Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.2:VI.B.2. De wetgever roept de kwalificatievraag op
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.2
VI.B.2. De wetgever roept de kwalificatievraag op
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403788:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verslag van het mondeling overleg, tevens eindverslag, 3771, nr. 8, p. 66.
MvT, 26 822, nr. 3, p. 20.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De door mij hierboven gestelde vraag werd mede opgeroepen door de navolgende opmerking van de wetgever in de parlementaire geschiedenis:1
'(...) De zoeven bedoelde leden verklaarden door de uiteenzetting van de Regering bevredigd te zijn. Zij zagen een reele behoefte aan een soort van ''boedelberedderaar'' die iets meer kan uitrichten dan een executeur en een langere tijd dan deze in functie kan zijn.Voor deze figuur is blijkens het betoog der Regering ruimte gelaten in de sfeer van het afwikkelingsbewind (...)'. (Curs. BS)
Voorts kom ik de navolgende opmerking van de Minister tegen bij de totstandkoming van de erfrechtelijke overgangswetgeving:2
'(...) Ook de executeur met bezit is echter bijvoorbeeld niet bevoegd tot voldoening van andere schulden der nalatenschap dan legaten. Wel neemt men gewoonlijk thans aan dat de erflater hem deze en dergelijke bevoegdheden bij uiterste wil kan toekennen, maar hoever hij daarbij kan gaan, is niet zeker. In elk geval is er sprake van uitbreiding, indien de executeur tevens tot bewindvoerder is benoemd. (...)' (Curs. BS)
Maar ook in de Memorie van Antwoord bij de Invoeringswet nadrukkelijk:3
'Uitbreiding van de taak en bevoegdheden van de executeur, die daarmede in feite een afwikkelingsbewind zou gaan voeren, is met die regeling niet in overeenstemming.' (Curs. BS)
Lezing van de citaten zou aanleiding kunnen zijn voor een voorzichtige opmerking dat een 'boedelberedderaar' onder het nieuwe erfrecht wellicht getransformeerd wordt in een 'afwikkelingsbewindvoerder'. Een nadere analyse is echter vereist. Zo staat in het eerste citaat boedelberedderaar tussen aanhalingstekens en wordt er gesproken van 'een soort van (...)'.
In het tweede citaat wordt de onzekerheid rondom de onderhavige materie overigens nog eens bevestigd. In het derde citaat wordt gesproken van 'uitbreiding.'
Net zoals wij deze aanpak gewoon zijn in het internationaal privaatrecht zou eigenlijk eerst aandacht besteed moeten worden aan de kwalificatie van de rechtsfiguur in overgangsrechtelijke zin. Welke overgangsrechtelijke ver-wijzingsregels zijn van toepassing? Tot welke verwijzingscategorie behoort de boedelberedderaar? Is er sprake van een probleem van executele of van testamentair bewind? Afhankelijk van het antwoord op deze vraag, zou art. 133 dan wel art. 134 Ow de overgangsregel leveren. Dit probleem kan ik echter laten rusten, aangezien beide overgangsregels de problematiek hetzelfde benaderen. Er zijn geen spectaculaire verschillen.4 Of men nu art. 133 Ow of art. 134 Ow hanteert, er wordt door het gebruik van woorden als 'tenzij' en 'behoudens' alle ruimte gelaten om de wil van erflater te kunnen respecteren. De overgangsrechtelijke kwalificatie in de onderhavige kwestie is derhalve niet van groot gewicht.Wel is de kwalificatie van groot belang voor de toepassing van het nieuwe recht. Om tot toepassing van nieuw recht te kunnen komen dient vanzelfsprekend eerst door de deur van het overgangsrecht gegaan te worden. Het is overigens in beide gevallen (voor en achter de (toe-gangs)deur) dezelfde kwalificatievraag die gesteld moet worden. Is er sprake van bewindof van executele?