RF 2024/58
Heeft de bank haar mededelingsplicht geschonden door niet op de juiste wijze de informatie te verstrekken die geschikt was om te voorkomen dat de cliënt de renteswap zou aangaan onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken?
Hof Den Haag 02-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1161
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
2 juli 2024
- Magistraten
Mrs. C.J. Verduyn, J.M. van der Klooster, A.J. Swelheim
- Zaaknummer
200.273.703/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS979059:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:1161, Uitspraak, Hof Den Haag, 02‑07‑2024
ECLI:NL:GHDHA:2023:2884, Uitspraak, Hof Den Haag, 07‑02‑2023
ECLI:NL:GHDHA:2022:2998, Uitspraak, Hof Den Haag, 10‑05‑2022
- Wetingang
Art. 6:228, 7:401 BW; art. 4:23 Wft
Essentie
Rentederivaat. Dwaling. Mededelingsplicht. Zorgplicht.
Heeft de bank haar mededelingsplicht geschonden door niet op de juiste wijze de informatie te verstrekken die geschikt was om te voorkomen dat de cliënt de renteswap zou aangaan onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken?
Samenvatting
Strandexploitant Edrie c.s. (Edrie) sluit in 2007 bij ABN AMRO (de bank) twee langlopende geldleenovereenkomsten met een variabele rente af. Ter afdekking van het risico van rentestijging sluit Edrie met de bank een renteswapovereenkomst af. In 2012 verkoopt Edrie de onderneming. De leningen worden vervroegd afgelost en de renteswapovereenkomst wordt tussentijds beëindigd. De bank brengt de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.