NJB 2024/254
Soevereinen en autonomen in recht en rechtspraak
Een overzicht
Luuk de Boer, datum 29-01-2024
- Datum
29-01-2024
- Auteur
Luuk de Boer1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS942856:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Staatsrecht (V)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Staatsrecht / Rechtspraak
- Wetingang
Voetnoten
Voetnoten
Mr. dr. L.O. de Boer is werkzaam als Universitair Docent Algemene Rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is te bereiken op l.o.de.boer@rug.nl.
Eerst op papier (interview opgetekend door B. Zuidervaart, ‘Grote zorgen over burgers die zich willen losmaken van de overheid’, Trouw 1 december 2023), daarna bij Nieuwsuur, 3 december 2023. Hoewel de terminologie anders doet vermoeden, blijkt in de juridische praktijk het onderscheid tussen autonomen en soevereinen beperkt; er wordt wel eens gesteld dat enkel soevereinen zich volledig van de samenleving willen loskoppelen, maar in de praktijk wordt dat ook gesteld door zelfbenoemde autonomen (zie bijvoorbeeld Rb. Overijssel 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4166 ((‘omdat hij autonoom is geboren en zelf de keuze kan maken en heeft gemaakt dat hij niet meer meedoet met het Nederlandse systeem en zich niet meer laat vertegenwoordigen door de Nederlandse volksvertegenwoordiging’)). Beide termen worden in dit artikel dan ook zonder precies onderscheid gebruikt. De auteur bedankt Jan Brouwer, Michelle Bruijn, Berend Roorda en de NJB-redactie voor productieve opmerkingen en suggesties.
De precieze inhoud van deze brieven verschilt per instantie, maar volgen verder een vast stramien en zijn zonder al te veel moeite op te sporen. Zie bijvoorbeeld de website ‘autonoom totaal’, beheerd door de bekende autonomen-goeroe Jeannette Lohuis, met daarop standaardbrieven die respectievelijk aan de Belastingdienst, de Hoge Raad en de Raad van State te richten zijn (autonoomtotaal.nl/levend-verklarendocumenten-stap-1-4/); voor brieven aan de Kiesraad en decentrale overheden, zie bijvoorbeeld de standaardbrieven opgenomen als bijlage bij M. van Leeuwen, Ken uw Recht, Amstelveen: BF Uitgeverij 2023, p. 282-328; al deze brieven zijn ook op meerdere plekken tegen betaling verkrijgbaar, waaronder bijvoorbeeld op de website van Burgerfront, geleid door Jeroen Sloendregt (veilig.nu/product/juridische-toolkit-voorondernemers/), op het platform van Luca van Dinter, een andere bekende goeroe (vrijmensinwording.nl/info/informatie), of van Youri Plate, via het ‘Juridisch Kantoor Plate’ (youriplate.nl/). Vrijwel al deze personen, zoals hieronder zal worden uiteengezet, hebben reeds hun opwachting in de rechtszaal gemaakt.
Vielschreiberei: S. Goertz, ‘Identitäre Bewegung – Reichsbürger – Selbstverwalter. Eine aktuelle Analyse’, SIAK-Journal – Zeitschrift für Polizeiwissenschaft und polizeiliche Praxis 2021/1, p. 56-68, p. 66; ‘“Reichsbürger” und “Selbstverwalter” – Staatsfeinde, Geschäftemacher, Verschworungstheoretiker’ (Rapport Bundesamt für Verfassungsschutz juni 2023), p. 19; over paper terrorism, zie bijvoorbeeld D. Fleishman, ‘Paper Terrorism: The Impact of the “Sovereign Citizen” on Local Government’, The Public Law Journal 2004/27.2, p. 1-10.
Een (incompleet) overzicht van de autonomen en soevereinen in de media biedt de website van ‘soevereinen- en autonomenwatcher’ Guus Disselkoen: autonoom.info/?page_id=26.
De tot nog toe enige uitzondering wordt gevormd door een zeer recente bijdrage van L.J. Boone, ‘De opkomst van soevereine en autonome belastingweigeraars in Nederland’, Belastingblad 2023/317; individuele rechtszaken gevoerd door autonomen of soevereinen zijn rijkelijk voorhanden en voor dit artikel verzameld, maar een coherente uiteenzetting van het fenomeen ontbreekt. L.O. de Boer, ‘Soevereiniteit, maskers en het sociaal contract: over het recht van de autonomen’, NJBlog 4 september 2023 (online), stipt slechts enkele karaktereigenschappen aan en bespreekt een zeer beperkt deel van de beschikbare rechtspraak.
Voor het eerst in de Canadese uitspraak Meads vs. Meads, (2013) 3 WWR 419 – 543 AR 215 – 74 Alta LR (5th) 1 – (2012) AJ No 980 (QL); zie voorts, met de nadruk op Canada, het werk van Donald Netolitzky, een pionier op dit gebied: D. J. Netolitzky, ‘The History of the Organized Pseudolegal Commercial Argument Phenomenon in Canada’, Alberta Law Review 2016/53.3, p. 609-42; ‘Organized Pseudolegal Commercial Arguments [OPCA] in Canada; an Attack on the Legal System’, Journal of Parliamentary and Political Law 2016/10, p. 137-193; ‘Organized Pseudolegal Commercial Arguments in Canadian Inter-Partner Family Law Court Disputes’, Alberta Law Review 2017/54.4, p. 955-996; ‘Organized Pseudolegal Commercial Arguments as Magic and Ceremony’, Alberta Law Review 2018/55.4, p. 1045-1088; ‘Lawyers and Court Representation of Organized Pseudolegal Commercial Argument (OPCA) Litigants in Canada’, U.B.C. Law Review 2018/51.2, p. 419-88; ‘Humdrum Becomes a Headache: Lawyers Notarizing Organized Pseudolegal Commercial Argument Documents’, Advocates’ Quarterly 2019/49.3, p. 279-305; ‘After the Hammer: Six Years of Meads v. Meads’, Alberta Law Review 2019/56.4, p. 1167-1208; ‘The Grim Parade: Supreme Court of Canada Self-Represented Appellants in 2017’, Alberta Law Review 2021/59.1, p. 117-170; ‘The Dead Sleep Quiet: History of the Organized Pseudolegal Commercial Argument Phenomenon in Canada – Part II’, Alberta Law Review 2023/60.3, p. 795-832; ‘New Hosts for an Old Disease: History of the Organized Pseudolegal Commercial Argument Phenomenon in Canada – Part III’, Alberta Law Review 2023/60.4, p. 971-1016. D. J. Netolitzky, R. Warman. ‘Enjoy the Silence: Pseudolaw at the Supreme Court of Canada’, Alberta Law Review 2020/57.3, p. 715-68.
Zie bijvoorbeeld M. van Leeuwen, Ken uw Recht, Amstelveen: BF Uitgeverij 2023, p. 222.
Zie, naast de hierboven reeds geciteerde literatuur, de volgende selectie. Verenigde Staten: S.P. Koniak, ‘When Law Risks Madness’, Cardozo Studies in Law and Literature 1996/8.1, p. 65-138; S.P. Koniak, ‘The Chosen People in Our Wilderness’, Michigan Law Review 1997/95.6, p. 1761-98; F.X. Sullivan, ‘The Usurping Octopus of Jurisdictional/Authority: The Legal Theories of the Sovereign Citizen Movement Comment’, Wisconsin Law Review 1999/4, p. 785-823; A. Harris, ‘Vultures in Eagles’ Clothing: Conspiracy and Racial Fantasy in Populist Legal Thought’, Michigan Journal of Race and Law 2005/10.2, p. 269-326; M. Theret, ‘Sovereign Citizens: A Homegrown Terrorist Threat and Its Negative Impact on South Carolina’, South Carolina Law Review 2021/63.4, p. 853-85; J. Evans, ‘The “Flesh and Blood” Defense’, William & Mary Law Review 2021/53.4, p. 1361-1393; J.P. Weir, ‘Sovereign Citizens: A Reasoned Response to the Madness’, Lewis & Clark Law Review 2015/19.3, p. 829-70; S. Dew, ‘Moors Know the Law: Sovereign Legal Discourse in Moorish Science Religious Communities and the Hermeneutics of Supersession’, Journal of Law and Religion 2016/31.1, p. 70-91; M. Mastrony, ‘Common-Sense Responses to Radical Practices: Stifling Sovereign Citizens in Connecticut’, Connecticut Law Review 2016/23.1, p. 1013-1033; J.K. Phillips, ‘Not All pro Se Litigants Are Created Equally: Examining the Need for New pro Se Litigant Classifications through the Lens of the Sovereign Citizen Movement’, Georgetown Journal of Legal Ethics 2016/29.4, p. 1221-1236; C. Kalinowski, ‘A Legal Response to the Sovereign Citizen Movement’, Montana Law Review 2018/80.2, p. 153-210; C. McRoberts, ‘Tinfoil Hats and Powdered Wigs: Thoughts on Pseudolaw’, Washburn Law Journal 2019/58, p. 637-668; C.M. Sarteschi, Sovereign Citizens: A Psychological and Criminological Analysis. Cham: Springer, 2020; M. Ligon, ‘The Sovereign Citizen Movement: A Comparative Analysis with Similar Foreign Movements and Takeaways for the United States Judicial System’, Emory International Law Review 2021/35.2, p. 297-332; S. Barrows, ‘Sovereigns, Freemen, and Desperate Souls: Towards a Rigorous Understanding of Pseudolitigation Tactics in United States Courts’, Boston College Law Review 2023/62.3, p. 904-40; C. M. Sarteschi, ‘Sovereign Citizens: A Narrative Review with Implications of Violence towards Law Enforcement’, Aggression and Violent Behavior 2021/60, p. 101-9. Duitsland: C. Caspar & R. Neubauer, ‘Durchs wilde Absurdistan – Oder: wie “Reichsbürger” den Fortbestand des deutschen Reiches beweisen wollen’, Landes- und Kommunalverwaltung 2012/12, p. 529-37; C. Caspar & R. Neubauer, ‘Durchs wilde Absurdistan: Was zu tun ist, wenn “Reichsbürger” und öffentliche Verwaltung auf einandertreffen’, in: D. Wilking (red.), ‘Reichsbürger’: ein Handbuch. Potsdam: Demos – Brandenburg 2015, p. 93-171; T. Stahl en H. Homburg, ‘“Souveräne Bürger” in den USA und deutsche “Reichsbürger” ein Vergleich hinsichtlich Ideologie und Gefahrenpotenzial’, in: D. Wilking (red.), ‘Reichsbürger’: ein Handbuch. Potsdam: Demos – Brandenburg 2015, p. 203-224; C. Caspar & R. Neubauer, ‘Begegnungen mit einer Parallelwelt – Empfehlungen zum Umgang mit “Reichsbürgern” in der kommunalen Praxis’, Kommunaljurist 2017/10, p. 361-66; J. Rathje, Reichsbürger, Selbstverwalter und Souveränisten: vom Wahn des bedrohten Deutschen, Münster: Unrast 2017; T. Schmidt-Lux, ‘Räume eigenen Rechts: Reichsbürger zwischen Autonomie und Monarchie’, Sociologia Internationalis 2018/56.1, p. 1-24; J.-G. Keil, ‘Zur Abgrenzung des Milieus der “Reichsbürger” – Pathologisierung des Politischen und Politisierung des Pathologischen’, Forensische Psychiatrie, Psychologie, Kriminologie 2021/15.3, p. 255-73; B. Horten & M. Orth. ‘Kriminologischer Beitrag’, Forensische Psychiatrie, Psychologie, Kriminologie 2023/17.2, p. 255-58; F. Hufen, ‘Die politische Treuepflicht der Beamten (Art. GG Artikel 33 GG Artikel 33 Absatz IV Und GG Artikel 33 Absatz V GG)’, Juristische Schulung 2023/6, p. 521-28; A. Nitschke, ‘Reichsbürger im Staatsdienst’, Neue Juristische Wochenschrift, 2023/1, p. 8-13; M. A. Wiegand, ‘Keine Waffen für AfD-Mitglieder?’ Neue Zeitschrift für Verwaltungsrecht 2023/16, p. 1211-16; J. Wagner, ‘Juristisches Neuland – Über den Umgang von Richterdienstgerichten mit AfD-Richtern und -Staatsanwälten’, Neue Juristische Wochenschrift 2023/8, p. 501-6; Ierland: G. Sammon, ‘Organised Pseudo-Legal Commercial Argument Litigation: Challenges for the Administration of Justice in Ireland’, Dublin University Law Journal 2015/38.1, p. 85-102; Australië en Nieuw-Zeeland: H. Hobbs, S. Young & J. McIntyre, ‘The Internationalisation of Pseudolaw: The Growth of Sovereign Citizen Arguments in Australia and Aotearoa New Zealand’, University of New South Wales Law Journal 2023/47.1, p. 1-33; H. Hobbs, S. Young & J. McIntyre, ‘The growth of pseudolaw and sovereign citizens in Aotearoa New Zealand courts’, New Zealand Law Journal 2023/1, p. 6-10. Algemeen: S. A. Kent, ‘Freemen, Sovereign Citizens, and the Challenge to Public Order in British Heritage Countries’, International Journal of Cultic Studies 2015/6, p. 1-15; V. Fiebig & D. Koehler. ‘Uncharted Territory: Towards an Evidence-Based Criminology of Sovereign Citizens Through a Systematic Literature Review’ 2022/16.6, p. 34-48; D. Griffin, Lexomancy: Law and Magic in the Pseudolegal Writings of the Sovereign Citizen Movement (diss. Cardiff), 2022.
Court of Queen’s Bench of Alberta, 18 september 2012, Meads vs. Meads, [2013] 3 WWR 419 – 543 AR 215 – 74 Alta LR (5th) 1 – (2012) AJ No 980 (QL).
Vergelijkbaar, maar minder grondig, zijn voor de VS, United States Tax Court, 6 augustus 2015, Waltner vs.Commissioner, 107 T.C.M. (CCH) 1189, en voor Duitsland, Finanzgericht Münster, 14 april 2015, ECLI:DE:FGMS:2015:0414.1K3123.14F.00.
Recent voor Australië en Nieuw-Zeeland, en met hetzelfde doel, is Hobbs, Internationalisation.
