Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.5.1:4.5.1 Inleiding
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.5.1
4.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270246:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in 1991 ingestelde Commissie van Slooten overwoog destijds een zogenoemde boete-inspecteur te introduceren.1 Een van de achterliggende gedachten was het feit dat de grote beoordelingsruimte voor heffingsfunctionarissen bij de toepassing van het belastingrecht leidde tot uiteenlopende oordelen in gelijke gevallen.2 De kennelijk bestaande onzekerheid omtrent de toepassing van het recht spitste zich onder meer toe op de vraag of ten minste sprake was van grove schuld van de belastingplichtige, met andere woorden of een niet-ordeboete (inmiddels vergrijpboete) kon worden opgelegd.3 Voor de beantwoording van die vraag was immers bepalend of sprake is van een verdedigbaar standpunt van de belanghebbende.4 Op deze manier werden alle onzekerheden omtrent het materiële belastingrecht geprojecteerd naar het fiscale-boeterecht, aldus Van der Ouderaa.5
Deze onzekerheden werden in de vorige paragraaf regelmatig aangehaald. Fiscale regelgeving wordt dermate complex gevonden, dat de kans op een onjuiste aangifte met regelmaat aanwezig is. Maar wat als een belastingplichtige mocht menen zijn aangifte juist te hebben ingevuld en dat zijn goede intentie vaststaat? Kan hij dan nog met een straf worden geconfronteerd?
In deze paragraaf wordt ten eerste het leerstuk van het pleitbare standpunt behandeld. Ook worden de gevolgen in de sanctiesfeer besproken.6 De vraag of de belastingplichtige mocht menen juist te hebben gehandeld hangt samen met het fenomeen rechtsvinding; met de manier waarop regels kunnen worden geïnterpreteerd. De tekst van de wet kan door belastingplichtige bijvoorbeeld op een bepaalde manier worden uitgelegd, terwijl de wetgever – al van oudsher – een andere bedoeling kan hebben gehad. Als tweede wordt ingegaan op verschillende interpretatiemethoden en de werking hiervan binnen het fiscale recht.7 In het verlengde hiervan wordt stilgestaan bij bijzondere rechtsmiddelen, vooral bij het leerstuk van fraus legis.8Fraus legis komt in beeld als een situatie leidt tot een rechtsgevolg, dat enerzijds gelet op de vastgestelde feiten en de juiste interpretatie van het recht onontkoombaar is, maar anderzijds gelet op doel en strekking van de wet evenzeer onaanvaardbaar is. Anders verwoord: er is in strijd met doel en strekking van de wet gehandeld en deze strijdigheid kan niet door rechtstreekse toepassing van de wet worden opgeheven. Tot slot wordt bezien in hoeverre de materiële onzekerheden omtrent toepassing van het fiscale recht invloed hebben op het fiscale boete- en strafrecht.9