RFR 2024/18
Mocht het hof beslissen om ter beoordeling van de vraag of rechterlijke vervangende toestemming voor erkenning mogelijk is, niet het Poolse recht toe te passen maar het Nederlandse recht?
HR 13-10-2023, ECLI:NL:HR:2023:1428
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 oktober 2023
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
22/03451
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS940051:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Internationaal privaatrecht (V)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1428, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑10‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:389, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑09‑2022
- Wetingang
Essentie
Internationaal privaatrecht. Erkenning.
Mocht het hof beslissen om ter beoordeling van de vraag of rechterlijke vervangende toestemming voor erkenning mogelijk is, niet het door art. 10:95 lid 3 BW aangewezen Poolse recht toe te passen maar het Nederlandse recht?
Samenvatting
In deze procedure gaat het om een man en vrouw die een affectieve relatie hebben gehad tot begin 2019. De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Poolse nationaliteit. In 2019 is de vrouw bevallen van een kind. Het kind heeft de Poolse nationaliteit en woont bij de vrouw. De vrouw heeft het eenhoofdig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.