BIE 2020/5
Rb. Den Haag, 13-05-2020, nr. C/09/576280 / HA ZA 19-713
Rb. Den Haag 13-05-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4264
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
13 mei 2020
- Magistraten
Mrs. F.M. Bus, J.E. Bierling, H. Meinders
- Zaaknummer
C/09/576280 / HA ZA 19-713
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Octrooirecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2020:6166, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 08‑07‑2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:4264, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 13‑05‑2020
Samenvatting
Toegevoegde materie, ‘intermediate generalisation’ (EP’099)
Van ontoelaatbaar toegevoegde materie in een conclusie is sprake indien de gemiddelde vakman, die gebruik maakt van zijn algemene vakkennis, wordt geconfronteerd met informatie in een conclusie die niet direct en ondubbelzinnig, expliciet dan wel impliciet, is af te leiden uit de oorspronkelijk ingediende aanvrage. (..)
In de case law van het EOB worden diverse categorieën onderscheiden van gevallen waarin de tijdens de verleningsprocedure gewijzigde conclusies geen basis vinden in de oorspronkelijk ingediende aanvrage. Eén van de door het EOB ontwikkelde categorieën betreft die van een ‘intermediate generalisation’. In dat geval ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.