Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.1.3:II.1.3 Afbakening
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.1.3
II.1.3 Afbakening
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460225:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Hullu 2018, p. 482-483, 522; Sikkema 2010, par. 3.1.
De Hullu 2018, p. 493.
Naast handboeken over deelgebieden van het milieurecht, zoals Havekes & Van Rijswick 2013, kan hierbij bijvoorbeeld worden gedacht aan algemene milieurechthandboeken zoals Teunissen/Van den Broek, Van der Feltz & Bosma 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk gaat met name over het daderschap van leidinggevenden, maar ik bespreek niet álle strafrechtelijke daderschapsvormen die er zijn. Ten eerste blijft de deelnemingsvorm ‘doen plegen’ buiten beschouwing. In de literatuur wordt opgemerkt dat voor deze aansprakelijkheidsfiguur ‘eigenlijk geen functie meer is weggelegd’. Door een functionele uitleg van de delictsgedraging en toerekening via functioneel plegen, maar ook via deelnemingsvormen zoals medeplegen, feitelijk leidinggeven en uitlokken, is de meerwaarde van doen plegen ‘uiterst marginaal’.1 Daarnaast zal ik niet ingaan op de deelnemingsfiguur uitlokking, omdat het uitlokken van een strafbaar feit in bedrijfscontext in de regel ook kan worden aangemerkt als functioneel plegen of feitelijk leidinggeven aan dat strafbare feit.2 Ten slotte komt medeplichtigheid alleen zijdelings aan bod, en dan vooral om de ondergrens van medeplegen te illustreren.
De focus van dit hoofdstuk ligt op het materiële strafrecht, meer specifiek de toepassing van de verschillende daderschapsfiguren in het milieustrafrecht, waarbij ik onderzoek in hoeverre natuurlijke personen met een leidinggevende functie binnen een onderneming kunnen worden aangemerkt als dader van milieudelicten. Aanverwante delicten die vaak gepaard gaan met milieudelicten, zoals valsheid in geschrifte of overtredingen van de Arbowet, blijven in principe buiten beschouwing. Ook zal ik slechts incidenteel ingaan op processuele of praktische aspecten van de strafrechtelijke aansprakelijkstelling. De bevoegdheden en sancties in het economische milieustrafrecht zullen wel kort de revue passeren. Deze informatie is namelijk van betekenis voor het beantwoorden van de rechtsgebiedoverstijgende vraag in de conclusie van dit proefschrift naar de gevolgen die verbonden kunnen worden aan de schending van een milieunorm in de verschillende rechtsgebieden.
Bij het verkennen van de mogelijkheden om een leidinggevende strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor een milieuovertreding, beperk ik me tot de hoofdstraffen. In dit onderzoek zal ik niet of slechts beperkt ingaan op de mogelijkheden om in het kader van de strafrechtelijke milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden bijkomende straffen of maatregelen op te leggen.
Ten slotte, zoals gezegd zal ik me in dit hoofdstuk met name richten op de toepassing van de verschillende daderschapsvormen in het kader van de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden, en slechts beperkt op de vereisten van specifieke milieudelicten. De antwoorden op vragen met betrekking tot de delictspecifieke aansprakelijkheidscriteria kunnen worden gevonden in gespecialiseerde literatuur.3 Oftewel, in het kader van dit hoofdstuk ga ik bijvoorbeeld niet in op de definitie van een afvalstof in het kader van de Wet bodembescherming, maar wél op de vraag wanneer het in de bodem brengen van afvalstoffen in bedrijfscontext kan worden toegerekend aan een natuurlijk persoon met een leidinggevende functie binnen het bedrijf.