Deze en de hieronder uiteengezette methodologische zaken spelen ook elders; zie Netolitzky, The Dead Sleep Quiet, p. 810; Netolitzky, Family, p. 964-965; Netolitzky, Lawyers, p. 429-430 en aldaar 429n1; Netolitzky, Grim Parade, p. 158-161; Hobbs, Young & McIntyre, Internationalisation, p. 15.
In 2013, het jaar waarin de eerste procedures lijken te zijn gevoerd, gaat het om vier zaken; acht in 2014; vijf in 2015; drie in 2016; vijf in 2017; zeven in 2018; zes in 2019; tien in 2020; achttien in 2021; achttien in 2022 en zaken in 2023. Omdat op 16 januari 2024 voor het laatst is gezocht is voor 2024 slechts één zaak meegenomen.
Netolitzky, The Dead Sleep Quiet, p. 810 identificeert 1298 Canadese zaken. Hobbs, Young & McIntyre, Internationalisation, p. 15 circa 200 zaken voor Australië en Nieuw-Zeeland. In de VS gaat het waarschijnlijk om enkele duizenden zaken: Kalinowski, Legal Response, p. 42-57 biedt een incomplete lijst voor de VS met enkele honderden zaken terwijl Brian Slater zich heeft beperkt tot 530 zaken (B.S. Slater, Sovereign Citizen Movement: An Empirical Study on the Rise in Activity, Explanations of Growth, and Policy Prescriptions (masterscriptie Naval Postgraduate School), 2016). Ook in Duitsland gaat het om honderden gepubliceerde zaken.
Artikel 4, lid 2 onder e, Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank Rechtspraak.nl; voor dit artikel is ook met behulp van InView gezocht. De zaken die aan de wrakingen ten grondslag liggen, blijven meestal onvindbaar.
Rb. Zeeland-West-Brabant 16 mei 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:3344; Rb. Gelderland 19 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:7036; CBb, 20 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:185; CBb, 25 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:198; Rb. Zeeland-West Brabant 23 november 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6965; Rb. Gelderland 27 december 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:7390; ook genoemd in het beroepschrift bij Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869 (bij auteur bekend).
Een uitzondering vormt autonomengoeroe Youri Plate en diens Juridisch Advieskantoor (zie noot 2), gemachtigde in de zaken Rb. Limburg 28 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:10196 (wraking), Rb. Limburg 23 augustus 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4961 (weigering gemachtigde wegens ernstige onbekwaamheid) en Hof ’s Hertogenbosch 21 december 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4284 (hoger beroep weigering gemachtigde); in een recent, geanonimiseerd kort geding heeft de voorzieningenrechter het Advieskantoor, op straffe van een dwangsom, verboden nog langer onjuist belastingadvies te verstrekken (Rb. Limburg 8 november 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:6530, NLF 2023/2632, m.nt. Y.E.J. Geradts). De Rechtbank Limburg merkt in deze zaken zelf op welbekend te zijn met de heer Plate; bij hoeveel verdere rechtszaken de man betrokken is geweest blijft echter giswerk.
Donald Netolitzky maakt, voor Canada, onderscheid tussen verschillende type mensen die een beroep doen op het pseudorecht; Netolitzky, Attack, p. 175-182; Netolitzky, Magic and Ceremony, p. 1079-80 (toevallige gebruikers; gelukszoekers; gecommitteerde autonomen); zo ook voor Duitsland Caspar & Neubauer, Absurdistan, p. 531. Voor Nederland is, deels door de anonymisering van rechtspraak, te weinig informatie beschikbaar om hier solide uitspraken over te doen. Wel worden gelegenheidsargumenten af en toe zichtbaar. In een serie zaken over COVID-19-subsidie bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven werd aanvankelijk een juridische discussie gevoerd. Toen men de zaken dreigde te verliezen werd de rechter gewraakt en werden pseudorecht-argumenten ingezet (zie CBb, 22 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:801 en ECLI:NL:CBB:2022:802; CBb, 6 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:783 en daarna CBb 20 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:185; CBb 25 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:198); gelukszoeker lijkt ook voor te komen in Rb. Gelderland 28 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5155.
Voor de oorsprong van deze groep, hier verder buiten beschouwing gelaten, zie, o.a., Koniak, ‘Madness’; Sullivan, ‘Usurping Octopus’, p. 786-795; Harris, ‘Vultures’, p. 298-303; Evans, ‘The ‘Flesh and Blood’ Defense’, p. 1365-8; Weir, ‘Sovereign Citizens’, p. 836-7; Ligon, ‘Sovereign Citizen’, p. 300-2.
Rijkelijk voorhanden zijn deze bronnen evenwel niet; doorgaans is er slechts sprake van een enkel woord of een enkele zinsnede. Zie echter Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6265; Hof Arnhem-Leeuwarden 11 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3062; Rb. Gelderland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3176; HR 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:127; Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863; Rb. Den Haag 22 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13175; Hof Amsterdam 3 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1107; Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9055.
Netolitzky, ‘The Dead’, p. 796-7; zie o.a. Rb. Zeeland-West-Brabant 16 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7668; ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1744; ook in het beroepschrift bij Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869 (bij auteur bekend).
HR 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:127, NTFR 2023/195, m.nt. I. van Wijk.
Deze of vergelijkbare terminologie is bij ten minste de helft van de geïdentificeerde Nederlandse zaken expliciet in de gepubliceerde tekst opgenomen. Bijvoorbeeld Rb. Noord-Nederland 17 mei 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2387 (‘ik ben een levend mens’); Rb. Zeeland-West-Brabant 15 maart 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1861 (‘levend mens van vlees en bloed’ en ‘de enig erfgenaam en beneficiary van de naletenschap van de juridische entiteit [gedaagde]’); Rb. Noord-Holland 21 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2287 (‘vrij en soeverein mens van vlees en bloed’); Rb. Gelderland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3178 (‘levende man’).
Over het universele karakter van dit idee onder autonomen en soevereinen, zie o.a. Sullivan, Usurping Octopus, p. 797-8, 809-811; Evans, The ‘Flesh and Blood’ Defense, p. 1372-4; Kalinowski, Legal Response, p. 158-164; Netolitzky, History, p. 633-5; Barrows, Pseudolitigation Tactics, p. 912-3; Hobbs, Internationalisation, p. 16-9; Court of Queen’s Bench of Alberta, 18 september 2012, Meads v. Meads, paras. 417-446. In Duitsland, zie Caspar & Neubauer, Was zu tun, p. 124; voor een greep uit vele zaken, zie Bayerischer Verwaltungsgerichtshof, 16 januari 2019, ECLI: DE:BAYVGH:2019:0116.21C18.578.0A (‘Seine angeblichen Steuerschulden existierten nicht. Als lebendiger Mensch könne er auch kein Drittschuldner sein. Er sei “ein beseelter, geistig-sittlicher Mensch, ein Mann aus Fleisch und Blut, der absolute Rechteträger durch seine Lebendgeburt”’.); Verwaltungsgericht München, 17 december 2021, ECLI:DE:VGMUENC:2021:1217. M13LDK18.4077.00 (‘Unterzeichnet ist der Brief – wie schon andere zuvor – mit “L … Mann aus der Familie H …”. Darunter steht Folgendes eingeklammert: “Diese Formulierung soll sagen, dass ich keine Person bin, das wäre ein Maskenwesen. Ich bin ein gefühlvoller, bewusster Mensch aus Fleisch und Blut. Deshalb habe ich auch keinen Personalausweis. Wessen Personal – Abhängiger wäre ich denn mit einem solchen Ausweis? Jener vielleicht der Staatssimulation “Bundesrepublik Deutschland”? Wollen Sie eigentlich eine “Bundesrepublik Deutschländerin” sein oder wessen Staates Angehörige sind denn Sie?’)
Rb. Gelderland 6 oktober 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5477 (‘Belanghebbende heeft (…) uitgelegd dat hij een mens van vlees en bloed is. Hij vindt dat hij geen natuurlijk persoon is, want het woord persoon komt uit het Latijn en duidt een rol aan. Belanghebbende is geen rol, maar een mens’); Rb. Den Haag 20 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17305 (‘ik sta hier als levend mens en niet als persona’, wrakingszaak van Johan R., betrokkene bij boerenprotesten); Van Leeuwen, Ken uw Recht, p. 30, Netolitzky, Magic, p. 1078.
Zo bijvoorbeeld Rb. Gelderland 11 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1625 (‘B.V. Nederland, de rechterlijke macht of de officier van justitie heeft/hebben geen jurisdictie over verzoekers, nu deze jurisdictie zich beperkt tot natuurlijke personen’).
Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 31 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2770, over motorrijtuigenbelasting (‘[de rechter negeert] dat hij als soeverein persoon met niemand anders te maken heeft dan met zijn geboorte- en grondrecht als individu. Daarom is hij heerser over zichzelf en heeft hij niets met de Grondwet te maken’).
Zie bijvoorbeeld Rb. Noord-Holland 21 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2287 (‘betrokkene [is] een levend mens van vlees en bloed met een levende ziel en [heeft] een verklaring van leven opgesteld waarmee het beroep is vernietigd’); deze verklaring behelst weinig anders dan een vertaling van de Engelse ‘Notice of Understanding, Intent, and Claim of Right’ (Netolitzky, ‘Silence’, p. 740); cf. de standaardbrief in Van Leeuwen, Ken uw Recht, p. 285-291. Voor een amusant Duits voorbeeld van een ingeleverd Personalausweis, zie Verwaltungsgericht Göttingen, 29 januari 2018, ECLI:DE:VGGOETT:2018:0129. 1B384.17.00 (‘Nicht überzeugend sind auch die Ausführungen zur Rückgabe des Personalausweises. Dieser ist der Breite nach gebrochen. Dass dies lediglich auf ein versehentliches Mitwaschen in einer Waschmaschine zurückzuführen ist, ist angesichts des stabilen Materials nur schwer vorstellbar’); voor de VS, zie Kalinowski, Legal Response, p. 161-3.
Bijvoorbeeld: Rb. Overijssel 6 december 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:3105; Rb. Noord-Holland 16 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:10915; Hof Amsterdam 3 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1107; Rb. Gelderland 19 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:7036; Rb. Amsterdam 18 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3618; Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6265; in Duitsland, zie bijvoorbeeld Verwaltungsgericht Düsseldorf, 16 december 2022, ECLI:DE:VGD:202 2:1216.6L2430.22.00 (‘zum Teil wird das Recht auf Selbstverwaltung für sich unter Bezug auf die Menschenrechte oder auf eine UN-Resolution reklamiert’); in Canada, vgl. Netolitzky, Enjoy the Silence, p. 739, 742.
Cf. ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1744; Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863 (‘tevens heb ik diverse malen duidelijk aangegeven dat namen in hoofdletters niet bestaat [sic] voor het bedrijf De Staat der Nederlanden NV’); Rb. Gelderland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3176 (‘: [voornamen gedaagde]: van de familie: [gedaagde]:’). Deze praktijken zijn te herleiden naar David Wynn Miller, een excentrieke Amerikaanse sovereign citizen-goeroe; zie McRoberts, Tinfoil Hats, p. 638-9. Vergelijkbare praktijken in bijvoorbeeld Duitsland en Canada; zie, e.g., Stahl en Homburg, ‘“Souveräne Bürger”’, p. 215 (‘Heinz, Familie der Müller’); Netolitzky, ‘Enjoy the Silence’, p. 716 (‘Elio, A Flesh and Blood Human Being, of the Family Dalle Rive, Authorized Representative of ‘Elio Dalle Rive’); Meads vs. Meads, paras. 206-213.
Rb. Overijssel 6 december 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:3105; zie ook Rb. Den Haag 22 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13175 (‘De politierechter houdt de verschenen persoon voor dat op de dagvaarding de naam [verdachte] staat. Die persoon merkt op dat hij dat helaas niet is. Hij is niet de naam die de politierechter opleest, valt niet onder maritieme wetten, hij is een kind van God, een vrij mens en valt onder het universeel verdrag voor de Rechten van de Mens. De politierechter vraagt met welke naam hij wordt aangesproken. Hij antwoordt dat zijn vriendin schatje tegen hem zegt, dat de hond naar hem blaft en dat zijn advocaat zegt dat hij een oen is. De politierechter vraagt welke naam hij opgeeft. De versche nen persoon antwoordt op vragen van de politierechter te zijn een gegijzeld vrij mens, geboren op [geboortedatum] 1967 op deze aardkloot’.) Zie voorts Rb. Noord-Nederland 8 oktober 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3389 (eiser heeft naar eigen zeggen na het terug-claimen van de eigen naam een ‘soevereine status’); de weigering zich te identificeren is ook internationaal gebruikelijk, zie bijvoorbeeld Kalinowski, Response, p. 162 (VS); Meads vs. Meads, 245 (Canada).
Vergelijkbaar is ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1744 (‘:[appellant]: I AM Without Prejudice UCC 1-308 Beneficiary, Authorized Agent and Representative for the legal fiction [appellant]’; zie ook Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10153 (‘de sanctie is gestuurd naar de natuurlijke persoon. Namens de mens is door [voornaam/achternaam betrokkene] daarop gereageerd. [voornaam/achternaam betrokkene] is eigenaar van de natuurlijke persoon en heeft daarover het autonome zelfbeschikkingsrecht. De natuurlijke persoon [betrokkene] kan de overtreding nimmer hebben begaan omdat de natuurlijk persoon slechts een fictie is, gecreëerd door de Nederlandse Staat en voorzien van een BSN-nummer’).
Hof Arnhem-Leeuwarden 11 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3062; zie ook Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863 (‘U wist dat een levende mens voor u zat maar de zaak ging over een fysieke persoon welke dus niet bestaat’); Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5635 (‘volgens eiser [moet] onderscheid worden gemaakt tussen een ‘privaatrechtelijk natuurlijk persoon’ en een ‘publiekrechtelijk voornamelijk man’).
Zie, voor Canada, Netolitzky, Magic and Ceremony, p. 1080; Meads vs. Meads, para. 252; voor de VS, Barrows, Pseudolitigation Tactics, p. 917-8.
