Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/4.5.b:4.5.b Herstel in verlofstelsels
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/4.5.b
4.5.b Herstel in verlofstelsels
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS611946:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een deel van art. 231 lid 1 van het Armeense Wetboek van Strafvordering zoals geciteerd in EHRM 14 april 2009 (ontv.), nr. 18297/08 (Borisenko e.a./Armenië); EHRM 19 januari 2010 (ontv.), nr. 15371/07 (Nersesyan/Armenië).
EHRM 22 maart 2005, nr. 46601/99 (M.S./Finland); EHRM 24 april 2007, nr. 45830/99 (Juha Nuutinen/Finland).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor succesvol herstel is dus ten minste benodigd dat in beroep het geschonden deelrecht wel wordt nageleefd, maar in veel gevallen is ook controle met volledige rechtsbevoegdheid (full jurisdicton) of hernieuwde berechting (retrial; fresh determination) vereist. De vraag rijst in welke gevallen verlofbeoordeling nu op zichzelf herstel bieden voor eerdere schendingen van artikel 6 EVRM. En in welke gevallen moet verlof worden verleend zodat over de zaak inhoudelijke kan worden beslist? Ik formuleer over deze vragen eerst enkele gedachten en behandel vervolgens de rechtspraak van het EHRM.
Voor afgescheiden toegangsbeoordeling als zodanig heeft de rechtspraak over herstel vermoedelijk geen belang. Dat in eerste aanleg artikel 6 EVRM niet is nageleefd, laat onverlet dat de verdachte op geldige wijze beroep moet instellen indien hij dat verzuim wil aankaarten. Doet hij dat niet, dan staat volgens mij niets eraan in de weg de ontvankelijkheid van dat beroep op een afgescheiden wijze te beoordelen, bijvoorbeeld door een enkelvoudige kamer. Het feit dat artikel 6 EVRM in eerste aanleg is geschonden, maakt anders gezegd niet dat de berechting in beroep geheel ambtshalve opnieuw moet worden uitgevoerd of de klassieke voorwaarden voor toegang tot beroep buiten toepassing moeten blijven.
Voor vrije en inhoudelijke toegangsbeoordeling – leave to appeal in EHRM-termen – lijkt mij de rechtspraak over herstel van groter belang. Enkele situaties kunnen hierbij worden onderscheiden. In gevallen waarin voor herstel full jurisdiction is vereist, kan inhoudelijke toegangsbeoordeling mogelijk daartoe voldoende zijn. Indien de toegang tot beroep mede wordt bepaald door anticipatie op de kans van slagen van dat beroep, is namelijk goed denkbaar dat die anticipatie inhoudelijk en procedureel zo zorgvuldig plaatsvindt dat van controle met volledige rechtsbevoegdheid kan worden gesproken. Of inhoudelijke toegangsbeoordeling fouten uit vorige aanleg kan ‘dekken’, hangt dus af van de (mogelijk óók afgescheiden) procedurele vormgeving van die toegangsbeoordeling. Is full jurisdiction vereist, dan schiet vrije toegangsbeoordeling op zichzelf waarschijnlijk vaak tekort. Voor herstel lijkt mij namelijk in elk geval nodig dat de inhoud van het beroep wordt gecontroleerd, terwijl dat bij vrije toegangsbeoordeling niet zeker is.
In gevallen waarin voor herstel een retrial is vereist, zullen zowel vrije als inhoudelijke toegangsbeoordeling waarschijnlijk geen herstel kunnen bieden. Voor vrije toegangsbeoordeling geldt dat de toegang tot beroep juist niet (alleen) door de merits van de verwijten of het beroep wordt bepaald. Indien het appelgerecht bijvoorbeeld beroep toelaat op de grond dat “the judicial act to be adopted on the given case by the Court of Cassation may have a significant impact on the uniform application of the law”,1 dan kan de toepassing van die maatstaf mijns inziens niet gelden als herberechting – nog los van de procedurele waarborgen waarmee die toepassing is omkleed. In theorie is verder wel denkbaar dat na volledige herberechting van de zaak op inhoudelijke gronden het beroep (alsnog) niet-ontvankelijk wordt verklaard. Inhoudelijke toegangsbeoordeling zou dan toch als retrial kunnen gelden. Maar in zo’n geval vindt geen vernietiging plaats, terwijl de rechtspraak over retrial dat wel vereist. Zelfs als vernietiging niet vereist zou zijn, maar bevestiging of bekrachtiging van de bestreden uitspraak na een deugdelijke procedure in appel eveneens als retrial kan worden beschouwd, dan is dat oordeel nog altijd anders dan niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op inhoudelijke gronden. Indien artikel 6 EVRM in de vorige aanleg niet is nageleefd, en indien voor herstel echt retrial is vereist, dienen verlofrechters het beroep mijns inziens dus toe te laten.
Hoewel het mij dus verdedigbaar lijkt dat onder omstandigheden herstel door (inhoudelijke) verlofbeoordeling mogelijk is, heeft het EHRM wat herstel betreft een tamelijk abstracte visie op leave to appeal. In de weinige uitspraken over herstel door leave to appeal komt het EHRM namelijk steeds tot vaststelling van een schending. Zonder naar de precieze kenmerken van de verlofstelsels te verwijzen, oordeelt het Hof dat dergelijke toegangsbeoordeling een schending van artikel 6 EVRM uit eerdere aanleg niet kan herstellen.2 Dat binnen het kader van een inhoudelijk verlofstelsel dus inhoudelijke beoordeling van het beroep plaatsvindt en van full jurisdiction sprake kan zijn, doet blijkbaar niet ter zake. Dit betekent dat voor herstel van eerlijk-procesfouten uit eerdere aanleg, binnen een verlofstelsel dus steeds verlof zal moeten worden verleend, om daaropvolgende controle met volledige rechtsbevoegdheid of hernieuwde berechting mogelijk te maken.