Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.11.2
9.3.11.2 De wilsrechttheorie leidt mogelijk tot nieuwe problemen
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648916:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bartman in zijn noot bij HR 28 juni 2002 in JOR 2002/136; Verdaas 2008, nr. 418. Anders Biemans 2011, nr. 309, nr. 312.
Het gaat in art. 2:403 BW (en dus ook in een daarmee overeenstemmende 403-verklaring) over aansprakelijkheid voor schulden voortvloeiende uit rechtshandelingen in algemene zin. Daarin kan m.i. geen beperking worden gelezen in die zin dat deze aansprakelijkheid slechts zou gelden ten aanzien van contractanten, hetgeen Biemans betoogt. Biemans 2011, nr. 314 en Wibier 2008, par. 3.3.
Met de wilsrechttheorie kan een wildgroei aan 403-vorderingen worden voorkomen. Wanneer de hoofdvordering enkele malen wordt gecedeerd en de consoliderende rechtspersoon tussentijds niet wordt aangesproken, blijven er geen ‘residu-vorderingen’ achter bij alle voorgaande rechthebbenden van de hoofdvordering. Dit voordeel gaat niet op wanneer moet worden geconstateerd dat er tussentijds schuldeisers zijn geweest die hun wilsrecht hebben gebruikt en de 403-vordering hebben aanvaard. Iedere schuldeiser (de oorspronkelijke en de opvolgende) heeft een zelfstandig wilsrecht om een beroep te doen op de 403-verklaring.1 Op basis van een 403-verklaring is van aansprakelijkheid, die uitsluitend geldt jegens de oorspronkelijke schuldeiser van de vrijgestelde rechtspersoon, geen sprake.2
Het is jammer dat de wilsrechttheorie niet uitsluit dat er toch meerdere 403-vorderingen ontstaan. Zo gauw het wilsrecht wordt gebruikt, wordt het aanbod tot de verkrijging van een vordering op de consoliderende rechtspersoon aanvaard. Wordt de hoofdvordering op de vrijgestelde rechtspersoon daarna gecedeerd en maakt de cessionaris gebruik van het wilsrecht de consoliderende rechtspersoon aan te spreken, dan kan een aantal 403-problemen zich opnieuw voordoen. Het risico bestaat dat er meerdere 403-vorderingen ontstaan dat de 403-vordering en de hoofdvordering in verschillende handen terechtkomen. De wilsrechttheorie voegt daar mogelijk nog een discussie aan toe. Er kan discussie ontstaan over de vraag of aanvaarding heeft plaatsgevonden. Een ander nadeel is dat de rechtsfiguur ‘wilsrecht’ niet duidelijk geregeld is in de wet. Dat kan eveneens tot nieuwe onduidelijkheden leiden. Uit eerdere studies naar wilsrechten blijkt eigenlijk dat ieder wilsrecht een soort sui generis-karakter draagt. Dat geeft ruimte, maar ook onzekerheid. Vraagstukken treden vervolgens op met betrekking tot de overdracht, overgang, verpanding en beslag.