Autonomen spreken ook wel over het ‘eigendom’ van deze natuurlijke persoon; vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10153 (‘[voornaam/achternaam betrokkene] is eigenaar van de natuurlijke persoon en heeft daarover het autonome zelfbeschikkingsrecht’); Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3164 (‘hij is nooit geïnformeerd of akkoord gegaan met eigendomsrecht en beschikkingsrecht over zijn natuurlijk persoon’).
Zie hierover, en over de nog te bespreken ideeën over contract en consent, C. R. Arcenas, America’s Philosopher: John Locke in American Intellectual Life, London: The University of Chicago Press, 2022.
Zie o.a. Sullivan, Usurping Octopus, p. 801-804; Kalinowski, Legal Response, p. 158-164; Barrows, Pseudolitigation Tactics, p. 911; Netolitzky, The Dead, p. 796; Hobbs, Young & McIntyre, Internationalisation, p. 19-21; Court of Queen’s Bench of Alberta, 18 september 2012, Meads vs. Meads, paras. 379-416.
Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3164, waarin verzoeker stelt dat hij als soevereine mens ‘niet onder het bestuursrecht valt’. Voor deze ‘Zivilrechtler’ in Duitsland, cf. Caspar & Neubauer, Was zu tun, p. 122-5, waar wordt opgemerkt dat deze ideeën rond 2011 hun intrede doen; niet veel later zijn zij ook in Nederland te vinden.
De Staat als bedrijf, zie bijvoorbeeld Rb. Gelderland 6 oktober 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5477 (‘belanghebbende gaat ervan uit dat de Staat een bedrijf of coöperatie is, omdat de Staat is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en ook bij Dun and Bradstreet in Washington’; cf. Netolitzky, Magic, p. 1074-5); HR 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:127; Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863 (‘U weet dat de Staat der nederlanden een bedrijf is en kortom alle overheidsinstellingen zijn bedrijven en dient dus een contract aanwezig te zijn tussen alle partijen met een natte handtekening’); Rb. Den Haag 22 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13175; Hof Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2359 en ECLI:NL:GHDHA:2021:2360; Rb. Gelderland 11 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1625 (‘geen contract met B.V. Nederland, dus B.V. Nederland, de rechterlijke macht of de officier van justitie heeft/hebben geen jurisdictie over verzoekers). Voor rechters (en deurwaarders) die ingeschreven moeten staan bij de Kamer van Koophandel, zie Rb. Amsterdam 3 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:815; Rb. Limburg 23 augustus 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4961, Rb. Zeeland-West-Brabant 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7354; Rb. Noord-Nederland 17 mei 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2387. In Duitsland, zie cf. Caspar & Neubauer, Was zu tun, p. 124 en bijvoorbeeld Oberwaltungsgericht Münster, 22 november 2016, ECLI:DE:OVG NRW:2016:1122.19A1457.16.00 ([weil] ‘sie kein “Firmenpersonal” der “offiziell registrierten Firma BRD-GmbH” seien, und die deutsche Staatsangehörigkeit nur eine aus der “diktatorische[n] Staatsangehörigkeit Hitlers” hervorgegangene “Firmenzugehörigkeit” sei, von deren Eintragung in Registern das Gericht sie “befreien” soll’) en het populaire K. Maurer, Die “BRD”- GmbH oder zur völkerrechtlichen Situation in Deutschland und den sich daraus ergebenden Chancen für ein neues Deutschland, 3e editie, Berlijn: Sunflower-Verlag 2016; in de VS, zie, o.a., Kalinowski, ‘Legal Response’, p. 156; Canada en Australië: Netolitzky, ‘Magic and Ceremony’, p. 1075.
De nadruk op dwang en slavernij bij de autonomen is sterk, zie HR 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:127; Hof Amsterdam 3 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1107; Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9055; Rb. Noord-Holland 16 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:10915 en bijvoorbeeld Van Leeuwen, Ken uw Recht, p. 55-7.
Zie De Boer, Soevereiniteit, maskers en het sociaal contract: over het recht van de autonomen.
Rb. Noord-Holland 16 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:10915, r.o. 4.2 (geen overeenkomst met de Staat op grond waarvan belastingheffing gerechtvaardigd is); Rb. Den Haag 18 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4819 (geen overeenkomst met verzekeringsmaatschappij); Rb. Overijssel 15 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:715 (‘verweerder [waterschap] als private onderneming niet bevoegd om onderhavige aanslag op te leggen omdat verweerder niet beschikt over een overeenkomst met hem’); Hof Amsterdam 31 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2770 (geen ‘overeenkomst tav wetgeving aan toonder’ betreft belastingen); Rb. Overijssel 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4166 (‘geen overeenkomst met GBTwente’); Rb. Noord-Holland 21 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2287 (‘geen met natte inkt ondertekende overeenkomst’); Rb. Zeeland-West-Brabant 16 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7668; Rb. Zeeland-West Brabant 23 november 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6965 etc.
Bijvoorbeeld Rb. Gelderland 11 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1625 (‘geen contract met B.V. Nederland’); Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9055 (‘het burgercontract met de overheid opgezegd per 1 maart 2013’); Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10153 (‘Dit is evenwel eenzijdig opgelegd en heeft geen rechtsgeldigheid omdat er nimmer met natte inkt een overeenkomst gesloten is. Er is geen contract dat verplicht je te houden aan de wet’); Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863.
Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3164.
Zo stellen autonomen doorgaans in hun brieven geen bezwaar te maken, maar slechts iets ter kennisgeving aan te bieden, want, ‘als jij bezwaar gaat maken (…) erken je daarmee impliciet het recht van [de overheid]’, Van Leeuwen, Ken uw Recht, p. 96.
Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9055 (vgl. Meads vs. Meads, para. 253: ‘Mr. Meads, for example, made this bizarre response to my suggestion of cooperation on a point: “you’re treating the person Dennis Meads with all of these statements, and not the living soul. You are enticing me into slavery … [Emphasis added.]”).
Hof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9591 (‘De betrokkene kan geen zekerheid stellen omdat dat betekent dat hij een contract zou aangaan met de overheid en dat wil de betrokkene niet’). Voor de weigering om te zitten (of op vragen te antwoorden), zie Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:10576; Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9055; in de VS en Canada weigeren partijen doorgaans door de ‘bench’ de zaal in te lopen, zie Netolitzky, ‘Magic and Ceremony’, p. 1059; Weir, ‘Sovereign Citizens’, p. 832; Kalinowski, ‘Response’, p. 162; Meads vs. Meads, par. 249-251.
Zie voor dezelfde praktijken over de grens, o.a., Meads vs. Meads, par. 447-528; Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 123; Barrows, ‘Pseudolitigation Tactics’, p. 911.
De natte inkt (waarmee het onderscheid tussen de fysieke en digitale handtekening wordt aangeduid): bijvoorbeeld Rb. Overijssel 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4166; Rb. Noord-Holland 21 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2287; Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10153; Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863; in de Engelse wereld, wet ink (Netolitzky, ‘After the Hammer’, p. 1176); in Duitsland, mit nasser Tinte (Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 127).
Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10153; vgl. Netolitzky, ‘Attack’, p. 150-1.
Hof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9591.
Rb. Gelderland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3176, ECLI:NL:RBGEL:2023:3178. Zie ook het dreigement naar de rechter in Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863 (‘de schade zal ik op u verhalen’) en onderaan het hierboven geciteerde beroepschrift in cassatie.
Cf. Weir, ‘Sovereign Citizens’, p. 841; McRoberts, ‘Tinfoil Hats’, p. 644-5; ‘Barrows, ‘Pseudolitigation Tactics’, p. 915-6 voor deze en andere gangbare intimidatietechnieken.
Voor dit idee van stilzwijgende instemming in Duitsland, Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 101.
Rb. Gelderland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3176.
Zie in het algemeen, Meads vs. Meads, par. 450-6, 474-486, 512-523 (‘Plain and simple, in these contexts ‘fee schedules’ are tools of intimidation. These documents are intended to deter state and court officials from the proper exercise of their obligations. They are often physically presented to persons who may have less understanding of their legal effect (i.e., none). The language used in ‘fee schedules’ is intended to heighten those intimidation effects, as is the totally unwarranted ‘damage’ quantums demanded’), inclusief vergelijkbare voorbeelden; Netolitzky, ‘Attack’, p. 150-6, ‘Family Law’, p. 963-4; Caspar en Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 123-4. Voor een Nederlandse standaardbrief volgens dit schema, zie ook Van Leeuwen, Ken uw Recht, p. 304-7.
Netolitzky, ‘Silence’, p. 739; Hobbs, ‘Internationalisation’, p. 22-4.
Rb. Amsterdam 18 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3618 (‘of zij bekend zijn met de wetten die Nederland heeft gemaakt vóór of ná 13 mei 1940’); beroepschrift Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869 (in bezit van de auteur).
Rb. Limburg 27 maart 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:3023.
Hof Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2359 en Hof Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2360; Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6265;
Hof Amsterdam 31 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2770.
Voor een overzicht van gangbare interpretaties, zie o.a. Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 102-118; Rapport Bundesamt für Verfassungsschutz, juni 2023, p. 12-4 en 30-1 (SHAEF).
Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6265; zie ook het beroepschrift bij Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869, waar de Reichsbürger-interpretatie van de SHAEF uitgebreid besproken wordt.
Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 120-1; Rapport Bundesamt für Verfassungsschutz, juni 2023, p. 29-31; voor dit oordeel van het Bundesverwaltungsgericht, zie bverwg.de/de/pm/2017/36. Voor het internationale gebruik en misbruik van indigenous peoples voor pseudorechtelijke doeleinden, vgl. Hobbs, ‘Internationalisation’, p. 21-2; Dew, ‘Moors Know the Law’; Ligon, ‘Sovereign Citizen’; Netolitzky, ‘Enjoy the Silence’, p. 739-741.
Zie noot 39 en ook Luca van Dinter (zie noot 3), al sinds 2011 actief als soeverein en oprichter van de vrijstaat Wonderland, steunt zijn opvattingen bijvoorbeeld op het werk van een Duitse autonoom, Hans Xavier Meier; cf. vrijmensinwording.nl/application/files/3815/9638/5231/Cursusboek_ Achtergrondkennis-Vrije_Mens_in_Wording_Def_LR.pdf.
Zie bijvoorbeeld de brief in Rb. Gelderland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3176, ECLI:NL:RBGEL:2023:3178 (‘Uw handelen is niet in overeenstemming met Gods wetten’); Rb. Gelderland 15 september 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5971 (‘(er is) maar één rechter, namelijk God’); Rb. Den Haag 22 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13175 (‘hij is een kind van God’). Een dergelijke ‘natuurrechtelijke’ benadering kenmerkt ook Van Leeuwen, Ken uw Recht, p. 14-35; zo ook in Duitsland, cf. Nitschke, ‘Staatsdienst’, p. 8.
Vergelijk de lijst aan vergelijkbare, Amerikaanse zaken bij Kalinowski, ‘Legal Response’, p. 194-8 en zie bijvoorbeeld Finanzgericht Berlin-Brandenburg 17 januari 2013, ECLI:DE:FGBEBB:2013:0117.7K7303.11.0A.
Vragen om eed, bewijs voor bevoegdheid en legitimatie: Rb. Noord-Nederland 2 april 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:2007 (‘geen bewijsstukken overlegd waaruit blijkt dat zij bevoegd zijn en zij hebben zich niet gelegitimeerd’); Rb. Zeeland-West-Brabant 3 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4505 (‘Ik heb gevraagd of u zich wilt legitimeren (…). U laat mij uw Rijkspas zien. Daaraan kan ik niet zien of u beëdigd bent (…). U beweert dat u een beëdigde rechter bent, maar u kunt dat niet bewijzen’); Rb. Limburg 28 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:10196 (‘tijdens deze zitting heeft de heer Plate aan de rechter verzocht zijn akte van beëdiging over te leggen, hetgeen niet mogelijk was voor de rechter’); Rb. Zeeland-West-Brabant 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7354 (‘De rechter is (…) niet ingegaan op haar verzoek om zijn legitimatie, dan wel zijn beëdiging, mandaat, volmacht of inschrijving bij de Kamer van Koophandel te laten zien’); andere vragen: Rb. Amsterdam 18 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3618; ontkenning rechterlijk gezag in wrakingszaken: Rb. Overijssel 6 december 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:3105; Rb. Gelderland 11 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1625; Rb. Limburg 27 maart 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:3023 (‘dat de rechter deel uitmaakt van het rechtssysteem waarvan verzoeker kennelijk de legitimiteit betwist, is geen grond voor wraking’); Rb. Zeeland-West-Brabant 16 mei 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:3344 (‘Verzoekers levensovertuiging brengt immers met zich dat op grond daarvan iedere onpartijdige behandeling van zijn beroep, ongeacht door welke rechter, onmogelijk wordt gemaakt’); Rb. Gelderland 15 september 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5971 (‘(er is) maar één rechter, namelijk God’); Rb. Midden-Nederland 22 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5366 (‘primair is de rechtbank niet bevoegd’); Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3164 (‘De rechter is bestuursrechter en dus verdedigt hij het bestuursrecht van de Staat, niet dat van natuurlijke soevereine mensen. Daarom wraakt verzoeker de rechter, en de rechtspraak in het algemeen’); Hof Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2360; CBb, 20 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:185 (‘Het standpunt van verzoeksters dat zij iedere rechter wraken die geen machtiging kan overleggen waaruit blijkt dat die rechter een mandaat heeft van de “Volkentrust”, kan niet anders worden opgevat dan dat zij bezwaren hebben tegen elke (wrakings) kamer van het College’); CBb, 25 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:198; ECLI:NL:RBNHO:2023:2287; Rb. Noord-Nederland 17 mei 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2387 (‘rechter (is) geen rechter maar een trustee (…) Ook is aangegeven dat rechters over de gehele wereld lid moeten zijn van de British Accredited Register (BAR), welke valt onder de Britse Kroon. Hiermee zijn rechters in dienst van een buitenlandse mogendheid en dus onbevoegd om recht te spreken’); Rb. Gelderland 26 mei 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3358 (‘de rechter, de rechtbank en de rechtspraak (hebben) geen autoriteit over de levende man en vrouw’); Rb. Limburg 23 augustus 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4961.
