WFR 2024/338
Groeiende behoefte aan fiscale rechtsbescherming, een zaak van vertrouwen en wantrouwen
Mr. F.R. Herreveld, datum 09-12-2024
- Datum
09-12-2024
- Auteur
Mr. F.R. Herreveld1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS992877:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst, Dienst Toeslagen, Douane
Voetnoten
Voetnoten
Frank Herreveld is advocaat en belastingkundige, verbonden aan HHP Chambers en HVSTax.
Zie uitgebreider L.G.M. Stevens in ‘Versterking rechtsstatelijkheid uitvoering belastingheffing’ in het liber amicorum Formeel en formidabel, aangeboden aan R.E.C.M. Niessen (samengesteld onder redactie van G.T.K. Meussen & J.J. van de Broek, Den Haag: Sdu Uitgevers 2018).
Zie ook Luuk de Boer in NJB 2024/254 en mr. L.J. Boone, ‘Soevereinen en autonomen in het (fiscale) recht’, WFR 2024/123.
De jaarplannen van de Belastingdienst erkennen dit in voorzichtige bewoordingen, bijvoorbeeld Jaarplan 2021: ‘In de huidige situatie is het perspectief van burgers op de kwaliteit van de dienstverlening van uitvoeringsorganisaties onderbelicht’, maar in alle plannen valt erkenning te lezen van het belang van herstel van vertrouwen.
Kenmerkend acht ik de beperkte reflectie met weinig zelfkritiek van de Raad van State naar aanleiding van de cruciale rol die de Afdeling rechtspraak heeft gespeeld in de Toeslagenaffaire.
Ook in het rapport van de Commissie Donner naar aanleiding van de Toeslagenaffaire wordt weinig aandacht besteed aan dit dubieuze systeem, wel blijkt het uit stukken die tijdens de parlementaire enquête naar buiten zijn gekomen.
Hof Den Haag 13 juli 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1301, V-N Vandaag 2022/1788 en NLF 2022/1496, m.nt. Roel Kerckhoffs.
Zie ook het fraaie proefschrift van Georgina Kuipers, ‘Beschadigd vertrouwen’, op 7 december 2021 verdedigd aan de Rijksuniversiteit Leiden, https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/onderzoeksoutput/rechtsgeleerdheid/beschadigd-vertrouwen.
De Stella-teams zijn ingesteld om mensen in complexe en urgente schuldsituaties met persoonlijke begeleiding te helpen. Per jaar helpen zij gemiddeld zo’n 1500 mensen die zeer ernstig in de knel zijn gekomen en waarbij inningsproblematiek vaak een grote rol speelt.
Voor buitengewoon sterk oplopende conflicten heeft de Belastingdienst verder een gespecialiseerd team (Escala). Dit team richt zich op het de-escaleren of beheersbaar maken van conflicten zodat er ruimte ontstaat om de onderliggende fiscale geschilpunten op te lossen.
Jacobse en Van Es zouden hebben gereageerd met: Mag ik een teiltje, mogen wij even overgeven.
De krommunicatie van het Simplisties Verbond lijkt hier toepasselijk: ‘Maar voorlopig, als ik samenvattend mag afsluiten, staat u dus eigenlijk als het ware met de zwarte piet tegen de muur’.
Kamerbrief van de staatssecretarissen Van Rij en De Vries van 12 juni 2024, https://open.overheid.nl/documenten/7f1409b4-a3f2-440c-8347-a7b33eafbba1/file.
Neologisme van Van Kooten en De Bie, porte-manteauwoord van schrijnend en nijpend.
Fiscale rechtsbescherming dient primair van de Belastingdienst te komen en daar is verbetering mogelijk. De Belastingdienst dient zich meer open te stellen voor invloeden van buiten, in het bijzonder van de wetenschap. Het onderzoeksrapport ‘Burgers beter beschermd’ van prof. Van Hout kan een belangrijke bijdrage leveren. Ook de belastingadviespraktijk zou invulling kunnen geven aan een maatschappelijke taak door in het opleidingstraject uren vrij te maken om burgers en kleine ondernemers te helpen bij geschillen met de Belastingdienst.
