Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/7.3.5:7.3.5 Conclusie over de constitutionele beperkingen in theorie en praktijk
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/7.3.5
7.3.5 Conclusie over de constitutionele beperkingen in theorie en praktijk
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS353546:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De volgende conclusies kunnen worden getrokken over de constitutionele beperkingen van billijkheidsuitzonderingen en corrigerende interpretaties in de praktijk. Inderdaad zijn uitzonderingen daadwerkelijk uitzonderlijk. De regel dat de formele wet niet in individuele gevallen buiten toepassing mag worden gelaten vanwege al verdisconteerde omstandigheden, werd over het algemeen niet expliciet benoemd, maar slechts in een beperkt aantal gevallen (en vooral door feitenrechters) overtreden. In het bestuursrecht was soms meer ruimte voor een ongeschreven uitzondering op de wet dan werd benut; daarop wordt later uitgebreider ingegaan.1 Bij wettelijke uitzonderingen op formele wetgeving werden de constitutionele eisen in acht genomen, hoewel over het algemeen (ook) zonder verwijzing naar artikel 120 Gw. Het buiten toepassing laten van lagere wetgeving kwam vooral in het bestuursrecht aan de orde. Doorgaans bleken de soepelere eisen hieraan dan aan het buiten toepassing laten van formele wetgeving niet uit de bestuursrechtelijke jurisprudentie; ook dit komt nog terug.2 Bij beslissingen over het buiten toepassing laten van de formele wet krachtens artikel 94 Gw blijkt in de praktijk van rechterlijke terughoudendheid, hoewel de grondwetsbepaling deze niet eist. Sommige uitspraken van feitenrechters leken te terughoudend, omdat de rechter alleen beoordeelde of een strafbepaling zelf in strijd was met een verdragsbepaling, in plaats van ook in concreto te toetsen – andere uitspraken gingen te ver, omdat daarin uitzonderingen werden gemaakt op grond van artikel 94 Gw die een verdragsbepaling niet legitimeerde.
Ook bij corrigerende interpretatie werden de constitutionele eisen in de regel in acht genomen. Gevallen waarin de rechter een eis lijkt te hebben veronachtzaamd, waren uitspraken van strafrechtelijke feitenrechters over het taakstrafverbod. Aan het vermijden van gekunstelde corrigerende interpretaties wordt echter in ieder geval te weinig aandacht besteed. Vooral in het strafrecht, maar ook in het civiele recht zijn er diverse voorbeelden gevonden van gekunstelde corrigerende interpretaties die niet gerechtvaardigd waren vanuit de bedoeling van de wetgever.
Daar komt in het strafrecht bij dat niet alleen corrigerende interpretaties daar gekunsteld zijn en vanuit staatsrechtelijk oogpunt niet gerechtvaardigd, maar ook de extensieve uitleg van artikel 40 Sr én de creatieve uitleg van het taakstrafverbod.
Vooral in het bestuursrecht zijn gevallen gevonden waarin gekunstelde interpretaties (terecht) door hogere rechters werden afgekeurd.
Ook de constitutionele beperkingen van uitzonderingen en interpretaties verklaren niet de verschillen tussen de rechtsgebieden.