Voor vergelijkbare ontkenningen van het rechterlijk gezag, zie, voor Canada, Meads vs. Meads, par. 243 (Eisen van ambtseed; van bewijs dat de rechter een rechter is; dat de rechter gezag heeft, etc.), par. 248; voor de ambtseed, zie ook in de VS: Kalinowski, ‘Legal Response’, p. 163-4.
Rb. Amsterdam 3 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:815.
Sui generis: Rb. Den Haag 17 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6700; Rb. Den Haag 7 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12477 (over ‘The Great Reset’, 5G, COVID-19 en andere complot-gerelateerde onderwerpen); ook op zichzelf staand is een verzoek om inzage in de registratie, verwerking en opslag van gegevens afkomstig van gechipte afvalcontainers, ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1744.
Een uitzondering vormen enkele kortgedingen over ontruimingen (Rb. Midden-Nederland 20 december 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6891; Rb. Limburg 22 november 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:7219; Rb. Gelderland 28 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5155; Rb. Noord-Holland 12 november 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:9925); een onrechtmatigedaadszaak (Rb. Gelderland 22 maart 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1650) en een executieveiling voor onbetaalde hypotheek (Rb. Amsterdam 2 februari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1960).
Zie ook Netolitzky, ‘Humdrum’, p. 280-1 en ‘Dead Sleep Quiet’, p. 812-4; Slater, Sovereign Citizen Movement, Rathje, Reichsbürger, p. 24-25 en Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 94 met een uitgebreidere lijst.
Inkomstenbelasting: Rb. Limburg 8 november 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:6530; Rb. Gelderland 6 oktober 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5477; HR 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:127; HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1349 en ECLI:NL:HR:2022:1350; Hof Amsterdam 1 maart 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:597; HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1992 en ECLI:NL:HR:2021:1993; Hof Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2359 en ECLI:NL:GHDHA:2021:2360; Hof Arnhem-Leeuwarden 13 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:6738 en ECLI:NL:GHARL:2021:6739; Rb. Zeeland-West-Brabant 23 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3159; Rb. Den Haag 26 januari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1299 en ECLI:NL:RBDHA:2021:1300; Rb. Noord-Nederland 8 oktober 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3389; HR 18 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1418; Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5635; Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3164 (wraking); HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1301; Hof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3251; Hof ‘s-Hertogenbosch 9 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:69; HR 25 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1623; HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1928; Rb. Den Haag 11 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9703 en ECLI:NL:RBDHA:2019:9704; Hof Den Haag 12 maart 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:550; HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1930; Hof ’s-Hertogenbosch 18 mei 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2199; Hof Arnhem-Leeuwarden 15 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4410; Hof Arnhem-Leeuwarden 19 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:11267; Rb. Noord-Nederland 27 juli 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2837; Rb. Zeeland-West-Brabant 24 juli 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:4545; Rb. Gelderland 7 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:5842; HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1043; Rb. Gelderland 19 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:7036; HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1861; Hof Arnhem-Leeuwarden 30 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4788; Hof Amsterdam 21 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:326; Rb. Noord-Holland 16 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:10915; Rb. Zeeland-West-Brabant 16 mei 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:3344.
Gemeentebelasting: Rb. Overijssel 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4166; Rb. Zeeland-West-Brabant 16 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7668; Rb. Midden-Nederland 27 december 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:6294; Hof Amsterdam 3 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1107; vennootschapsbelasting: Rb. Zeeland-West-Brabant 3 juni 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:3033; wegenbelasting: Hof Amsterdam 31 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2770; Rb. Zeeland-West Brabant 23 november 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6965; waterschapsbelasting: Rb. Overijssel 15 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:715; zorgverzekering: Rb. Overijssel 9 januari 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:209; Rb. Limburg 23 augustus 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4961; Rb. Zeeland-West-Brabant 15 maart 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1861; Rb. Den Haag 18 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4819; Rb. Gelderland 15 september 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5971; (verkeers) boetes (zie ook noot 81): Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6265; Hof Arnhem-Leeuwarden 11 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3062; Rb. Noord-Holland 21 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2287; Hof Arnhem-Leeuwarden 11 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10486.
Zie noot 6.
Belastingdienst als ANBI, vgl. bijvoorbeeld: Rb. Gelderland 19 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:7036; Hof Arnhem-Leeuwarden 13 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:6738 en ECLI:NL:GHARL:2021:6739; Rb. Gelderland 19 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:7036. Illustratief voor de argumentatie is Van Leeuwen, Ken uw Recht, p. 95: ‘alle regeringsorganen en instellingen hebben het predicaat ANBI gekregen: Algemeen Nut Beogende Instelling. Een ANBI mag vragen om schenkingen of giften, maar ze kunnen je tot niets verplichten’.
De eerste mij bekende zaak met dit argument is Hof Arnhem-Leeuwarden 30 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4788. Voor de zaken van autonomen-goeroe P. Dolleman, zie: HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1349 en ECLI:NL:HR:2022:1350; HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1992 en ECLI:NL:HR:2021:1993; Hof Den Haag 20 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2359 en ECLI:NL:GHDHA:2021:2360; Rb. Den Haag 26 januari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1299 en ECLI:NL:RBDHA:2021:1300; Rb. Zeeland-West-Brabant 23 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3159; Hof Den Haag 12 maart 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:550.
Hof Arnhem-Leeuwarden 13 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:6738 en ECLI:NL:GHARL:2021:6739.
Rb. Limburg 8 november 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:6530.
Op basis van een verkeersboete: Rb. Noord-Nederland 17 mei 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2387; Rb. Zeeland-West-Brabant 3 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4505; Rb. Noord-Holland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6863; Rb. Overijssel 6 december 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:3105; Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:10576.
Ondertoezichtstelling: Rb. Gelderland 13 december 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:7389, Rb. Gelderland 27 december 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:7390; Rb. Midden-Nederland 22 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5366 (wrakingszaak over beëindiging gezag, ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing); Rb. Oost-Brabant 10 april 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1771 (geschil met Jeugdzorg); beëindiging ouderlijk gezag: Hof Arnhem-Leeuwarden 21 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8301.
Poging tot wapenbezit: Rb. Den Haag 25 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14239; bedreiging: Rb. Den Haag 22 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13175; Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869.
Rb. Den Haag 25 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14239, r.o. 6.3.
Bijvoorbeeld bij enkele (niet-gepubliceerde of onvindbare) strafzaken die ten grondslag liggen aan de wraking (Rb. Gelderland 26 mei 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3358; Rb. Den Haag 20 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17305 met telegraaf. nl/nieuws/1101458078/shovelbestuurder-60-veroordeeld-tot-4-weken-cel-hekje-netjes-opzijgezet; Hof ’s-Hertogenbosch 20 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4098; Rb. Limburg 27 maart 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:3023; Rb. Gelderland 11 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1625; wel gepubliceerd maar zonder verdere informatie is Rb. Noord-Holland 27 augustus 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5537, verbonden met Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9055). Ook de zaak die ten grondslag ligt aan Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869 is onvindbaar; het beroep zelf is enkel in deze categorie te scharen omdat het 117 pagina’s tellende beroepschrift op internet circuleert.
Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3164. Ook in het beroepschrift bij Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869 (bij auteur bekend), waar de Amerikaanse wortels zeer duidelijk worden.
Zie Rb. Midden-Nederland 17 oktober 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5505 (Raad van State); Rb. Midden-Nederland 11 februari 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:577 (Belastingdienst).
Lijst aan zaken bij Kalinowski, ‘Legal Response’, p. 204-5 (vgl. p. 164-7); voorts Barrows, ‘Sovereigns, Freemen’, p. 913-4; Ligon, ‘Sovereign Citizen Movement’, p. 301-3; en, voor Canada, Meads vs. Meads, paras. 529-543; Netolitzky, ‘History’, p. 625-6.
Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3164; vergelijk Ligon, ‘Sovereign Citizen Movement’, p. 301.
Zo bijvoorbeeld Meads vs. Meads zelf (par. 529-543), met verdere voorbeelden aldaar.
Vgl. voor het buitenland, o.a., Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 135-165; Barrows, ‘Sovereigns, Freemen’, p. 926-940; McRoberts, ‘Tinfoil Hats’, p. 656-680; Sammon, ‘Ireland’, p. 94-102, Ligon, ‘Sovereign Citizen’, p. 317-332, Hobbs, ‘Internationalisation’, p. 28-32 en zie Meads vs. Meads, par. 628-641; zie ook Boone, ‘Belastingweigeraars’, p. 4-5.
Caspar & Neubauer, ‘Durchs wilde Absurdistan’, p. 4 en nu ‘Was zu Tun’, p. 98-9; Nitschke, ‘Staatsdienst’, p. 8.
Tussen 2023 en 2016 gaat het om een kleine honderd zaken; zie bijvoorbeeld recentelijk: Verwaltungsgericht Berlin, 22 november 2023, ECLI:DE:VGBE:2023:1122. 31K33.22.00; Verwaltungsgericht München, 28 september 2023, ECLI:DE:VGMUENC:2023:0928. M7S23.684.00. Voor de cijfers: verfassungsschutz. de/DE/themen/reichsbuerger-und-selbstverwalter/zahlen-und-fakten/zahlen-und-fakten_node.html Zie ook Rathje, Reichsbürger, p. 26-30 en Wiegang, ‘Waffen’.
Zie in het algemeen, C. E. Loeser, ‘From paper terrorists to cop killers: The sovereign citizen threat’, North Carolina Law Review 2015/93.4, p. 1106-1139; Sarteschi, ‘Sovereign Citizens’; Fiebig, Koehler, ‘Uncharted Territory’; Netolitzky, ‘New Hosts’, p. 973 en 1011-4 (met verdere literatuur); ‘Attack’, p. 183-190.
Zie noot 84.
Hof ’s-Hertogenbosch 21 juli 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2869; zie ook noot 118.
Zie noot 83.
Caspar & Neubauer, ‘Durchs wilde Absurdistan’, p. 4; Netolitzky, ‘Family Law’, p. 959.
Dit lijkt het geval te zijn bij autonomen-goeroe Y. Plate; zie A. Kouwenhoven & K. Smouter, ‘De ‘autonomen’ van Youri Plate blijven ook na zijn arrestatie in hem geloven’, NRC 20 december 2023.
Zie Wagner, ‘Juristisches Neuland’; Hufen, ‘Treuepflicht’ en vooral Nitschke, ‘Staatsdienst’.
Bundesverwaltungsgericht 2 december 2021, ECLI:DE:BVerwG:2021:021221U2A7.21.0 en zie ook Bundesverwaltungsgericht 12 mei 2022, ECLI:DE:BVerwG:2022:120522U2 WD10.21.0.
Rb. Den Haag 25 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14239; dergelijke problemen in Duitsland, zie bijvoorbeeld Verwaltungsgericht Düsseldorf 16 december 2022, ECLI:DE:VGD:2022:1216.6L2430.22.00 (piloot); Bundesverwaltungsgericht 28 januari 2022, ECLI:DE:BVerwG:2022:280122B2WD13.21.0 (militair); Verwaltungsgericht Aachen, 28 oktober 2019, ECLI:DE:VGAC:2019:1028.6K1526.19.0A (werknemer kernreactor).
Netolitzky, ‘Lawyers’, p. 460-485; ‘Silence’, p. 753-760.
Rb. Midden-Nederland 22 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5366; Rb. Noord-Nederland 2 april 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:2007. Voor het (ter zitting) afwijzen van de advocaat, zie bijvoorbeeld rtvoost.nl/nieuws/2208602/shovelbestuurder-uit-geesteren-wraaktrechtbank-in-snelrechtzitting-na-boerenprotest; voor de bijgaande wrakingszaak: Rb. Den Haag 20 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17305.
Voor het procederen in eigen persoon, ook elders gebruikelijk, zie bijvoorbeeld Ligon, ‘Sovereign Citizen’; in Duitsland lopen regelmatig zaken stuk op de verplichting om in bepaalde contexten (vgl. art. 67 lid 4 Verwaltungsgerichtsordnung) met advocaat te procederen; zie bijvoorbeeld Oberverwaltungsgericht Münster, 18 mei 2012, ECLI:DE:OVGNRW:2012:0518.1 9B578.12.00 (weigeren belasting).
Voor de zaken met Y. Plate, zie noot 17; voor de zaken met P. Dolleman, zie noot 78; voor zaken met J. P. Teunissen, zie Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:10576 en Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6265; voor de zaak met J. Sloendregt, zie Rb. Gelderland 26 mei 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3358. Van Plate en Sloendregt is bekend dat zij tegen betaling pseudorecht-materialen verstrekken en lezingen geven (zie noot 2); dat is ook het geval bij L. van Dinter, een andere bekende goeroe (zie opnieuw noot 2), die belanghebbende is in Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5635. Deze personen zijn ook wel eens aanwezig als ‘belangstellenden’, zie bijvoorbeeld Rb. Midden-Nederland 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4431, Rb. Midden-Nederland 20 december 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6891; vgl. Rb. Overijssel 9 januari 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:209.
Zie Netolitzky, ‘Silence’, p. 751; McRoberts, ‘Tinfoil Hats’.
Meads vs. Meads, para. 669-670.
Zie het commentaar van J.G. Brouwer bij pointer.kro-ncrv.nl/autonomen-gelovenmogen-onttrekken-aan-overheid-een-illusie; elders: Caspar en Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 162-6; Meads vs. Meads, paras. 85-158 met Netolitzky, ‘Hammer’, p. 30-37 over de reactie van autonomen-goeroes op de uitspraak Meads. Zoals wel vaker hebben de Duitsers een mooier woord voor de goeroes, Milieumanager; zie Rapport Bundesamt für Verfassungsschutz (juni 2023), p. 19. Voor kleurrijke beschrijvingen van Canadese goeroes, zie Netolitzky, ‘History’; ‘New Hosts’.
Rb. Limburg 8 november 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:6530. Er loopt momenteel ook een onderzoek naar belastingfraude van deze Y. Plate. Voor mogelijke strafbare feiten voor deze groep in het algemeen, in de Duitse context, zie Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 166-70 (o.a. valsheid in geschrifte; verstoring openbare orde; bedreiging; dwang; en belediging).