1. Inleiding
In zijn bijdrage ‘Behoefte aan fiscale rechtsbescherming zal alleen maar groter worden’ in WFR 2018/236, een informeel bijzonder nummer van het Weekblad fiscaal recht gewijd aan het symposium dat op 14 december 2018 in Den Haag werd gehouden ter gelegenheid van het afscheid van Hans van Leijenhorst als senior-raadsheer in het gerechtshof in Den Haag, heeft Leo Stevens een fraaie beschouwing geschreven over rechtsbescherming en rechtsstatelijkheid in het fiscale recht. Hij beschreef daarbij de diverse rollen binnen de Trias politica, van de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht en schuwde bepaaldelijk kritiek op deze machten niet. Zo ken ik Leo Stevens ook, het hart op de juiste plek, een duidelijke mening, oog voor rechtvaardigheid en rechtsstatelijkheid, maar altijd genuanceerd en geïnteresseerd in een contraire mening. Er is sinds 2018 veel gebeurd in de fiscale wereld en rechtsbescherming neemt een prominente plaats in. In deze bijdrage wil ik de kritiek van Leo Stevens uit 2018, met daarin een hartstochtelijk pleidooi voor meer rechtsstatelijkheid, nader analyseren en onderbouwen aan de hand van de huidige situatie en de huidige stand van zaken op het gebied van fiscale rechtsbescherming.
2. Rechtsstatelijkheid
Rechtsstatelijkheid is een van de pijlers van onze democratische rechtsstaat. De verhouding tussen overheid en burgers is het resultaat van een eeuwenlang ontwikkelproces dat uiteindelijk heeft geleid tot de moderne gedachten over rechtsstaat en rechtsstatelijkheid.2 Belangrijke kenmerken van de rechtsstaat zijn dat de machtsuitoefening van de overheid moet berusten op een wettelijke grondslag, dat er sprake is van machtenscheiding en dat het handelen van de overheid een voorzienbaar karakter moet hebben, met andere woorden een stabiele en betrouwbare overheid.
Het huidige tijdsgewricht kenmerkt zich door verharding van de onderlinge verhoudingen, wantrouwen en publicitaire profilering.
De verharding is op vele fronten kenbaar en baart mij grote zorgen. Dit is een probleem dat veel groter is dan het domein van het belastingrecht, maar ook in het belastingrecht is dit voelbaar. Het is nog niet lang geleden dat de President van de Hoge Raad3 aandacht vroeg voor het verschijnsel van de autonomen. Autonomen, die zich ook wel aanduiden als ‘soevereinen’ zijn mensen die het gezag van de overheid niet accepteren. Zij willen niets met de overheid te maken hebben; velen wensen zich ook niet aan wetten te houden en weigeren belasting en boetes te betalen. In kennelijk georganiseerde acties richten zij zich tot overheidsgremia zoals de Hoge Raad om die te bestoken met brieven waarin zij hun ‘lidmaatschap’ van de Staat der Nederlanden en de belastingheffende instanties en rechterlijke instanties wensen op te zeggen. Het blijkt te gaan om vele duizenden brieven die binnenkomen en dit is een verontrustend signaal.
Het is te makkelijk dit verschijnsel te wijten aan een steeds verdergaande individualisering van de samenleving; het komt niet alleen door burgers die zich individualistischer of zelfs egoïstischer gaan opstellen, maar zeker ook door de opstelling van de overheid. De toeslagenaffaire en de coronacrisis hebben een bijdrage geleverd aan het groeiende wantrouwen van burgers richting de overheid die forse steken4 heeft laten vallen. Daar komt bij dat de hersteloperatie van de toeslagenaffaire het vertrouwen in de overheid verder schaadt. Aan de ene kant krijgen mensen die geen schade hebben geleden wel een uitkering en aan de andere kant wordt er zo koortsachtig gepoogd geen onterechte uitkeringen te doen dat de kosten van het ambtenarenapparaat inclusief duurbetaalde consultants een veelvoud bedraagt van het bedrag dat daadwerkelijk aan hersteluitkeringen aan slachtoffers is uitbetaald. Een duidelijker signaal van overheidsfalen is nauwelijks denkbaar.
Het wegzetten van autonomen en soevereinen als complotdenkers en wappies draagt niet bij aan oplossing, de verhoudingen zullen verharden en het zal zeker niet leiden tot meer vertrouwen in de overheid. Anderzijds dient de overheid daar waar gehandhaafd moet worden, ook haar geloofwaardigheid niet te verliezen en het is lastig daar een betrouwbare, herkenbare en vertrouwenwekkende tussenweg in te vinden.
