Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/9.7:9.7 Samenvatting
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/9.7
9.7 Samenvatting
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS588643:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
473. Wanneer zich niet laat vaststellen dat met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden, kan uit de mogelijkheid om deze schade rechtmatig toe te brengen volgen dat de aansprakelijkheid zich niet tot deze schade uitstrekt. In dit hoofdstuk heb ik uitgewerkt wanneer en waarom dat het geval is (§ 9.1).
In het geval van aansprakelijkheid wegens het in strijd handelen met een vergunningsverplichting en in het geval van aansprakelijkheid van de overheid voor een onrechtmatig besluit, laat de in de jurisprudentie en literatuur langs uiteenlopende dogmatische wegen bereikte begrenzing van aansprakelijkheid zich aan de hand van deze grens van het rechtmatig alternatief verklaren en rechtvaardigen: het is hier het gegeven dat met vergunning of met een rechtmatig besluit dezelfde schade had kunnen worden veroorzaakt, dat maakt dat kennelijk met de geschonden norm niet beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden. Deze case law underground is door de uiteenlopende dogmatische constructies steeds verborgen gebleven (§ 9.2).
Wanneer met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden, bestaat in beginsel aansprakelijkheid voor deze schade en is niet relevant dat de schade ook rechtmatig kan worden toegebracht. Wanneer onduidelijk is of met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden, kan uit het gegeven dat de schade ook rechtmatig toegebracht had kunnen worden, volgen dat met de geschonden norm kennelijk niet beoogd is tegen deze schade te beschermen. In allerlei gevallen kan op deze wijze tot een bevredigende begrenzing van aansprakelijkheid worden gekomen. Soms ligt de te beoordelen casus moeilijk en is het nodig om de voorliggende schadesituatie te vergelijken, enerzijds, met de schadesituaties waartegen met de geschonden norm wel beoogd is te beschermen en, anderzijds, met de situatie waarin de schade rechtmatig wordt toegebracht. Op die manier kan dan bepaald worden of het redelijk is aansprakelijkheid voor de schade zoals geleden te laten bestaan (§ 9.3).
Ook in het geval van aansprakelijkheid vanwege wanprestatie kan uit het gegeven dat de schade zoals geleden meer in het algemeen evengoed bij onberispelijke uitvoering van de overeenkomst zou kunnen ontstaan, volgen dat met de geschonden norm kennelijk niet beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden (§ 9.4).
De grens is verwant aan de leer van Demogue-Besier. In die leer ligt het inzicht besloten dat het onredelijk kan zijn om aansprakelijkheid te laten bestaan voor de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade indien dezelfde schade op eenzelfde wijze rechtmatig had kunnen worden veroorzaakt. De inbedding van dit inzicht in het causaliteitsvereiste is echter ongelukkig, omdat op die manier in sommige gevallen een te scherpe en in andere gevallen een te ruime begrenzing van aansprakelijkheid wordt verkregen. Verder bestaat een zeker verband tussen de door mij verdedigde grens aan aansprakelijkheid en het leerstuk van hypothetische causaliteit (§ 9.5).
De begrenzing van aansprakelijkheid die zich met deze grens liet bereiken, kon in allerlei situaties niet met de in hoofdstuk 8 behandelde en met de in hoofdstuk 10 en 11 te behandelen grenzen aan de reikwijdte van aansprakelijkheid verkregen worden (§ 9.6).