Rb. Limburg 23 augustus 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4961 en Hof ’s-Hertogenbosch 21 december 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4284 met Boone, ‘Belastingweigeraars’, p. 5 die opmerkt dat een gemachtigde ex. art. 2:2 Awb ook in de bezwaarprocedure geweigerd zou kunnen worden en zelfs het bezwaar wegens misbruik van recht niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden. Druk op gemachtigden opvoeren doen ook Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 164-5, 170, Sammon, ‘Ireland’, p. 100-1; Ligon, ‘Sovereign Citizen’, p. 326 en Meads vs. Meads, par. 637.
Netolitzky, ‘New Hosts’; en vooral ‘The Dead’ en Kent, ‘Freemen’.
Rb. Gelderland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3176, ECLI:NL:RBGEL:2023:3178. Ook strafrechtelijke opties zijn hiervoor in het buitenland verkend, zie Caspar & Neubauer, ‘Was zu tun’, p. 166-70, Meads vs. Meads, para. 526; voor Nederland, zie de suggestie van Jan Brouwer, geciteerd in S. Klaassen ‘Soevereinen: Vooral heel hinderlijk’, VNG Magazine 2023/19, p. 14.
Vgl. Rb. Oost-Brabant 10 april 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1771; Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:10576; Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9055; Rb. Noord-Nederland 2 april 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:2007; Hof Amsterdam 3 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1107; Hof Amsterdam 21 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:326; Rb. Amsterdam 18 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3618; Rb. Zeeland-West-Brabant 3 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4505. In het buitenland, zie Ligon, ‘Sovereign Citizen’, p. 313.
Rb. Midden-Nederland 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4431 betrof bijvoorbeeld een (niet-ontvankelijk verklaard) wrakingsverzoek voor überhaupt een rechter was aangewezen, waarbij bovendien ook ‘de Officier van Justitie, de griffier, de rechtbank Midden-Nederland, de rechtspraak, het Constitutioneel Hof van Sint Maarten en de overzeese gebieden en provincies’ gewraakt werden.
Rb. Amsterdam 3 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:815 met beroep op HR 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:370.
Rb. Den Haag 20 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17305, r.o. 3.2.
Rb. Oost-Brabant 10 april 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1771 (ex art. 39 lid 4 Rv); CBb 25 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:198, r.o. 2 (ex art. 8:18 lid 4 Awb).
CBb 20 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:185, r.o. 5.
Vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10153, r.o. 2; Rb. Noord-Holland 21 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2287; Hof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6265, r.o. 4; Hof Arnhem-Leeuwarden 11 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10486, r.o. 3.
Voor een nog onbeantwoorde oproep voor het hoogste Canadese rechterlijk college, zie Netolitzky, ‘Silence’, p. 765; vgl. ook McRoberts, ‘Tinfoil Hats’, p. 661-6 voor een uitvoerige uiteenzetting van het maatschappelijke belang van een dergelijke, uitgebreide uitspraak. Een eerste aanzet: Rb. Gelderland 6 oktober 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:5477 (inkomstenbelasting).
Netolitzky, ‘Silence’, p. 760-1; ‘Hammer’, p. 1197-1199; Hobbs, ‘Internationalisation’, p. 30.
Zie voor enkele voorstellen tot concrete maatregelen voor lokale overheden, naar analogie van de bestaande WOOZ-aanpak, Boone, ‘Belastingweigeraars’, p. 4 (o.a. hoorverzoek afwijzen indien kennelijk ongegrond; enkel ingaan op stellingen die zijn toegespitst op het concrete geval).
Zo ook: Hobbs, ‘Internationalisation’, p. 29.
In december 2023 luidde de President van de Hoge Raad de noodklok over een groeiend aantal burgers dat zich soeverein of autonoom verklaart. Negentien verhuisdozen aan brieven met daarin autonoomverklaringen hebben op dat moment hun weg gevonden naar het Korte Voorhout in Den Haag, aldus de President. De brieven zijn evenzovele verklaringen van burgers dat zij eenzijdig alle banden met de Staat verbreken. Het is niet mogelijk zich bij de Staat uit te schrijven. Echter, door een onophoudelijke stroom van papier met daarin onbegrijpelijke, inconsistente en ondeugdelijke argumenten te combineren met het steeds vaker aanhangig maken van uitzichtloze rechtszaken vormen autonomen een groeiend probleem voor het rechtssysteem. Er bestaat daarom alle reden om op de onhoudbaarheid van hun argumentatie in te gaan zoals in andere landen in de literatuur al langer gebeurt.
1. Inleiding
In twee hoogst ongebruikelijke, publieke optredens luidt de President van de Hoge Raad in december 2023 de noodklok over een groeiend aantal burgers dat zich soeverein of autonoom verklaart.2Negentien verhuisdozen aan brieven met daarin autonoomverklaringen hebben op dat moment hun weg gevonden naar het Korte Voorhout in Den Haag, zo merkt ze op. De Hoge Raad is niet het enige doelwit van deze papieren stortvloed. Ook de Belastingdienst, de Kiesraad, de Raad van State, gemeentes en provincies, hebben de afgelopen tijd duizenden brieven van burgers ontvangen die zich buiten de Nederlandse rechtsorde plaatsen.3Dit herhaaldelijk schrijven, in Duitsland ook wel Vielschreiberei en in de Anglo-Saxische wereld paper terrorism genoemd, hanteren autonomen en soevereinen ook richting schuldeisers, deurwaarders en het Centraal Justitieel Incassobureau.4De brieven zijn evenzovele verklaringen van burgers dat zij eenzijdig alle banden met de Staat verbreken. Het is niet mogelijk zich bij de Staat uit te schrijven. Maar de poging heeft desalniettemin verstrekkende, praktische gevolgen, nu deze groep iedere rechtsgrond voor belastingen, verzekeringen en boetes afwijst. In werkelijkheid stapelen de vorderingen en de schulden zich op, kloppen deurwaarders steeds vaker bij soevereinen en autonomen op de deur en zijn uithuiszettingen aan de orde van de dag. Van de oproep van de President van de Hoge Raad kan moeilijk worden gezegd dat die plaatsvindt in een vacuüm. Dezelfde bezorgdheid klinkt steeds vaker door in de media. In toenemende mate richten ook zij de schijnwerpers op een groep die de aansluiting met de samenleving allengs dreigt te verliezen.5In de Nederlandse rechtswetenschap blijft het echter betrekkelijk stil; vooralsnog wordt niet of nauwelijks op systematische wijze op (de argumentatie van) de soevereinen en autonomen gereageerd.6
Op het eerste gezicht is het uitblijven van een reactie begrijpelijk: het recht op zelfbestuur dat deze soevereinen en autonomen voorstaan heeft met recht weinig te maken. Met wat in de Engelstalige literatuur wordt geduid als pseudo-juridische argumenten,7denken autonomen de Staat, politie, rechtbanken en andere autoriteiten ‘schaakmat’ te kunnen zetten.8Hoewel dat in de praktijk niet zo blijkt te zijn, kan niet worden ontkend dat autonomen erin slagen stokken in de wielen van het rechtsstelsel te steken. Door een onophoudelijke stroom van papier met daarin onbegrijpelijke, inconsistente en ondeugdelijke argumenten te combineren met het steeds vaker aanhangig maken van uitzichtloze rechtszaken vormen autonomen een groeiend probleem voor het rechtssysteem. Er bestaat daarom alle reden om op de onhoudbaarheid van hun argumentatie in te gaan zoals in andere landen in de literatuur al langer gebeurt.9
En overigens ook in buitenlandse rechtspraak. Ter illustratie: in een 188 pagina’s-tellende Canadese uitspraak uit 2012 vormt een geschil over alimentatieverplichtingen tussen Meads en Meads aanleiding voor een grondige bespreking van het fenomeen van ‘Organized Pseudolegal Commercial Argument (‘OPCA’) Litigants’.10De uitspraak is bedoeld als naslagwerk voor rechters die zich met pseudorecht geconfronteerd zien. Niet alleen worden alle standaard pseudo-juridische argumenten op een rijtje gezet, maar ook worden ze een voor een ontkracht. Daarnaast reikt de uitspraak methoden aan om deze burgers te herkennen en laat het zien hoe deze autonomen opereren. Ook wordt hun merkwaardige juridische taalgebruik geanalyseerd en worden hun concepten doorgelicht. Tevens biedt de uitspraak inzage in de gemeenschappen en personen die goedgelovige en kwetsbare burgers aanzetten tot het gebruik van pseudorecht.11
Het doel van dit artikel is om, naar analogie van Meads vs. Meads, voor Nederland een overzicht van het pseudorecht van autonomen en soevereinen te bieden.12Om in dit overzicht te voorzien is het artikel opgesplitst in een zestal paragrafen, waarvan deze inleiding de eerste is. In de tweede paragraaf neem ik kort enkele methodologische overwegingen door over de zichtbaarheid van autonomen in de Nederlandse rechtspraak. In de derde paragraaf bespreek ik de kernpunten van het pseudorecht van de soevereinen en autonomen in Nederland, met daarbij aandacht voor het internationale karakter van het gedachtegoed. De argumenten van de soevereinen en autonomen zijn doorgaans weinig anders dan knip-en-plakwerk, rechtstreeks overgenomen uit de VS (al dan niet via Duitsland). Om deze internationale verbanden te illustreren doet dit artikel daarom meer dan gebruikelijk een beroep op niet-Nederlands materiaal. In de vierde paragraaf laat ik zien welke juridische kwesties de autonoom doorgaans in de rechtbank aanvecht. In de vijfde paragraaf doe ik enkele concrete suggesties waarmee juridische instanties gerichter op het pseudorecht van soevereinen en autonomen kunnen reageren. Een samenvatting en slotopmerking vormen de zesde en laatste paragraaf.
2. Zichtbaarheid van de autonomen in de Nederlandse rechtspraak
Voordat ik aanvang met het pseudorecht van de soevereinen en autonomen, volgen hieronder eerst enkele opmerkingen over de zichtbaarheid van autonomen binnen het rechtssysteem. Hoe omvangrijk de interactie van soevereinen en autonomen met het Nederlandse rechtsbestel precies is, is lastig vast te stellen; een betrouwbare methode om deze zaken op te sporen is niet voorhanden.13Omdat de argumenten van de soevereinen doorgaans hetzelfde zijn, heeft dat voor een inhoudelijke analyse geen wezenlijke consequenties.
Tot nu toe heb ik ruim honderd relevante rechtszaken geïdentificeerd, dat wil zeggen zaken waarin het soevereine of autonome gedachtegoed een dominante rol speelt.14Zoals ook in het buitenland, waar de aantallen vele malen groter zijn, gaat het hier slechts om het topje van de ijsberg.15Lang niet alle conflicten worden beslecht door de rechter en van de aanhangig gemaakte zaken wordt de overgrote meerderheid niet gepubliceerd, omdat ze juridisch niet interessant zijn dan wel in de kiem worden gesmoord door een kennelijk ongegrondof niet-ontvankelijkverklaring. Het is niet toevallig dat een groot deel van de gepubliceerde uitspraken wrakingen van rechters betreffen, die moeten immers worden gepubliceerd.16
Het vinden van relevante uitspraken is geen sinecure en van de hier gepresenteerde verzameling kan met zekerheid gesteld worden dat zij incompleet is. Dergelijke zaken worden niet voorzien van een apart label, zodat gezocht moet worden op veelgebruikte uitdrukkingen en zinsneden (‘mens van vlees en bloed’, ‘Hoge Raad van de Kinderen’, ‘UCC’, ‘Plakkaat van Verlatinghe’) of terugkerende gemachtigden. Nieuwsberichten over rechtszaken bieden ook aanknopingspunten. Ook effectief is het verder zoeken op motieven die voorkomen in een zaak waarvan zeker is dat deze de autonomen of soevereinen betreft. Zo leidde een beroep op een pauselijke motu proprio van 11 juli 2013 mij naar meerdere, andere zaken waarin dezelfde bron werd aangehaald.17
Grip krijgen op de grootte van de groep die zaken aanhangig maakt is evenmin eenvoudig. In vergelijking met bijvoorbeeld Amerikaanse of Canadese jurisprudentie is het hier gebruikelijke anonimiseren van uitspraken een complicerende factor.18We weten daarom niet zeker of het procederen grotendeels is voorbehouden aan een groep overtuigde autonomen en soevereinen, zoals dat elders het geval is.19
3. Kernargumenten van het pseudorecht van soevereinen en autonomen
Deze derde paragraaf bespreekt de kernpunten van het pseudorecht van de soevereinen en autonomen. De bronnen waarop een dergelijke bespreking gebaseerd zou kunnen worden, zijn schier eindeloos. De autonomen en soevereinen zijn eerst en vooral een product van het digitale tijdperk, zodat ook de beschikbare documentatie zich onophoudelijk vermenigvuldigt – waarbij overigens de uit de VS afkomstige kernideeën zelf al decennia gelijk zijn gebleven.20
In deze bespreking vormen de Nederlandse jurisprudentie en de daarin opgenomen, al dan niet geparafraseerde, proces-verbalen en -stukken het uitgangspunt.21Waar relevant worden deze documenten uitgediept met behulp van andere bronnen en wetenschappelijke literatuur; met name via die laatste categorie wordt het internationale karakter van dit digitale protest zichtbaar. Netolitzky, expert op het gebied van pseudorecht, spreekt in dit kader terecht van een internationale monocultuur en het kan hier nauwelijks verbazing wekken dat Engelse documenten regelmatig hun opwachting maken binnen de Nederlandse soevereinen-rechtspraak.22
Ik begin met een recent arrest over de beruchte box 3-heffing, waarin de Hoge Raad meer duidelijkheid schept over eventueel rechtsherstel voor gedupeerden met betrekking tot de jaren 2017 en 2018.23Het aan dit arrest gehechte beroepschrift is exemplarisch voor het soevereine of autonome gedachtegoed en vormt daarom reden om het hier, inclusief taal- en interpunctiefouten, voor een deel te citeren:
‘Wij gaan in cassatie als mens en niet als natuurlijk persoon. Wij moeten als natuurlijke personen procederen omdat wij door het systeem hiertoe gedwongen worden (dus als belanghebbende) Dat is onder dwang en in strijd met artikel 1 van de grondwet. Men mag niet dwingen. Dus moeten wij als natuurlijke persoon in cassatie gaan omdat het rechtssysteem de mens niet erkend. Wij hebben door de overheid en belastingdienst een eenzijdig contract opgelegd gekregen. De overheid en de belastingdienst zijn bedrijven. B.V’s ingeschreven bij de K.v.K in Washington D.C. in Amerika. De belastingdienst heeft zelfs een ANBI status. Wij hebben als mens, noch als natuurlijk persoon een contract gerekend met het bedrijf de belastingdienst. De aanslagen worden eenzijdig opgelegd. De rechter van het Hoger beroep in Amsterdam kon niet bewijzen dat hij echt een rechter is. Hij kon alleen zijn rijkspas tonen. Is deze uitspraak dan wel wettig? En zijn de wetten van na mei 1940 wel echt geldig? Wij hebben een advocaat gesproken die de documenten en meerdere bewijzen heeft, die op vele site’s te vinden zijn, waaruit blijkt dat wij nog steeds onder duits protectoraat en het SHAEF vallen. Het grondgebied der Nederlanden hoort bij het voormalige Derde Rijk, waarbij overeen is gekomen dat de definitie van ‘Duitsland’ door de zegevierende machten (US, UK, USSR en Frankrijk) de grenzen van de Weimar Republiek van 1937 zijn. Daar valt het grondgebied van Nederland buiten en de gezagsvacuüm is door de op 13 mei 1940 gedeserteerde opperbevelhebber der Nederlandsche strijdkrachten onwettig opgevuld. De soevereiniteit en zeggenschap over het grondgebied is door SHAEF nooit overgedragen en geldt dus nog steeds. De Staat is dus een grondgebied met volk onder het bezettingsregime van SHAEF. Dus alle wetten na deze datum zijn onwettig, dus ook de Box 3 Belastingwet en vele andere belastingwetten. (…) Wij gaan uit van een eerlijke uitspraak, ondanks dat dit onmogelijk blijkt te zijn binnen het matrix systeem. Wij zullen de soevereine mens of natuurlijke personen persoonlijk aansprakelijk gaan stellen en gaan door met procederen tot het Europees hof.’
