25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/59.6:59.6 Behoeft onze jarige awb aanpassing?
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/59.6
59.6 Behoeft onze jarige awb aanpassing?
Documentgegevens:
prof. mr. J.C.A. de Poorter, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. J.C.A. de Poorter
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer we erkennen dat de hoogste bestuursrechters een rechtsvormende taak hebben, moeten we ook nadenken over de vraag hoe het daarmee samenhangende bovenindividuele perspectief dat eigen is aan deze rechtsvormende taak, in de rechterlijke procedure kan worden geïncorporeerd. Schuurmans heeft er in haar oratie op gewezen dat belangenorganisaties als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, Awb hier een belangrijke rol hebben te vervullen. Dat is zeker waar, maar lang niet alle zaken waarin de hoogste bestuursrechters aan rechtsvorming doen worden aangebracht door een belangenorganisatie. Bovendien zijn de belangen die door de rechterlijke beslissing op enigerlei wijze worden beïnvloed soms zo diffuus dat ze zich niet goed lenen voor bundeling door een rechtspersoon. Dat betekent dat we ook moeten nadenken over andere manieren om het bovenindividuele perspectief van de rechterlijke beslissing in te bedden in de rechterlijke procedure.
In dat verband is het van belang om op elkaar lijkende zaken sneller te identificeren, te structureren en te clusteren. Voor een deel gebeurt dat al. Ik denk echter dat daarnaast ook behoefte bestaat om zaken ad informandum te voegen bij de hoogste bestuursrechter. Daarvoor is wel een goede coördinatie nodig, zowel horizontaal als verticaal in wat ik hiervoor noemde een landelijke commissie rechtsvorming bestuursrecht.
Voorts is de tijd rijp naar mijn mening om in de Awb een mogelijkheid te introduceren vergelijkbaar met die in het civiele procesrecht en het belastingprocesrecht, waarbij de rechtbanken de bevoegdheid krijgen een prejudiciële vraag te stellen aan de hoogste bestuursrechter. Daarmee kunnen zaken beter gecoördineerd en in een beter besef van de omvang en diversiteit van de casuïstiek aan de hoogste bestuursrechters worden voorgelegd. In die prejudiciële procedure, maar niet uitsluitend daarin zou dan ook een expliciete bevoegdheid moeten worden gecreëerd voor de hoogste rechter om de amicus curiae in te schakelen.