-G Mengozzi in de Smallsteps zaak was aanleiding om het voorstel op 4 april 2017 van de lijst van hamerstukken af te halen. Nadat het Smallsteps-arrest werd gewezen door het Hof van Justitie is na de nodige briefwisselingen tussen de minister en de Eerste Kamer besloten een wettelijke regeling te ontwerpen waarin de positie van werknemers in geval van overgang van onderneming in faillissement geregeld wordt. Zie hierover ook nr. 278.
98. In november 2012 kondigde de Minister van Justitie het wetgevingsprogramma ‘herijking faillissementsrecht’ aan.1 Dit programma bestaat uit drie pijlers, te weten: ‘modernisering’2, ‘fraudebestrijding’3 en ‘versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven’. Over het doel van de reorganisatiepijler schrijft de minister van Veiligheid en Justitie in de tweede voortgangsbrief:
“De inzet van de pijler ‘versterking reorganiserend vermogen van bedrijven’ is om faillissementen zoveel mogelijk te voorkomen. Om ondernemers te stimuleren tijdig hulp te zoeken wanneer betalingsonmacht dreigt, wordt gewerkt aan maatregelen om reorganisatie, herstructurering en doorstart buiten faillissement te faciliteren. Daarnaast zullen maatregelen worden getroffen om continuering van de onderneming in een onvermijdelijk faillissement te bevorderen en om een doorstart van levensvatbare bedrijfsonderdelen na faillissement te bespoedigen.”4
De reorganisatiepijler zal uit vier wetten bestaan. De Wet Continuïteit Ondernemingen I (‘WCO I’) opent de mogelijkheid dat de rechtbank voorafgaand aan een eventueel faillissement een beoogd curator en beoogd rechter-commissaris aanwijst. Hiermee worden de afwikkeling van een faillissement en de kansen op voorzetting van een onderneming of van een doorstart van rendabele bedrijfsonderdelen verbeterd. WCO I bevat daarmee een wettelijke basis voor de pre-pack praktijk.5 De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 21 juni 2016 aangenomen. De behandeling in de Eerste Kamer is voorlopig aangehouden, omdat de Eerste Kamer het wetsvoorstel gezamenlijk zal behandelen met het wetsvoorstel Wet overgang van ondernemingen in faillissement.6 Het wetsvoorstel bevordering doelmatigheid van het faillissementsprocesrecht zal diverse maatregelen bevatten die erop gericht zijn de curator beter in staat te stellen het faillissement op een doelmatige wijze af te wikkelen en op die manier de schade voor alle betrokkenen bij het faillissement zoveel mogelijk te beperken.7 Dit voorstel is nog in voorbereiding. De vierde wet binnen de reorganisatiepijler voorziet in een wettelijke regeling van het dwangakkoord buiten surseance en faillissement.