Het beroepschrift is een uitstekende samenvatting van het gedachtegoed van de autonomen en soevereinen. De mysterieuze eerste zin, ‘wij gaan in cassatie als mens en niet als natuurlijk persoon’, vormt het conceptuele hart van het gedachtegoed van autonomen en soevereinen. Even later is het met de zin ‘wij hebben door de overheid en belastingdienst een eenzijdig contract opgelegd gekregen’ opnieuw raak. En met de zin ‘En zijn de wetten van na mei 1940 wel echt geldig?’ is ook het derde fundament aangehaald. Kort gezegd is nagenoeg alle pseudo-juridische activiteit van de soevereinen en autonomen, in Nederland en elders, te herleiden tot de drie principes die in deze zinnen besloten liggen:
De stroman. De wet is alleen van toepassing op rechtspersonen en natuurlijke personen, niet op de ‘mens’.
Contract en de afwezigheid van instemming. Het recht en het overheidsgezag berusten op een contractuele overeenkomst met individuen. Zonder nadrukkelijke instemming is de wet op de ‘mens’ niet van toepassing.
De legitimiteit van de Staat, zijn instituties, en zijn wetten is zodanig gebrekkig dat bestaande wetten ongeldig zijn en de autoriteiten, waaronder de rechter, gezag ontberen.
Stroman: ‘wij gaan in cassatie als mens en niet als natuurlijk persoon’
Dit argument is het fundamentele uitgangspunt voor autonomen en wordt bijkans in iedere zaak gethematiseerd. In het kort wordt hier gesteld dat iedereen wordt geboren als ‘levende mens’, maar dat niemand van ons wordt geboren als ‘natuurlijke persoon’, dat wil zeggen, als juridisch subject.24Via officiële documentatie en bijvoorbeeld een Burger Service Nummer (BSN) creëert de overheid, zonder nadrukkelijke instemming van de ‘soevereine mens’, een kunstmatige persoon of stroman die onder het wettelijk gezag van diezelfde overheid valt. Volgens autonomen is het burgerschap een juridische fictie: een mens ben je, zoals de slagzin luidt, een persoon heb je.25Vandaar dat in soevereine kringen dit burgerschap regelmatig met het Latijnse begrip persona, ‘rol’, wordt vereenzelvigd.26De meesten onder ons leven deze rol en maken geen onderscheid tussen de ‘natuurlijke persoon’ en de ‘levende mens’ die deze rol op zich heeft genomen. De autonoom doet dit wel én, nog belangrijker, stelt dat de ‘levende mens’ expliciet afstand kan doen van het ‘burgerschap’ bij de overheid. Voor de autonoom is dit van groot belang. De Nederlandse wet is volgens hen alleen van toepassing op de ‘natuurlijke persoon’, de juridische fictie, en niet op de ‘levende mens van vlees en bloed’.27Afstand van de natuurlijk persoon betekent dus herwonnen soevereiniteit of autonomie. Dat houdt in de praktijk vooral de belofte in geen belastingen, boetes en soms zelfs geen huur of hypotheek te hoeven betalen.28
De duizenden brieven waarmee dit artikel begon zijn alle dergelijke ‘verklaringen van leven’ met behulp waarvan mensen de grip van de overheid op de ‘natuurlijke persoon’ proberen los te weken. In andere landen worden ook rij- en identiteitsbewijzen regelmatig bij de autoriteiten ingeleverd.29Door afstand te doen van het burgerschap wordt de ‘levende mens’ bevrijd van de overheid en haar ‘burger’-wetten. Vandaar dat de autonomen in de Nederlandse rechtspraak sterk de nadruk leggen op de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en andere mensenrechtenverdragen.30Dergelijke verdragen spreken hen direct als ‘mens’ aan en niet als ‘burger’, aldus de autonomen.
Deze stroman-argumentatie werkt nogal bevreemdend. Zij wordt in soevereine kringen vaak kracht bijgezet door een onderscheid te maken tussen voor- en achter naam. De voornaam identificeert de ‘levende mens’; de achternaam representeert de ‘persoon’. De menselijke naam van soevereinen en autonomen wordt ook nogal eens van hoofdletters, dubbele punten, gedachtestreepjes of de toevoeging ‘vdf’ (van de familie) voorzien om het onderscheid met de officiële naam te benadrukken.31Zo valt in een wrakingszaak uit 2013 te lezen dat wanneer de rechter aan de verzoeker vraagt of hij ‘[naam A]’ is, deze antwoordt dat hij ‘[naam B]’ heet, ‘een soeverein persoon is, en dat [naam A] in zijn tas zit’, waarop de rechter antwoordt dat hij ‘geen zaken kan doen met een tas’.32In de tas, zo wordt niet veel later duidelijk, zit het paspoort van de verzoeker. Toen de rechter de man verzocht te vertrekken wegens identificeringsweigering, wraakte de verzoeker de rechter, omdat hij niet als ‘mens of als soeverein persoon is behandeld, maar als burger die onder de Nederlandse wet valt’.
De splitsing tussen de ‘burger/natuurlijke persoon’ en de ‘levende mens’ leidt tot allerhande gefantaseerde constructies. Zo stelt de eiser in een zaak over onbetaalde verkeersboetes dat ‘de gemachtigde’ (lees: de ‘mens van vlees en bloed’), die enkel met een voornaam verschijnt, de bestuurder van het voertuig was. De betrokkene, de kentekenhouder (lees: de ‘stroman’ of ‘natuurlijke persoon’), was dat niet. Een ‘papieren fictie’, kan immers geen auto besturen.33De kantonrechter, vermoedend dat gemachtigde en betrokkene één en dezelfde persoon zijn, weigerde de gemachtigde toen deze geen achternaam wilde verstrekken. Hierop ging de eiser in beroep en wierp onder andere tegen dat hij als ‘voornamelijk levende man in personificatie is gedwongen’.34Deze poging is niet nieuw. In het buitenland zijn meerdere zaken bekend waarin de ‘mens van vlees en bloed’ als gemachtigde optreedt voor de stroman, schijnbaar naar analogie van de (door mensen vertegenwoordigde) rechtspersoon.35
De kern van het stromanargument is het idee dat de wet niet van toepassing is op de mens, maar enkel op de door de overheid gecreëerde en aan deze mens gekoppelde rechtspersoon. Een expliciete afwijzing van (de overheidsclaims op) die rechtspersoon zorgt ervoor dat de ‘mens’ de eigen oorspronkelijke soevereiniteit terugkrijgt.36Voor zover hier gesproken kan worden van een ontwikkelde persoonsopvatting moet worden opgemerkt dat een radicaal individueel zelfbeschikkingsrecht de conceptuele basis van dit gedachtegoed vormt, hetgeen terug te voeren is op in Amerika ontwikkelde ideeën.37
Contract: ‘wij hebben door de overheid een eenzijdig contract opgelegd gekregen’
Het tweede argument van de soevereinen volgt uit het compromisloze, libertaire individualisme en draait om het idee van ‘wederzijdse instemming’; buiten de minimale verplichtingen die volgen uit ons menszijn zelf kunnen soevereinen enkel verplichtingen worden opgelegd waarmee ze expliciet hebben ingestemd.38In het juridisch universum van autonomen wordt, in binnenen buitenland, publiekrecht dan ook gaarne gereduceerd tot privaatrecht, door autonomen ook wel ‘burgerrecht’ genoemd.39Zo is volgens autonomen alle Nederlandse wetgeving en iedere vorm van staatsautoriteit in essentie contractueel of gebaseerd op contractuele relaties. In binnen- en buitenland wordt daarom regelmatig gesteld dat de overheid zelf een bedrijf is, dat rechters ingeschreven moeten staan bij de Kamer van Koophandel en dat overheidsinstanties zonder contracten geen verplichtingen kunnen afdwingen.40
Nu de soevereine mens niet met het ‘burgercontract’ heeft ingestemd, zijn de uit dit ‘contract’ voortvloeiende verplichtingen, dat wil zeggen in theorie de wet en in de praktijk de opgelegde belastingen, niet op hen van toepassing. Het staat autonomen vrij om het contract wél te accepteren, maar vooral ook om deze af te wijzen. De overheid die dit niet accepteert, maakt zich schuldig aan ‘dwang’.41
De verhouding van dergelijke argumentatie tot sociaal contract-theorieën is elders reeds besproken.42Hier beperk ik mij tot het uiteenzetten van de manier waarop dit argument in de rechtszaal wordt aangevoerd. Verreweg het vaakst komt het argument voor in de context van onbetaalde belastingen, verkeersboetes of niet-betaalde verzekeringspremies.43Het idee wordt ook toegepast op het rechtssysteem als zodanig. Zo stellen autonomen geregeld ‘het burgercontract met de overheid’ te hebben opgezegd.44
Een verzoeker, zelfverklaard ‘soeverein mens van vlees en bloed’, stelt in een wrakingszaak uit 2020 nooit akkoord te zijn gegaan ‘met het beleid van het huidige rechtssysteem en belastingsysteem’, en ook geen ‘(zielen)contract of overeenkomst [te hebben] met de rechter en dat evenmin [te willen] hebben’.45Zoals de overheid hen op slinkse wijze in de val lokt en tot contractpartij maakt via de geboorteregistratie en het BSN-nummer, zo denken de autonomen ook dat rechters hen met behulp van allerhande trucjes aan het rechterlijk gezag proberen te onderwerpen.46In een wrakingszaak van 2013 stelt de verzoeker dat ‘indien de rechters hun jurisdictie op enig contract zouden proberen te laten berusten dat de rechters aan verzoeker tegen zijn wil in aansmeren en verzoeker dat contract niet kan opzeggen, dan is er sprake van slavernij’.47
In de zo-even besproken zaak met de ‘tas’, waarin de eiser weigerde zich te identificeren, speelde dezelfde problematiek. Zich in de rechtszaal identificeren of andere ‘bevelen’ van de rechter opvolgen, zoals de eenvoudige suggestie om niet langer te staan maar plaats te nemen, zijn in de ogen van veel soevereinen en autonomen evenzovele geniepige pogingen van de Staat en haar instituties om ‘soevereine mensen’ in de val te lokken. Wordt het bevel opgevolgd, dan wordt ook het contract geactiveerd en is men onderworpen aan de Nederlandse wet en het overheidsgezag.48
De soevereinen maken deze opvatting van het contract op hun beurt tot wapen om de Staat of ambtenaren eenzijdig verplichtingen op te leggen.49Want hoewel een contract, ondertekend met natte inkt, het uitgangspunt lijkt te zijn, kunnen partijen in hun optiek ook zonder expliciete instemming worden gebonden.50Vaak gaat het hier om stilzwijgende instemming. Zo voert de betrokkene in een uitspraak uit 2021 aan dat er door ‘de Koning der Nederlanden en de diverse Ministeries geen bezwaar’ is gemaakt tegen zijn Verklaring van begrip en intentie en zijn Wilsverklaring, waardoor hij zich definitief heeft losgemaakt van de Staat.51In een andere zaak, eveneens over openstaande verkeersboetes, stelt de betrokkene verweer gevoerd te hebben als mens van vlees en bloed. Omdat de officier van justitie op dat beroepschrift heeft beslist, is de betrokkene als mens van vlees en bloed erkend.52
Vooral ambtenaren krijgen te maken met deze ‘eenzijdig opgelegde contracten’, in het bijzonder via agressieve boeteschema’s. Zo worden in 2023 twee contact- en correspondentieverboden opgelegd aan een autonoom die ambtenaren naar aanleiding van handhavend optreden in privé lastigvalt met ongefundeerde sommaties en claims.53De zaken zijn een goed voorbeeld van de gangbare praktijk. Na ruiming van zijn eenden en ganzen wordt door de autonoom, in een ‘verklaring voor waarheid’, restitutie van eigendommen plus 100% van de waarde geëist. Ook worden de betrokken ambtenaren, ‘zonder grondige, verifieerbare, puntsgewijze weerlegging van elk punt dat in deze beëdigde verklaring wordt uiteengezet, onmiddellijk beschuldigd van criminele fraude, diefstal, samenzwering en afpersing’. Hierbij dreigt de autonoom ook internationale commerciële pandrechten uit te vaardigen tegen alle eigendommen van de ambtenaren. Dit betreft een blind gekopieerde Amerikaanse praktijk, die daar grote schade kan aanrichten maar hier niet toepasbaar is.54Ten slotte stelt de autonoom dat het niet binnen dertig dagen reageren op de verklaring neerkomt op een beroep ‘op de doctrine van berusting’ zodat hij het recht zou hebben ‘om privaatrechtelijk alle kosten op de (ambtenaren) te verhalen’.55Nadat op deze verklaring niet wordt gereageerd, volgt een tweede brief, waarin de autonoom stelt dat stilzwijgend is ingestemd met de inhoud van de eerste brief zodat de dreigementen vanaf nu handen en voeten gegeven zouden worden.56
Een dergelijk fictief boeteschema, met stilzwijgend contract incluis, is welbekend in het buitenland. In de onderhavige zaak heeft het er alle schijn van dat het schema een-op-een is gekopieerd uit buitenlandse bronnen. Het schema is natuurlijk een juridische illusie; een contact- en correspondentieverbod, niet geld, viel de autonoom ten deel. Voor betrokken ambtenaren, die niet zonder meer van de fictie op de hoogte zijn, zijn de brieven niet minder intimiderend.57
Gebrekkige staatslegitimiteit: zijn de wetten van na mei 1940 wel echt geldig?
