Het klaagschrift, de beschikking van de rechtbank en in overwegende mate ook de cassatieschriftuur lijken zich te beperken tot het Nederlandse rijbewijs. Uit de processen-verbaal van de politie en de “beslissing bij invordering rijbewijs” blijkt echter dat er drie rijbewijzen zijn ingevorderd en vervolgens ingehouden. Daarom spreek ik in deze conclusie over rijbewijzen.
HR, 14-04-2026, nr. 25/01676
ECLI:NL:HR:2026:646
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14-04-2026
- Zaaknummer
25/01676
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2026:646, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑04‑2026; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:118
ECLI:NL:PHR:2026:118, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑02‑2026
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:646
Uitspraak 14‑04‑2026
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex. art. 164 WVW op rijbewijs t.z.v. verdenking van veroorzaken van gevaar in verkeer. Klaagschrift tegen inhouding rijbewijs ex art. 164.8 WVW 1994. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Rb heeft klaagschrift dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs ongegrond verklaard. Uit de door griffie HR ingewonnen inlichtingen blijkt dat rijbewijs op 16-2-2026 is teruggegeven aan klager. Dit betekent dat klager geen belang meer heeft bij cassatieberoep tegen beschikking Rb. Beroep moet daarom n-o worden verklaard. Klager n-o. CAG (strekking): vernietiging beschikking Rb en bepaling dat OvJ ingehouden rijbewijzen onverwijld teruggeeft aan klager.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01676 B
Datum 14 april 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 april 2025, nummer RK 25/007178, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat T. Roggenkamp bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en de Hoge Raad zal bepalen dat de officier van justitie de op 11 maart 2025 ingehouden rijbewijzen onverwijld teruggeeft aan de klager.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De rechtbank heeft bij beschikking van 9 april 2025 het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs (naar de Hoge Raad begrijpt: het rijbewijs met [nummer] ), ongegrond verklaard. Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen, blijkt dat dit rijbewijs op 16 februari 2026 is teruggegeven aan de klager. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.
Conclusie 03‑02‑2026
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklag a.b.i. art. 164.8 WVW tegen inhouding ingevorderde rijbewijzen. Rb heeft op 9.4.2025 het klaagschrift ongegrond verklaard. Uit ingewonnen inlichtingen is gebleken dat het voorschrift van art. 164.6 WVW (dat de OvJ de rijbewijzen teruggeeft als niet binnen zes maanden na de dag van de invordering het ottz is aangevangen of een OM-SB is uitgevaardigd) niet is nageleefd. Concl. strekt tot vernietiging beschikking Rb en dat de HR zal bepalen dat de OvJ de rijbewijzen onverwijld teruggeeft. Opgemerkt wordt dat als de HR uitspraak doet na 27 februari 2026 (zijnde de door de OvJ op 11.03.2025 bepaalde uiterste termijn van de inhouding) de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/01676 B
Zitting 3 februari 2026
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de klager
1. Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft bij beschikking van 9 april 2025 (raadkamernummer 25-007178) het op grond van art. 164 lid 8 WVW 1994 ingediende klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave aan de klager van zijn door de politie ingevorderde en door het Openbaar Ministerie ingehouden rijbewijzen1., ongegrond verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is op 23 april 2025 ingesteld namens de klager. T. Roggenkamp, advocaat in Roosendaal, heeft één middel van cassatie voorgesteld. In het middel wordt opgekomen tegen (de motivering van) de ongegrondverklaring van het klaagschrift.
1.3
Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en dat de Hoge Raad bepaalt dat de officier van justitie onverwijld de ingehouden rijbewijzen aan de klager teruggeeft.
2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
2.1
Op 4 maart 2025 zijn een aan de klager afgegeven Nederlands rijbewijs en twee aan de klager afgegeven rijbewijzen uit de Verenigde Arabische Emiraten ingevorderd in verband met een verdenking van overtreding van onder meer art. 5a WVW 1994. Op 11 maart 2025 heeft de officier van justitie beslist de rijbewijzen in te houden tot 27 februari 2026.
2.2
In art. 164 lid 6 WVW 1994 is onder meer bepaald dat een ingevorderd of ingehouden rijbewijs wordt teruggegeven indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen zes maanden na de dag van invordering is aangevangen, dan wel binnen die termijn geen strafbeschikking is uitgevaardigd. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat de termijn van zes maanden in art. 164 lid 6 WVW 1994 moet worden verstaan als een termijn van zes maal dertig dagen.2.
2.3
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen is gebleken:
i. dat de officier van justitie de rijbewijzen van de klager nog niet heeft teruggegeven;
ii. dat er geen zitting (ook geen regie- of pro formazitting) heeft plaatsgevonden en dat het onderzoek van de zaak op de terechtzitting dus nog niet is aangevangen;
iii. dat er geen strafbeschikking is uitgevaardigd.
2.4
Inmiddels is er ruim tien maanden na de dag van de invordering van de rijbewijzen noch gedagvaard, noch een strafbeschikking uitgevaardigd. De consequentie daarvan is dat de officier van justitie op grond van de regeling van art. 164 lid 6 WVW (op dit moment al) verplicht is de ingehouden rijbewijzen onverwijld terug te geven aan de klager.3.
2.5
Daarnaast merk ik op dat op 27 februari 2026 de beslissing van de officier van justitie tot het inhouden van de rijbewijzen van de klager (automatisch) afloopt. Vanaf die datum is er dus geen sprake meer van inhouding van een rijbewijs op grond van art. 164 WVW 1994. De consequentie daarvan is dat indien de Hoge Raad uitspraak doet na 27 februari 2026, de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank, zodat hij daarin niet-ontvankelijk zal moeten worden verklaard.4.Datzelfde geldt indien de officier van justitie vóór 27 februari 2026 eigenstandig ingrijpt en bepaalt dat de rijbewijzen aan de klager moeten worden teruggegeven.5.
3. Slotsom
3.1
Het middel behoeft geen bespreking.
3.2
Ambtshalve heb ik geen andere gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
3.3
Gelet op de huidige stand van zaken strekt deze conclusie ertoe dat
– de bestreden beschikking wordt vernietigd, en
– de Hoge Raad zal bepalen dat de officier van justitie de op 11 maart 2025 ingehouden rijbewijzen onverwijld teruggeeft aan de klager.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 03‑02‑2026
HR 13 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1435, NJ 1999/178, rov. 4.4.
Aldus ook de voor het OM intern geldende Instructie inzake de invordering van rijbewijzen d.d. 1 september 2022, registratienummer 2022I004, par. 2.2 (gepubliceerd op de website van het OM).
HR 19 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:248 onder verwijzing naar de conclusie van A-G Knigge vóór dit arrest, randnrs. 3.1 en 3.2.
HR 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1166.