NJB 2022/546
Recht op berechting binnen een redelijke termijn in het geval dat de Hoge Raad een bestreden uitspraak (gedeeltelijk) heeft vernietigd en de zaak heeft teruggewezen of verwezen om (in elk geval wat betreft de strafoplegging) opnieuw te worden berecht en afgedaan, art. 6 EVRM: in dat geval moet de rechter bij de beoordeling van een verweer over de overschrijding van de redelijke termijn zowel acht slaan op het tijdsverloop vóór de – gecasseerde – uitspraak als op het tijdsverloop in de cassatiefase en in de periode van het hoger beroep na terugwijzing of verwijzing van de zaak door de Hoge Raad. Daarbij moet het tijdsverloop tijdens de onderscheidenlijke procesfases afzonderlijk worden beoordeeld. In casu heeft het hof ten onrechte niet gelet op het tijdsverloop na het instellen van het cassatieberoep.
HR 15-02-2022, ECLI:NL:HR:2022:88
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
15 februari 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien en M. Kuijer
- Zaaknummer
20/04214
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:88, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 15‑02‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1208, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑12‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑06‑2021
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Recht op berechting binnen een redelijke termijn in het geval dat de Hoge Raad een bestreden uitspraak (gedeeltelijk) heeft vernietigd en de zaak heeft teruggewezen of verwezen om (in elk geval wat betreft de strafoplegging) opnieuw te worden berecht en afgedaan, art. 6 EVRM: in dat geval moet de rechter bij de beoordeling van een verweer over de overschrijding van de redelijke termijn zowel acht slaan op het tijdsverloop vóór de – gecasseerde – uitspraak als op het tijdsverloop in de cassatiefase en in de periode van het hoger beroep na terugwijzing of verwijzing van de zaak door de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.