Een centraal onderdeel van de autonome visie op het recht is ten slotte het derde fundament, namelijk dat het recht überhaupt niet geldig is. Het zou de Staat aan legitimiteit ontbreken. Ook dit argument is een internationale constante, hoewel bij de precieze invulling ervan veel regionale variatie zichtbaar is. De staatsillegitimiteit wordt namelijk vaak opgehangen aan revisionistische interpretaties van de vaderlandse geschiedenis.58
De argumenten van de Nederlandse soevereinen leunen evenwel sterk op de Duitse geschiedenislessen van de Reichsburger en Selbstverwalter. In het eerder aangehaalde beroepschrift in cassatie werd bijvoorbeeld betoogd dat de ‘Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force’ (SHAEF) het gezag na afloop van de Tweede Wereldoorlog nooit officieel hebben overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten, zodat het bezettingsregime van de SHAEF nog altijd geldt. Vergelijkbare ideeën zijn voorhanden in andere zaken.59
Al in 2014 wraakt een verzoeker de rechter, ten eerste omdat hij door de rechter niet als soeverein persoon is erkend en ten tweede omdat ‘de ongrondwettige status van de Nederlandse regering sinds 1940 nooit is hersteld’. De verzoeker is daarom niet gehouden aan deze ‘ongeautoriseerde en illegale machtsuitoefening’.60In een recentere uitspraak wordt deze rechtshistorische lezing gepreciseerd: ‘de beslissing om de zetel van de regering gedurende de oorlogsjaren 1940-1945 buiten het Rijk te vestigen’ biedt grond om de legitimiteit van de Nederlandse Staat, ‘en daarmee de bevoegdheid van de raadsheren om recht te spreken’, in twijfel te trekken.61Dit argument wordt, in min of meer dezelfde bewoordingen, in 2023 voor de rechter herhaald: de Grondwet, en het systeem dat die wet als grond neemt, is ongeldig omdat ‘de Kroon zich tijdens de Tweede Wereldoorlog buiten het Rijk heeft geplaatst’.62
De Duitse Reichsburger en Selbstverwalter, die in hun ideologie een veel grotere nadruk leggen op revisionistische interpretaties van de geschiedenis, concentreren zich ook regelmatig op de Tweede Wereldoorlog, en op de SHAEF in het bijzonder, om de legitimiteit van de bestaande rechtsorde te betwisten.63De Germaanse invloeden op de Nederlandse autonomen zijn in het bijzonder zichtbaar in een arrest van 2023, waarin wordt gesteld dat de SHAEF-bezettingsmacht het ‘Nederlandse rechtssysteem onder USA jurisdictie’ brengt en ook dat de betrokkene zelf behoort tot het ‘Inheemse Volk der Germaniten’.64
Het beroep op het lidmaatschap van een (al dan niet fictief) inheems volk om zich aan bestaande wet- en regelgeving te onttrekken is, opnieuw, internationaal gangbaar. De Duitse soevereinen hebben dit argument gecoöpteerd door zich onder het niet-erkende en door het Bundesverwaltungsgericht afgewezen ‘Indigenes Volk Germaniten (sic)’ te scharen.65Duitse invloeden op het Nederlandse soevereine gedachtegoed waarvan het bestaan hier en daar al werd vermoed, worden in ieder geval in het hierboven genoemde arrest van 2023 bijzonder duidelijk.66
Deze alternatieve lezingen van de geschiedenis hebben vooral tot doel om het vigerende overheidsgezag af te wijzen. Niet altijd komt het tot dergelijke historische uiteenzettingen – vaak wordt in plaats daarvan een beroep gedaan op een zelfgecreëerd natuurrecht.67En nog veel vaker wordt in de rechtszaal eenvoudigweg het gezag van de rechter als zodanig betwist.68De rechter, lazen we bijvoorbeeld in het hierboven geciteerde beroepschrift in cassatie, ‘kon niet bewijzen dat hij echt een rechter is’ en kon ‘alleen zijn rijkspas tonen’.69
In andere zaken worden door soevereinen evenzeer op hoge poten allerlei zaken van de rechter geëist die, indien de rechter daar niet stante pede mee over de brug komt, de rechter illegitiem zouden maken. Het gaat hier vaak om legitimatie, de akte van beëdiging, een volmacht, of een inschrijving bij de Kamer van Koophandel.70Indien de rechter weigert aan een (vaak onmogelijk) verzoek te voldoen, wordt regelmatig gewraakt. In een recente wrakingszaak is bijvoorbeeld het volgende te lezen in het proces-verbaal van de zaak die aan de wrakingszaak ten grondslag ligt: ‘gedaagde vraagt aan de rechter: Wie bent u? Wat is uw naam? U moet bewijzen dat u rechter bent. De rechter antwoordt dat zij dit niet hoeft. Gedaagde antwoordt dat de rechter dit wel moet doen en wraakt de rechter’.71
Deze trits aan eisen is juridisch onbegrijpelijk en krijgt vooral betekenis wanneer zij begrepen wordt als een poging om de controle te hernemen. De dwingende toon van de autonomen is een antwoord op de dwang van het systeem. De vragen aan de rechter plaatsen de magistraat in de schoenen van hen die machteloos zijn, van hen die niet vragen maar bevraagd worden, van hen die niet eisen maar van wie geëist wordt en van hen, ten slotte, die niet anders kunnen dan luisteren en gehoorzamen. Nu worden de rollen omgedraaid. De poging een machtsgebrek op magische wijze om te zetten in een machtspositie, zo zou men kunnen stellen, vormt de signatuur van de autonomen.
4. Hoofdonderwerpen in de rechtszaal
Het pseudorecht van autonomen komt in Nederland en daarbuiten voornamelijk voor in de volgende situaties:
om aan de verplichting tot het betalen van (inkomsten) belasting, boetes, verzekeringspremies of andere betalingsverplichtingen te ontkomen;
om overheids- en institutionele beambten aan te vallen of tegen te houden;
om strafvervolging te ontlopen;
om gratis geld te creëren of anderszins schulden teniet te doen.72
Dit houdt in dat praktisch alle autonomen-rechtspraak de rechtsverhouding overheid-burger betreft en nauwelijks burgers onderling; daarbij gaat het in het bijzonder om de verplichtingen, niet de rechten die uit burgerschap volgen.73Over de verhoudingen tussen deze vier categorieën kan voorts nog opgemerkt worden dat de eerste (1) categorie in zowel buiten- en binnenland de grote meerderheid uitmaakt.74In 45 van de 112 verzamelde Nederlandse autonomen-zaken betreft het inkomensbelasting (en vaak daarbij de premie volksverzekeringen).75Een kleiner aantal ziet op motorrijtuigenbelasting (twee zaken), gemeente- (vier zaken) of waterschapsbelasting (één zaak), vennootschapsbelasting (één zaak), verkeersboetes (negen zaken), of verzekeringspremies (zes zaken).76
In het Belastingblad is onlangs een deel van deze zaken door Boone besproken.77Hij besteedt daarin geen aandacht aan het veelvuldig geponeerde argument dat belastingen (aftrekbare) giften zouden zijn, vaak kracht bijgezet door op de Algemeen Nut Beogende Instellingstatus van de Belastingdienst te wijzen, zoals ook in het hierboven geciteerde beroepschrift in cassatie.78In de jurisprudentie zijn hiervan zeker een twintigtal zaken bekend, waarin vaak dezelfde gemachtigde, een autonomen-goeroe en zelfverklaard juridisch adviseur, optreedt.79Toen in 2021, na vijf jaar consistente jurisprudentie, wéér een zaak met deze argumentatie werd betwist, stelde de belanghebbende dat deze jurisprudentielijn ‘onbegrijpelijk’ zou zijn.80De uitkomst van die zaak laat zich raden, maar een grote impact op het gedachtegoed lijkt al deze jurisprudentie niet te hebben. Nog op 8 november 2023 is door de rechter een dwangsom opgelegd aan het ‘Juridisch Kantoor Plate’ voor het verstrekken van belastingadvies met de strekking dat de Belastingdienst een ANBI is en inkomstenbelasting een gift.81
Dan de tweede categorie (2: om overheids- en institutionele beambten aan te vallen of tegen te houden). Hieronder vallen vooral de wrakingszaken, vijfentwintig in totaal, die vaak voortkomen uit zaken over openstaande rekeningen; zoals hierboven uiteengezet proberen autonomen met wrakingen de legitimiteit van de overheid en de rechterlijke macht in het bijzonder te betwisten.82Onder deze categorie vallen ook de twee hierboven besproken zaken waarin ambtenaren lastig zijn gevallen, een handvol rechtszaken tussen ouders en jeugdbescherming,83en drie strafzaken over wapenbezit en bedreiging.84De rechter merkt in de eerste van die twee zaken overigens op dat de enkele vaststelling dat de verdachte ‘het soevereine gedachtegoed aanhing’ niet als strafverhogend kan gelden.85
De derde categorie (3: om strafvervolging te ontlopen) is in de (gepubliceerde) Nederlandse rechtspraak relatief slecht zichtbaar omdat het hier in de regel lijkt te gaan om kleine vergrijpen die enkel op de radar komen indien de (politie)rechter wordt gewraakt en de zaak dus wordt gepubliceerd.86
Een bijzondere categorie is de poging om geld uit het niets te creëren of anderszins schulden teniet te doen (4), onder welke noemer bij mijn weten slechts twee rechtszaken gepubliceerd zijn; één wrakingszaak refereert aan dezelfde ideeën.87Om een marginaal fenomeen gaat het hier evenwel niet. De duizenden brieven die naar de Belastingdienst en de Raad van State zijn gestuurd, vallen alle onder deze categorie. In rechterlijke uitspraken zelf wordt duidelijk dat het, in begin 2022, gaat om 7900 brieven van 4900 personen bij de Belastingdienst; bij de Raad van State, in oktober 2023, staat de teller al op 15.000 brieven.88
Deze brieven zijn bedoeld om een niet-bestaand ‘geboortetrust’ op te eisen. Als dat niet al het geval was, dan treden we met dit geboortetrust nog explicieter de complotwereld binnen. De common law-terminologie verraadt al dat ook dit een uit de Verenigde Staten afkomstig idee is, ook wel ‘The Redemption Scheme’, ‘Accept for Value’, of ‘A4V’ genoemd.89Met een beroep op pseudorecht zouden grote sommen geheim geld voor ‘levende mensen’ beschikbaar gemaakt kunnen worden, welke sommen de overheid in de naam van de ‘natuurlijk persoon’ vasthoudt. In een wrakingszaak wordt een tipje van de sluier opgelicht: de overheid zou speculeren met een voor iedere burger afgesloten ‘levensverzekering met BSN-nummer (sic)’; in de Verenigde Staten gaat het veelal om de theorie dat de overheid sinds 1933, toen de gouden standaard losgelaten is, de toekomstige belastingafdrachten van individuen verkoopt om met de opgestreken sommen de dollar te stabiliseren.90Als de soevereine mens zich terugtrekt en niet langer borg staat voor de ‘natuurlijke persoon’ wiens toekomstige belastingafdrachten door de overheid verkocht zouden zijn, komt deze som toe aan de ‘vrije mens’. Vaak wordt door buitenlandse soevereinen ook gesteld dat bestaande schulden door schuldeisers met dit fonds dienen te worden verrekend; Nederlandse voorbeelden van dergelijke praktijken zijn mij (nog) niet bekend.91
De achterliggende, niet zonder meer incorrecte, gedachte lijkt hier te zijn dat de kredietwaardigheid van een land in principe afhankelijk is van de hoeveelheid belasting die een volk kan betalen. De autonomen hebben hier te veel en te letterlijke consequenties aan verbonden. In de twee Nederlandse zaken, waarin kort gezegd de uitkering uit het trustfonds wordt opgeëist, hebben eisers nul op het rekest gekregen.
5. Aandachtspunten en aanbevelingen
In de twee voorgaande paragrafen zijn de kernargumenten en de hoofdonderwerpen van de autonomen in de Nederlandse rechtspraak uiteengezet. In deze vijfde paragraaf draag ik drie, meer algemene pijnpunten aan, zonder daarbij volledigheid te pretenderen. Ook verken ik een drietal oplossingen die los staan van deze algemene pijnpunten en meer strikt zien op de juridische praktijk.92
Allereerst de algemene pijnpunten, waarbij ik vooral de aandacht van ambtenaren en rechters hoop te vestigen op zaken die ofwel onderbelicht zijn gebleven ofwel die nog niet in Nederland spelen maar dat, gelet op de ontwikkeling van deze groepen in het buitenland, spoedig zouden kunnen doen. Dit betreft drie zaken: radicaliseringsdreiging, ‘autonome’ kinderen en ‘autonome’ ambtenaren. Deze drie zaken vormen alle drie punten van grote zorg in het buitenland, waar de autonomen al veel langer actief zijn, maar zijn in Nederland tot nog toe niet of nauwelijks met de soevereinen in verband gebracht.
