Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IX.6:IX.6 Conclusie
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IX.6
IX.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178836:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de greep van de onrechtmatige daad ontkomt niets. Ook besluiten vallen onder de normerende werking van de onrechtmatige daad. Het voorgaande beoogde uit alle dogmatiek enkele ‘verkeersregels’ af te leiden, regels die botsingen tussen Boek 2 BW en de onrechtmatige daad voorkomen of de gevolgen daarvan verzachten. De hoofdlijn is dat eenvoudige oplossingen niet bestaan. Het is verleidelijk om strakke, harde en rigide regels op te stellen, maar ook te gemakkelijk. Ik kan me daarom goed vinden in de lijn die de Hoge Raad in zijn IMG-arrest heeft uitgezet. Formeel gezien staat de actie uit onrechtmatige daad steeds open; materieel beschouwd wordt de zorgvuldigheidsnorm sterk beïnvloed door de regels van Boek 2 BW, de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW in het bijzonder.