Wat ik bij de overheid mis is zelfreflectie, het zichzelf een spiegel voorhouden en de vraag stellen ‘wat doen wij verkeerd’, en niet de vraag ‘doen wij iets verkeerd’ en die vervolgens in een Pavlovreactie negatief beantwoorden, maar ervan uitgaan dat ook aan de overheidskant iets is misgegaan. Die reflectie, die zelfkritiek dient naar mijn mening binnen de overheid een grotere rol te krijgen, in de gemeenten, provincies en ministeries, maar ook binnen de rechterlijke macht.5
3. De naweeën van de toeslagenaffaire
De toeslagenaffaire heeft grote wonden geslagen in het rechtsgevoel van veel burgers. Niet alleen het vertrouwen in de Belastingdienst is hiermee geschaad, maar ook het vertrouwen in de rechterlijke macht en in de politiek. Niet vergeten dient te worden dat de aanstichter van de toeslagenaffaire eigenlijk de politiek is, die geleid door de waan van de dag moeilijk uitvoerbare en complexe fraudegevoelige wetgeving heeft aangenomen en signalen van de uitvoeringsorganisaties onvoldoende heeft laten doorklinken. De vraag is overigens wel of de signalen die vanuit de uitvoeringsorganisaties kwamen wel voldoende door de ambtelijke en politieke top van de Ministeries van Financiën en Sociale Zaken aan de politiek zijn doorgegeven; ik heb daar mijn twijfels over. En als dan de fraude daadwerkelijk geschiedt, buitelt de politiek publicitair over elkaar heen om te roepen dat fraude vooral bestreden moet worden en dat dat hard moet worden aangepakt. Dat bleek vervolgens koren op de molen van de toenmalige top van de Belastingdienst die, niet gehinderd door veel kennis van belastingen, inzette op een keiharde fraudebestrijding op basis van het 80-20-systeem waarbij op de koop toe werd genomen dat in 20% van de gevallen onrecht zou worden gedaan.6 Wat daarbij vervolgens werd verzuimd, was dat er een goede opvolging had moeten komen voor die 20% ongevallen. Dat is niet gebeurd en dat heeft de Belastingdienst danig opgebroken in het kader van vertrouwen, de belastingbetalers vanwege de kosten van de hersteloperatie, maar veel erger is dat duizenden burgers hierdoor voor het leven zijn beschadigd. Ook het vertrouwen in de rechtspraak heeft een flinke knauw gekregen, en ik geef toe formeel behoort de Afdeling rechtspraak van de Raad van State niet tot De Rechtspraak, maar voor de ogen van de burgers gaat het om een rechter die beslist over handelen van de overheid. Als binnen die rechtspraak een sterk gouvernementele sfeer heerst, dan is dit fnuikend voor de rechtsbescherming, zeker als de uitvoeringsorganisaties ook nog eens weinig magistratelijk handelen door incomplete dossiers aan te leveren. En als klap op de vuurpijl bleek dat uiteindelijk niemand echt verantwoordelijk werd gehouden voor het falen van de Belastingdienst Toeslagen en de rechtspraak. Er is geen strafrechtelijke vervolging gekomen van de leiding van de Belastingdienst die verantwoordelijk was voor de keiharde opstelling en het op illegale wijze procederen door incomplete dossiers aan de rechter voor te leggen. De redenering van het Gerechtshof Den Haag7 op het verzoek van toeslagenslachtoffers om alsnog tot vervolging van de Belastingdienst over te gaan is werkelijk tenenkrommend, bijna net zo erg als de houding van het Openbaar Ministerie in dezen. De strafrechtelijke immuniteit van de overheid is naar mijn mening echt niet bedoeld voor dit soort situaties. Ook binnen de Raad van State zijn de gevolgen beperkt gebleven tot een schoorvoetend terugtreden van Van Ettekoven.
Veel erger is dat het de overheid niet lukt om waar burgers zijn beschadigd op een fatsoenlijke wijze te komen tot schadeafhandeling. Dit lijkt een breed probleem binnen de overheid, of het nu gaat om Defensie die moeite heeft slachtoffers van slechte mortiergranaten in Mali of gedwongen gebruikers van kankerverwekkende verf fatsoenlijk te compenseren, de slachtoffers van de aardbevingen in Groningen of de slachtoffers van de toeslagenaffaire.8 Het blijkt dat de overheid de gelederen lijkt te sluiten als het gaat om claims van slachtoffers waarbij vervolgens gezocht gaat worden naar externe verantwoording om zo min mogelijk schadevergoeding uit te betalen waardoor zowel in Groningen als bij de toeslagenaffaire inmiddels de kosten van afhandeling hoger zijn dan de vergoedingen die slachtoffers hebben ontvangen, waarlijk een schande.
