Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/2.5.2.1
2.5.2.1 Algemeen
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS485795:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Feteris 2002(a), p. 42.
Trb. 1972, 51 en Trb. 1985, 79. Zie EHRM 21 februari 1975 (Golder t. Verenigd Koninkrijk), NJ 1975, 462, § 29. Nadien herhaald in EHRM 4 april 2000 (Witold Litwa t. Polen), § 57. Voorts Den Hartog 1992, p. 36, mede met verwijzing naar EHRM 28 november 1978 (Luedicke, Belkacem en Koç t. Duitsland).
In deze zin: Wiarda 1981, p. 371 e.v., als vermeld door Den Hartog 1992, p. 36 e.v.
ECRM 1 juni 1973 (Golder t. Verenigd Koninkrijk), § 57.
Zie § 19.3.2 hierna. Daarin zal ik ingaan op de recente(re) kritiek op het EHRM van wetenschappers en (politici in) verdragsstaten.
De interpretatie van het EVRM is een nogal gecompliceerde aangelegenheid. Vragen van interpretatie dienen zich regelmatig aan vanwege de vaak algemene formulering van de normen die in het Verdrag zijn vastgelegd.1 De interpretatie door het Hof van die normen steunt eerst en vooral op de regels op het gebied van verdragsinterpretatie, zoals die zijn vastgelegd in het Weens Verdragenverdrag.2 Dan gaat het vooral om de tekstuele en teleologische uitleg van verdragsvoorschriften in art. 31, lid 1 WVV. Daarin is vastgelegd dat de tekst van een verdrag moet worden bezien in de gehele context ervan, waarbij moet worden gelet op doel en strekking (‘object and purpose’) van de regeling. Omdat andere aanknopingspunten vaak niet of nauwelijks aanwezig zijn, legt het EHRM bij de interpretatie van het EVRM sterk de nadruk op voorwerp en doel van het Verdrag3, dat wil zeggen het beschermen van individuen door hen bepaalde rechten en vrijheden toe te kennen. De doeleinden die de verdragsstaten zelf voorstaan, spelen op zichzelf geen rol. Datzelfde geldt voor de door de verdragsstaten gewenste uitleg. Dit impliceert een bewuste (en gewilde) aantasting van de soevereiniteit van de verdragsstaten als het gaat om kwesties die aan de interpretatie van het Verdrag raken.4 Dit punt ligt bij (sommige) verdragsstaten gevoelig.5