Zekerheid voor de vastgoedfinancier
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/8.5.2:8.5.2 Cessie en (tweede) verpanding van verpande huurvorderingen
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/8.5.2
8.5.2 Cessie en (tweede) verpanding van verpande huurvorderingen
Documentgegevens:
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS624994:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wat het hypotheekrecht zelf niet doet, vgl. HR 25 januari 1992, ECLI:NL:HR:1991:ZC0122, NJ 1992/172, m.nt. Snijders (Van Berkel/Tribosa).
Tenzij de derde de vorderingsrechten te goeder trouw verkreeg.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede situatie die in de vorige paragraaf werd besproken, is een cessie of verpanding van de huurpenningen. Een pandrecht op huurvorderingen geeft naar Nederlands recht een goederenrechtelijke aanspraak op de huurpenningen.1 Latere beschikkingshandelingen regarderen de hypotheekhouder/pandhouder dan in principe niet, omdat bij botsing van goederenrechtelijke rechten de prior-temporeregel opgaat. De onderlinge rangorde van de verschillende rechten wordt dan bepaald door het tijdstip waarop die rechten zijn gevestigd,2 zodat het oudere pandrecht van de hypotheekhouder voorgaat op de later verkregen rechten van derden.3
Doordat de bedoelde derden het oudere pandrecht van de hypotheekhouder van rechtswege tegen zich moeten laten gelden, hoeft de hypotheekhouder de betreffende cessie of verpanding niet (op grond van een huurbeding) te vernietigen om gedurende een beheertraject de inkomsten uit het vastgoed te kunnen incasseren. Het pandrecht versterkt op deze manier de positie van de Nederlandse hypotheekhouder ten opzichte van de huurpenningen, waarmee diens positie zich wat meer richting die van de Engelse hypotheekhouder beweegt.