4. Burgers beter beschermd
4.1 Lichtpuntjes in de rechtsbescherming
En toch zijn er zeker lichtpuntjes. Een belangrijk lichtpunt is het rapport van de Commissie van prof. Diana van Hout getiteld ‘Burgers beter beschermd’,9 dat ziet op praktische rechtsbescherming in belastingzaken. Dit rapport is op 20 april 2021 door Commissievoorzitter Van Hout aangeboden aan de toenmalige Staatssecretaris van Financiën de heer Vijlbrief.
De Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken is ingesteld door de Staatssecretaris van Financiën in april 2020 en had als taak advies uit te brengen over de wijze waarop de Belastingdienst uitvoering geeft aan de bestaande middelen van rechtsbescherming om binnen wettelijke kaders en grenzen van de uitvoering de rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers zo goed mogelijk te waarborgen.
Dit rapport heeft opmerkelijk weinig aandacht gekregen in de fiscale vakliteratuur, daarom een korte samenvatting.
In het rapport zijn drie vragen centraal gesteld:
Hoe is het volgens de Commissie in algemene zin met de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken gesteld?
Welke mogelijkheden tot verbetering van de praktische rechtsbescherming zijn er volgens de Commissie binnen het bestaande wettelijke kader?
Kan extern toezicht op de Belastingdienst volgens de Commissie van toegevoegde waarde zijn voor de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken en zo ja, op welke wijze?
4.2 Praktische rechtsbescherming
De Commissie definieert dit als:
“Praktische rechtsbescherming in belastingzaken ziet op de mogelijkheid van burgers om – al dan niet met hulp van anderen ؘ– op een toegankelijke, transparante, begrijpelijke en effectieve manier gebruik te kunnen maken van hun fiscale rechten, zodat de belastingheffing en -inning plaatsvindt naar behoorlijkheid.”
In de praktijk stuiten burgers en kleine ondernemers op nogal wat hindernissen die hen belemmeren om bij juridische problemen een vorm van rechtsbescherming in te roepen. Dit wordt veroorzaakt door complexe regelgeving, strikte toepassing naar de letter van de wet omdat de beslisruimte voor belastingambtenaren beperkt is, burgers de inhoud of de strekking van brieven van de Belastingdienst vaak niet begrijpen en de veronderstelde eigen redzaamheid en proactiviteit van burgers die niet aansluiten bij de realiteit.
Er heerst angst bij burgers om te ageren tegen de Belastingdienst terwijl de verwachtingen van burgers over rechtsbescherming laag blijken te zijn. Als je dit koppelt aan de hoge kosten voor rechtshulp en het probleem voor sociaal zwakkeren om fiscale rechtshulp in te roepen, dan blijkt dat praktische rechtsbescherming onder de maat is. De Commissie concludeert dat de rechtsbescherming in belastingzaken tekortschiet in het licht van kernbeginselen van de rechtsstaat.
4.3 Verbetering praktische rechtsbescherming
De Commissie doet vier praktische aanbevelingen om de fiscale rechtsbescherming te verbeteren.
Ten eerste dient de Belastingdienst bij alle onderdelen de praktische rechtsbescherming van burgers centraal te stellen. De formele procedures zoals de bezwaarprocedure zijn hiervoor onvoldoende, omdat veel burgers dan al zijn afgehaakt. Praktische rechtsbescherming moet in de genen van de Belastingdienst komen te zitten, in de communicatie, in de dienstverlening, in de voorlichting en de primaire processen van de organisatie. Rechtsbescherming dient proactief en niet reactief te zijn.
Ten tweede moet de Belastingdienst rekening houden met verschillen in doenvermogen van burgers, niet alle burgers zijn zelfredzaam en kennen de wet. Gepleit wordt voor interne organisatiemaatregelen en inzet van andere organisaties. Bij schulden kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van schuldhulpvoorziening bij gemeenten en bij betalingsregelingen van een sociaal incassobeleid samen met andere overheidsorganisaties. De status aparte van de Belastingdienst voor wat betreft incasso dient beter te worden afgestemd waarbij de burger centraal moet komen te staan.
