Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/8.1.2:8.1.2 Inhoud eigendomsregeling en aanverwante regelingen
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/8.1.2
8.1.2 Inhoud eigendomsregeling en aanverwante regelingen
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616182:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb Den Haag 15 april 2009, NJF 2009, 192.
Stb. 2010, 188.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De nieuwe eigendomsregeling (de doorknipbepaling) koppelt de eigendom van een net los van de grondeigendom. Belangrijke 'begrippen' in de eigendomsregeling zijn i) het 'net' en ii) de 'bevoegde aanlegger'. De wetgever heeft geen algemene wettelijke definitie gegeven van het begrip net. De omvang van een net wordt bepaald door de wettelijke omschrijving in specifieke (sectorale) regelgeving en bij het ontbreken van een dergelijke specifieke omschrijving, wordt de omvang bepaald door de verkeersopvattingen. Het net wordt, met al zijn bestanddelen (meter- en verdeelkasten, mantelbuizen etc.), als één feitelijke en functionele eenheid aangemerkt. Voor toepassing van de nieuwe eigendomsregeling moet het net worden beschouwd als één zelfstandige onroerende zaak. Dit wordt geillustreerd door (een van de eerste) uitspraken waarin getoetst wordt aan artikel 5:20, tweede lid BW.1 Artikel 5.17 Tw regelt dat de nieuwe eigendomsregeling ook op lege mantelbuizen (beschermings- en ondersteuningswerken) ziet. Mantelbuizen vormen pas een feitelijke en functionele eenheid met het net wanneer de mantelbuizen zijn gevuld. Dit kan mogelijk problemen geven wanneer de mantelbuis wordt gevuld door een ander dan de eigenaar van de mantelbuis, bijvoorbeeld in het geval van medegebruik (artikel 5.12 Tw) of verhuur van de mantelbuis.
Voor verkrijging van de eigendom van een net moet de aanleg bevoegd zijn gedaan. Bevoegde aanleg kan voortvloeien uit het privaatrecht (opstalrecht, overeenkomst) of uit het publiekrecht (Tw of Bwp). Als achteraf de bevoegdheid vervalt, bijvoorbeeld door vernietiging van de overeenkomst, dan zal in beginsel de onbevoegde aanlegger het net moeten verwijderen, tenzij de rechter conform artikel 3:53, tweede lid BW aan de vernietiging geheel of gedeeltelijk haar werking ontzegt. Volgens de wetgever zal bij het achteraf vervallen van de bevoegdheid tot aanleg de verticale natrekking niet gelden maar zal eerst bekeken worden of sprake is van horizontale natrekking. In uitzonderlijke gevallen zal echter sprake zijn van verticale natrekking wanneer immers óók op basis van de horizontale natrekking de eigendom van het net niet kan worden geconstrueerd.
Middels wijziging van artikel 3:17 BW is de aanleg van een net een inschrijfbaar feit. Inschrijving van (de aanleg van) een net kan ertoe leiden dat een deelnet als zelfstandige zaak wordt beschouwd en dat op een zelfstandig deelnet een hypotheekrecht kan worden gevestigd. De (eerste) inschrijving van de aanleg van een net is niet verplicht. Door de werking van de artikelen 3:24-26 BW zal inschrijving (van de aanleg) van netten worden gestimuleerd omdat deze 'tegen' de bevoegde aanlegger kunnen gaan werken indien hij niet tijdig zijn net registreert (tenzij het een net betreft van vóór 1950, artikel 78 Overgangswet NBW). Aangezien de eerste inschrijving van de aanleg van een net niet 'verplicht' is gesteld, is een van de beginselen van het goederenrecht verlaten. De openbare registers zullen geruime tijd incompleet zijn en voor één soort (unieke) onroerende zaken niet de (rechts)zekerheid kunnen bieden die voor andere onroerende zaken/registergoederen doorgaans wel geldt. Een 'verplichte' eerste kadastrering van netten zou te prevaleren én mogelijk relatief eenvoudig te realiseren zijn geweest door 'hergebruik' van de liggingsgegevens die voor de Wion geproduceerd moeten worden (zie par. 3.2.5.1).
Introductie van de eigendomsregeling ging gepaard met wijziging van het overgangsrecht. In artikel 155 Overgangswet NBW is geregeld dat i) de nieuwe eigendomsregeling ook van toepassing is op netten die voor inwerkingtreding van de nieuwe eigendomsbepaling zijn aangelegd en ii) dat de werking van de eigendomsregeling werd uitgesteld indien een partij een beter recht meende te kunnen claimen en binnen twee jaar na inwerkingtreding van de nieuwe regeling een eis heeft ingesteld tot vaststelling van de eigendom. Per 1 februari 2009 is artikel 155, tweede lid Overgangswet NBW uitgewerkt. Aangezien in de praktijk het vrij lastig blijkt te zijn voor de beoogde eigenaar om bewijzen aan te leveren waaruit genoegzaam blijkt dat hij of zijn rechtsvoorganger(s) het net bevoegd heeft aangelegd is een tweede overgangsbepaling (artikel 155a Overgangswet NBW) van kracht2 op basis waarvan degene die zich per 1 februari 2007 als eigenaar gedroeg, de eigendom van een net op zijn naam kan laten inschrijven in de openbare registers. Na publicatie van de inschrijving van het net (in de Staatscourant en één landelijk dagblad) heeft een derde die een beter recht meent te kunnen claimen één jaar de tijd om een dagvaarding in te schrijven om zijn rechten veilig te stellen. Drie maanden ná publicatie van de (eerste) inschrijving staat het de vermoedelijke eigenaar vrij het net over te dragen of te bezwaren. De derde die meent een beter recht te kunnen claimen heeft dan (enkel nog) recht op schadevergoeding.