Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/8.7:8.7 Conclusie
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/8.7
8.7 Conclusie
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197369:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Grondrechten (waaronder het eigendomsrecht) vormen al een aantal decennia rechtstreeks werkende algemene beginselen van EU-recht. Deze grondrechten zijn gecodificeerd in het Handvest, waarop EU-burgers sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon per 1 december 2009 beroep kunnen doen naast beroep op die algemene beginselen. Uit het arrest Åkerberg Fransson volgt dat het toepassingsbereik van het Handvest en van die algemene beginselen gelijk is, en wel gelijk aan de werkingssfeer van het EU-recht als zodanig, waardoor steeds als het EU-recht geactiveerd wordt, ook de (Handvest-) grondrechten geactiveerd worden.
Het recht op eigendom in artikel 17 Handvest is anders geformuleerd dan artikel 1 Eerste Protocol, al zijn wel dezelfde toetsingsmaatstaven herkenbaar. Ook bevat het Handvest naast artikel 17 nog een aantal andere bepalingen die aspecten van eigendomsbescherming bevatten, zoals artikel 15 (vrijheid van beroep en het recht om te werken), artikel 16 (de vrijheid van ondernemerschap) en artikel 34 (het recht op toegang tot sociale-zekerheidsvoorzieningen en sociale diensten) en wordt intellectuele eigendom expliciet afzonderlijk genoemd als beschermd. De tweede paragraaf van artikel 1 Eerste Protocol, over belastingen en boeten, ontbreekt in artikel 17 Handvest. Het eindresultaat van een beroep op het Handvest mag echter niet ongunstiger voor de burger uitpakken dan een beroep op artikel 1 Eerste Protocol, aangezien het Handvest ingevolge artikel 52, lid 3, Handvest minimaal hetzelfde niveau van bescherming biedt als het EVRM. Het HvJ mag volgens deze bepaling wel meer bescherming bieden dan het EHRM. Van deze mogelijkheid is vooralsnog geen gebruik gemaakt.
Door de gelijkschakeling met het EVRM is de rechtspraak van het EHRM over artikel 1 Eerste Protocol ook relevant voor de uitleg van artikel 17 Handvest. Reeds hierom mag aangenomen worden dat belastingmaatregelen ook binnen de reikwijdte van artikel 17 Handvest vallen, maar dat volgt inmiddels ook uit de rechtspraak van het HvJ (Berlington en Pfleger). De nationale regeling moet wel binnen de werkingssfeer van het EU-recht vallen. Dat zal bij de EU-geharmoniseerde of zelfs geüniformeerde indirecte belastingen (BTW, douanerechten, accijnzen) eerder het geval zijn (nu het daar veelal om Wachauf-situaties zal gaan) dan bij de ongeharmoniseerde directe belastingen (waarbij het veelal om ERT-situaties zal gaan, waarin een toetsing aan grondrechten denkelijk weinig toevoegt naast de toetsing aan de EU-verkeersvrijheden).