Ten derde dienen rechtshandhaving en rechtsbescherming beter met elkaar in evenwicht te worden gebracht. De Belastingdienst heeft vergaande bevoegdheden en de burgers beperkte rechtsbeschermingsmogelijkheden. Tegenover die vergaande bevoegdheden dienen waarborgen te staan indien die bevoegdheden niet behoorlijk worden uitgeoefend. Dit is niet alleen een aandachtspunt voor de wetgever, maar ook voor de Belastingdienst zelf (en impliciet ook voor de rechterlijke macht). Een belangrijke aanbeveling is dat medewerkers van de Belastingdienst meer beslisruimte krijgen om tot een behoorlijke belastingheffing te komen. De Belastingdienst dient beter gebruik te maken van de in art. 4:84 Awb toegekende bevoegdheid om af te wijken van een beleidsregel als de gevolgen voor belanghebbende wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen, met andere woorden ruimere toepassing van het evenredigheidsbeginsel. Het oude Belastingacademie-adagium ‘fortiter in re suaviter in modo’ dient in ere te worden hersteld.
Ten vierde dient de organisatiestructuur en -cultuur van de Belastingdienst te worden herijkt, met meer oog voor de menselijke maat. De bereikbaarheid van de Belastingdienst moet verbeterd worden door ervoor te zorgen dat medewerkers direct gebeld kunnen worden in plaats van slechts via de belastingtelefoon en door een beter gebruik van e-mail. Daarnaast is het kwijtraken van poststukken onaanvaardbaar voor een overheidsorganisatie. Verder dient er meer aandacht en vertrouwen te worden gegeven aan medewerkers in de uitvoeringspraktijk en dienen de Stella-10 en Escala-11teams meer ruimte te krijgen om probleemgevallen op te lossen. Ook zouden deze teams beter bereikbaar moeten zijn voor de burgers.
4.4 Extern toezicht op de Belastingdienst
De Commissie is van mening dat extern toezicht slechts beperkt toegevoegde waarde voor de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken zal hebben. De signaleringsfunctie naar de politiek dient te worden verbeterd, maar vooral dient pro bono rechtshulp en bijstand voor burgers beter beschikbaar te komen. De Commissie beveelt aan inspiratie te putten uit de Taxpayer Advocate Service in de Verenigde Staten.
5. Reactie Staatssecretaris van Financiën
Bij Kamerbrieven van 22 april 202112 en 21 maart 202213 hebben de opeenvolgende staatssecretarissen Vijlbrief en Van Rij gereageerd op het rapport en een overzicht verstrekt van de stand van zaken ter zake van de aanbeveling uit het rapport ‘Burgers beter beschermd’ aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De eerste brief van staatssecretaris Vijlbrief beperkt zich grotendeels tot obligate algemeenheden als: ik zal uw Kamer nader informeren, ik geef meer richting aan het invullen van de aanbevelingen van de Commissie, ik streef ernaar u in de voortgangsrapportage nader te informeren, ik ben bezig met evalueren en ik wil mij de komende tijd inspannen voor mijn ambitie om de Belastingdienst tot een Dienst te maken voor iedereen.14 De tweede brief van staatssecretaris van Rij wordt iets concreter maar bevat ook veel algemeenheden en blijft hangen in pilots en verbeterplannen, het beleidsvoornemen om medewerkers van de Belastingdienst meer discretionaire bevoegdheid te geven moet nog nader worden uitgewerkt in beleid, er wordt gewerkt aan een ‘proof of concept’ voor een digitaal bezwaar platform vanuit burgerperspectief en het WODC is een onderzoek gestart naar zelfredzaamheid binnen de Wet op de rechtsbijstand.15
Wel is in het coalitieakkoord 2021-2025 van het kabinet-Schoof aangekondigd dat er een laagdrempelige onafhankelijke fiscale rechtshulp naar het voorbeeld van de Amerikaanse Taxpayer Advocat Service (TAS) zal komen. Voorshands is de instelling daarvan blijven hangen op de vraag of deze TAS moeten rapporteren aan het Ministerie van Financiën of aan de Tweede Kamer.16
Het is te hopen dat een nieuwe staatssecretaris meer aandacht zal hebben voor verbetering van de fiscale rechtsbescherming. De plannen van de Commissie Van Hout zijn waardevol en concreet genoeg om daadwerkelijk aangepakt te worden en verdienen meer dan obligate algemeenheden in Kamerbrieven. Overigens bereiken mij geluiden vanuit de Belastingdienst dat men wel degelijk bezig is met het zoeken naar invulling van de menselijke maat, maar dat dit binnen het huidige stramien waarin weinig beleidsvrijheid voor individuele inspecteurs en belastingambtenaren bestaat, lastig valt in te vullen. Te gemakkelijk wordt het excuus van risico op precedentwerking door een beroep op het gelijkheidsbeginsel gebruikt om deze discretionaire bevoegdheid en menselijke maat op een afstand te houden van individuele belastingambtenaren. Juist de roep om meer menselijke maat zou centraal dienen te staan en het geven van ruimte aan belastingambtenaren om in individuele gevallen gebruik te maken van de bevoegdheid zoals bijvoorbeeld toegekend in artikel 4:84 Awb en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel, zou bepaald een stimulans kunnen geven voor verbetering van de dienstverlening en de rechtsbescherming door de Belastingdienst.