Ik begin met de radicaliseringsdreiging. De pseudojuridische argumenten zijn de woordelijke rechtvaardiging van een breder wereldbeeld. Het is bekend dat soevereine burgers politiek gemotiveerd zijn. En wie soevereiniteit predikt, komt vroeg of laat ook over het geweldsmonopolie te spreken. Zo schreven Caspar & Neubauer in 2012 nog dat geweld onder Duitse Reichsburger en Selbstverwalter ‘zelden voorkomt’; sinds 2013 is de beweging echter actief militant.93Tien jaar later, op 7 december 2022, trekken Duitse antiterreureenheden en masse uit om een gewelddadige couppoging te verijdelen. Bij onze oosterburen zit de schrik er begrijpelijkerwijs goed in. De exponentieel stijgende cijfers onderstrepen een groeiende neiging naar eigenrichting en de Duitse autoriteiten hebben zich de afgelopen jaren niet voor niets geconcentreerd op aan Reichsburger en Selbstverwalter verstrekte wapenvergunningen.94Wat betreft de VS is de Oklahoma City bombing (1995; 168 doden) slechts één voorbeeld uit vele, terwijl ook in andere landen geweld vaak voorkomt.95
In Nederland zijn mij tot nog toe slechts drie zaken bekend die in een geweldsrichting voeren (poging tot wapenbezit en bedreiging/opruiing).96Of dat geringe aantal ook inhoudt dat geweld zelden voorkomt, is een tweede. Rechtszaken voor kleinere delicten blijven vaak ongepubliceerd en soevereinen maken vaak ook deel uit van andere protestgroepen, zodat geweldszaken niet zonder meer aan hen toegeschreven worden. Een zaak over bedreiging, bijvoorbeeld, vond plaats in de context van COVID-19-protesten en kan enkel aan de soevereinen worden toegeschreven door het op het internet circulerend beroepschrift.97De in dit artikel uiteengezette connecties tussen de Nederlandse soevereinen en hun Duitse equivalenten maken sowieso dat waakzaamheid geboden is.
Een vijftal zaken dat te maken heeft met de kinderbescherming en de jeugdzorg is evenzeer een punt van aandacht.98Zo worden onder Duitse Reichsburger en Selbstverwalter kinderen weggehouden van wat zij ‘staatsscholen’ noemen en ligt de kinderbescherming ook in andere landen regelmatig overhoop met autonomen.99Wel moet hierbij de relatie tussen oorzaak en gevolg in het oog worden gehouden; het ligt voor de hand dat een oorspronkelijk controleverlies (over het kind) ouders naar het autonomen-gedachtegoed leidt en niet andersom.100Tegelijkertijd kan dit gedachtegoed ouders wel sterken in voor het kind uiteindelijk schadelijk gedrag – niet in de laatste plaats wanneer bijvoorbeeld het weigeren van ouders om rekeningen te betalen leidt tot de ontruiming van de gezinswoning.
Tot slot een laatste punt van aandacht, naar aanleiding van ontwikkelingen bij onze oosterburen. In Duitsland zijn recent de criteria voor het ontslag van ambtenaren vanwege Reichsburger-lidmaatschap voorwerp van verplichrechterlijke discussie geworden.101Mogen ambtenaren die de Staat zelf niet erkennen ipso facto worden ontslagen? Niet zonder meer, oordeelt het Bundesverwaltungsgericht in 2021, maar een ambtenaar die bijvoorbeeld bij de aanvraag voor een zogenaamd burgerschapscertificaat weigert ‘Duitsland’ onder ‘Staat’ neer te zetten, schendt zijn ambtseed en mag worden ontslagen.102Nederlandse gevallen zijn mij nog niet bekend, wellicht (mede) door het gebrek aan gepubliceerde zaken; bijzondere zorg gaat in Duitsland terecht uit naar militairen of ambtenaren die werken met kwetsbare of gevoelige infrastructuur, waarbij bovendien opgemerkt mag worden dat een van de twee Nederlandse soevereine-geweldszaken een ex-militair betrof die wapens trachtte te kopen en bovendien stelde niet de enige autonome ex-militair te zijn (en dat ter zitting afzwakte).103
Dan een drietal oplossingsrichtingen, achtereenvolgens voor de omgang met autonomen-goeroes, voor het veelvuldige wraken van rechters en voor de omgang met autonomen door instanties.
Ik begin met het (pseudo)juridische entourage van de autonomen, in het bijzonder de goeroes. In het buitenland is bij rechtszaken met sovereign citizens hier en daar sprake van rogue lawyers, advocaten die diensten gestoeld op het pseudorecht aanbieden of deze argumenten faciliteren.104Bij de Nederlandse zaken plaats ik slechts in een enkel geval mijn vraagtekens bij de rol van de advocaat, die überhaupt zeer zelden optreedt, want volgens de meeste soevereinen zijn advocaten onderdeel van het systeem.105Voor zover zichtbaar procedeert de overgrote meerderheid van de soevereinen in eigen persoon of met behulp van een gemachtigde (in 38 van de 112 zaken).106De groep gemachtigden, voor zover niet geanonimiseerd, bestaat voornamelijk uit bekende autonomen-goeroes.107Het heeft er daarom alle schijn van dat de activiteiten van autonomen in Nederland zoals elders met name geconcentreerd zijn rondom deze personen.108
Van hen is bekend dat zij de kwetsbaarheid van de medemens tot verdienmodel hebben gemaakt; de Canadese rechter Rooke, in Meads vs. Meads, plaatst de goeroes in de malebolge, de achtste hellecirkel van Dante’s Inferno.109Dat zullen Nederlandse rechters niet zo snel doen, maar het lijkt wel mogelijk om, zoals onlangs voorgesteld, aan deze vorm van bedrog via het strafrecht paal en perk te stellen.110Op tafel ligt ook de recente uitspraak van de Rechtbank Limburg waarin dwangsommen zijn opgelegd aan het adviesbureau van een pseudorecht-goeroe ter voorkoming van de voortdurende verstrekking van evident onjuist belastingadvies.111Diezelfde rechtbank heeft, in een andere zaak, op grond van ernstige onbekwaamheid dezelfde goeroe het recht ontzegd om als gemachtigde op te treden (ex artikel 81 Rv), vanwege onbekwaam gedrag (het zich valselijk presenteren als jurist; ernstige ondeskundigheid die een goede vertegenwoordiging onmogelijk maakt) en het ter zitting handelen in strijd met de fatsoensnormen; in hoger beroep is deze uitspraak recent bevestigd.112
Deze drietrapsraket van mogelijkheden – het strafrechtelijk vervolgen van misleidende adviesbureaus; het opleggen van dwangsommen voor het bieden van evident onjuist en schadelijk (belasting)advies; en het uitsluiten van goeroes als gemachtigden – zou ik hier ook willen presenteren als een gedegen eerste aanzet om de kern van het probleem aan te pakken. Met de caveat lector dat in andere landen goeroes zonder veel moeite opgevolgd worden en dat de werkelijke kern van het probleem schuilt in een door sociaal-economische crises aangewakkerde vertrouwensbreuk tussen overheid en kwetsbare burgers.113
Een tweede aanbeveling betreft de interactie tussen rechter en soeverein in de rechtbank, in het bijzonder in de context van de ‘wraking’. Zoals hierboven is geïllustreerd dreigen autonomen regelmatig met grote boetes, fabelachtige schadevergoedingen en juridische procedures als antwoord op legitiem handelen door ambtenaren of rechters. Bij aanhoudende overlast is een kort geding met dwangbevel, zoals een enkele maal toegepast in de rechtspraak, een adequaat middel.114
In de rechtszaal zelf komt het regelmatig tot onbehoorlijk gedrag, waarbij meespeelt dat soevereinen en autonomen vaak met een grote, rumoerige groep naar rechtszaken togen en proberen geluids- en video-opnamen te maken.115Deze vijandige houding van de autonoom jegens de rechter komt misschien juridisch het sterkst tot uitdrukking in het voortdurend wraken van de rechter enkel en alleen omdát deze een rechter is.116
Nu het wrakingsmiddel niet dient om de rechtspraak in het algemeen af te wijzen, is interventie op zijn plaats. De beslissing van de Rechtbank Amsterdam op 3 februari 2023 om een dergelijk wrakingsverzoek buiten behandeling te stellen nu iedere motivering ontbreekt, verdient daarom wat mij betreft bredere navolging – hoewel een afwijzing onder vermelding van onvoldoende motivering misschien een proportioneler middel biedt.117Dat in deze verzoeken ‘geen enkele omstandigheid is vermeld waaruit kan volgen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade kan lijden of dat daarvoor een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat’ wordt een maand later ook gesteld door de Rechtbank Den Haag, in de zaak van boerenrelschopper en shovelbestuurder Johan R., zij het in iets andere bewoordingen. In die zaak merkt de wrakingskamer op dat het verzoek tot wraking ‘kennelijk ongegrond’ is, omdat het op geen enkele manier feitelijk is onderbouwd en slechts als doel heeft de voortgang van de procedure te frustreren.118De Rechtbank Oost-Brabant oordeelt in 2014 reeds dat een verzoekster die herhaaldelijk ten onrechte wraakt, misbruik maakt van het middel, zodat haar volgende verzoeken niet langer in behandeling worden genomen. Na een poging tot wraking van de wrakingskamer komt ook het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) tot die conclusie.119Datzelfde CBb stelt in een hieraan gerelateerde zaak terecht dat ‘een wrakingsverzoek dat neerkomt op een verzoek om wraking van alle rechters van het College’ evident misbruik maakt van het middel en dus buiten behandeling moet worden gelaten.120
Het strekt tot aanbeveling om uit deze versnipperde uitspraken de evenwel eensgezinde lijn thans te volgen: een wrakingsverzoek dat stoelt op een ontkenning van alle rechterlijk gezag als zodanig is onvoldoende gemotiveerd en kan daarom afgewezen worden. Een volgend verzoek om wraking langs dezelfde inhoudelijke lijnen wordt niet in behandeling genomen.
Voor de laatste aanbeveling keer ik terug naar de President van de Hoge Raad, met wie ik deze bijdrage opende. Op de vraag van Nieuwsuur presentator Jeroen Wollaars of de Hoge Raad een rol zou kunnen spelen bij het herstellen van de relatie tussen autonoom en samenleving, stelt zij dat ons hoogste rechtscollege hier vooral naar buiten treedt om te signaleren dat er sprake is van een maatschappelijk probleem. Het oplossen van dit probleem, zo legt de President uit, valt buiten het baljuwschap van de Hoge Raad.
Deze terughoudendheid valt alleszins te rechtvaardigen en wordt ook regelmatig in autonomen-rechtspraak uitgesproken.121Toch zou ik hier, naar analogie van de Canadese uitspraak Meads vs. Meads, een voorzichtige lans willen breken voor een rechterlijke uitspraak die uitgebreid op de hierboven uiteengezette pseudojuridische argumentatie ingaat en deze verwerpt.122Een dergelijke uitspraak is niet bedoeld om het maatschappelijk probleem op te lossen; ervaringen uit het buitenland laten zien dat een rechterlijk dictum de soevereinen of autonomen niet zonder meer op andere gedachten kan brengen.123Wel schept een gedetailleerde, rechterlijke uitzeenzetting duidelijkheid voor alle rechterlijke colleges en overheidsinstanties die regelmatig met deze groepen te maken hebben. Wanneer het bestaan, de kenmerken en strategieën bekend zijn, kan adequater worden gereageerd en in veel gevallen met een aangeklede verwijzing worden volstaan. Omdat autonomen een vast stramien aanhouden, biedt een dergelijke uitspraak houvast aan rechters en lokale overheden.124Zo wordt uiteindelijk ook de verkwisting van publieke middelen beperkt.
6. Slotopmerking
Daadwerkelijke oplossingen voor dit groeiende probleem bieden deze aanbevelingen natuurlijk niet. Zoals de door de autonomen aangedragen argumenten móéten falen omdat zij in de basis systeemkritiek constitueren maar die kritiek vervolgens binnen het systeem tot uiting brengen, zo ziet ook het recht zich met de autonomen voor een aporie gesteld.125Het wezenlijke probleem voor het recht is duidelijk: hoe om te gaan met mensen die iedere vorm van omgang afwijzen? Deze paradox maakt dat iedere reactie vanuit het rechtssysteem, nolens volens, tekortschiet. Dit is uiteindelijk een probleem van de maatschappij. Daar moeten ook de fundamentele oplossingen gezocht worden.
Dit artikel is nochtans grotendeels voorbijgegaan aan het maatschappelijk verklaren van, en het aandragen van maatschappelijke oplossingen voor, de autonomen. Hier lag de nadruk niet op het analyseren van een maatschappelijk fenomeen, maar op een analyse van de interactie tussen autonomen enerzijds en recht en rechtspraak anderzijds. In de voorgaande vijf paragrafen heb ik de juridische omvang van de autonomen getracht te vangen, de in de rechtbank veelvoorkomende argumenten gepresenteerd, uiteengezet welke zaken vaak aanhangig gemaakt worden, en enkele pijnpunten en praktische aanbevelingen besproken.
Hoewel een dergelijke, strikt juridische behandeling in de literatuur tot dusver ontbrak, moet tot slot worden opgemerkt dat zij andere perspectieven uitsluit. Met een van die andere perspectieven, en wel met het maatschappelijke, eindig ik hier. Terecht benadrukte de President van de Hoge Raad in haar publieke optredens dat het in gesprek blijven met de autonomen en soevereinen van groot belang is. Deze waarschuwing verdient het om kracht bijgezet te worden. Een law and order-aanpak van de autonomen, hoe gerechtvaardigd op het eerste gezicht ook, heeft uiteindelijk de verdere marginalisatie van een reeds gemarginaliseerde groep tot gevolg, met daarbij een serieus risico op radicalisering en geweldpleging. Dit zijn reeds personen die ambtenaren en medeburgers beschouwen als geraffineerde samenzweerders en bereidwillige collaborateurs. Een aanpak die niet inzet op de-radicalisering en re-integratie, maar destructief gedrag verder aanwakkert, zal zichzelf vroeg of laat in de voet schieten.