RvdW 2024/806:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging met zijn zoons tegen politieagenten, art. 141 lid 1 Sr. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan en ttz. in h.b. door niet gemachtigde raadsvrouw herhaald op de grond dat verdachte naar inschatting van verdediging gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht als hij in Nederland is en de dagvaarding hem bereikt omdat hij in eerste aanleg ttz. is verschenen. Door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging onder verwijzing naar omstandigheid dat verdachte niet concreet heeft aangegeven dat hij gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht, de rechtsgeldige betekening van dagvaarding in h.b. en de omstandigheid dat verdediging tevergeefs heeft getracht contact te zoeken met verdachte. HR: art. 81 lid 1 RO.