6. Slot
Het is duidelijk dat het verlenen van fiscale rechtsbescherming en het toepassen van de menselijke maat en het evenredigheidsbeginsel nog niet in de genen van de Belastingdienst zit. Het is een proces dat langere tijd zal vergen, maar het verdient ook betere begeleiding dan tot nu toe. De organisatie van de Belastingdienst kraakt in haar voegen door problemen in de uitvoeringssfeer, denk bijvoorbeeld aan het box 3-debacle. Toch is het van eminent belang dat ook de Belastingdienst meer aandacht gaat geven aan rechtsbescherming en zich openstelt voor invloed van buiten; in het bijzonder de wetenschap, indachtig het fraaie rapport van professor Van Hout, kan een belangrijke bijdrage leveren om deuren die nu gesloten zijn te openen.
Waar ik in deze bijdrage geen aandacht aan heb besteed, is de toegang tot de rechter. Daarvoor is helaas het bestek van deze bijdrage te kort. Wel wil ik kort hierover melden dat in het algemeen de toegang tot de rechter voor degene die het zich kan veroorloven goed is geregeld. Wie de tarieven van belastingadviseurs met proceservaring kan betalen, kan er op rekenen van voldoende rechtsbijstand te worden voorzien. Natuurlijk zijn er randproblemen zoals bijvoorbeeld het gesloten stelsel waardoor het niet mogelijk is tegen bepaalde besluiten van de Belastingdienst bezwaar en beroep aan te tekenen, denk aan controlehandelingen en inlichtingenuitwisseling met het buitenland. Dit is een schrijpend17 rechtstekort maar dit valt in het niet bij het rechtstekort dat bestaat ten aanzien van de minderbedeelden in de samenleving. De on- en minvermogenden staan veelal niet vooraan in de rij qua fiscaal doenvermogen, maar zij hebben de mogelijkheid om een toevoeging van een sociaal advocaat te vragen. Nu is het zo dat in fiscale geschillen deze sociale advocaten niet altijd de best geëquipeerde personen zijn om fiscale rechtsbijstand te geven. Een belangrijk manco hierbij is ook dat in de bezwaarfase of in de inlichtingenfase helemaal geen gesubsidieerde bijstand mogelijk is. Een tweede belangrijk manco is er voor degenen die niet on- of minvermogend zijn, maar evenmin over dusdanig ruime middelen beschikken dat zij duurbetaalde belastingadviseurs kunnen inhuren. Ook hiervoor geldt dat een ongelijk speelveld bestaat tussen belastingplichtige en Belastingdienst en het beginsel van fair trial is soms ver te zoeken.
Met andere woorden er valt veel te verbeteren, door de Belastingdienst, door de wetgever, door de politiek en ook door de rechterlijke macht. Ook voor belastingadviseurs zou kunnen gelden dat deze een maatschappelijke taak tot zich nemen en bijvoorbeeld in het opleidingstraject uren vrijmaken om burgers en kleine ondernemers terzijde te staan in geschillen met de Belastingdienst zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.
De door Leo Stevens in 2018 geschetste aandachtspunten ten aanzien van rechtsstatelijkheid staan ook heden ten dage nog recht overeind.
Ik wens Leo nog heel veel mooie jaren toe waarbij hij ongetwijfeld de fiscaliteit niet met rust zal laten.