Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.3
5.3 De aspecten van kwaliteit
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701952:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Uitgebreid over het NRGD § 6.3.4.1.
Zie over de op- en inrichting van het NRGD: Hoving 2017, p. 53 en p. 89-95; Middelbos & Smithuis, EeR 2008/3.
Besluit van 18 juli 2009, houdende instelling van het Nederlands register gerechtelijk deskundigen en kwaliteitseisen aan deskundigen in strafzaken (Besluit register deskundige in strafzaken), Stb. 2009, 330.
Slijk & Husson, EeR 2008/6, p. 193-194; Van Dijk, EeR 2009/5/6, p. 132-134; Hoving 2017, p. 44-49; Hermans 2017, p. 110.
Slijk & Husson, ‘Nut en noodzaak van een deskundigenregister’, EeR 2008/6, p. 193-194.
Hermans 2017, p. 110.
Bröring 2019, § 9.3.
Om de kwaliteit van de schadedeskundige te kunnen beoordelen – en om de voornoemde biases te mitigeren – moet het containerbegrip ‘kwaliteit’ worden geoperationaliseerd. Onderzocht moet worden uit welke aspecten ‘kwaliteit’ nu eigenlijk bestaat. Ik destilleer die aspecten uit meerdere bronnen. Ik licht toe welke bronnen dat zijn, waarom ik daaruit put en welke aspecten ik daaraan ontleen.
Allereerst vind ik inspiratie in het strafrecht. In het strafrecht wordt al langer ervaring opgedaan met de kwaliteitsborging van deskundigen. Een belangrijke rol daarin speelt het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (hierna: NRGD).1 Het NRGD is een deskundigenregister waar deskundigen in strafzaken zich kunnen laten registreren om voor een rechterlijke benoeming in aanmerking te komen.2 Het Besluit register deskundige in strafzaken3 – bij welk besluit het NRGD in het leven is geroepen – bepaalt in art. 12 lid 2 dat een deskundige slechts in het register wordt toegelaten als hij aan de aldaar opgesomde kwaliteitseisen voldoet. In de literatuur worden die kwaliteitseisen veelal samengevat en onderverdeeld in drie groepen: kennis en ervaring, vaardigheden en attitude.4 Bij kennis en ervaring staan met name de vakinhoudelijke- en juridische kennis alsmede de praktijkervaring centraal. Vaardigheden zien veeleer op de voorbereiding van het forensisch onderzoeksplan en de haalbaarheid daarvan. Attitude is dan weer het verzamelbegrip voor onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit en zorgvuldigheid.5
De kwaliteitseisen uit het strafrecht vormen een goede basis voor de kwaliteitseisen van deskundigen in het civiele recht en het bestuursrecht.6 Desalniettemin is het aangewezen om de rubricering van de kwaliteitseisen ietwat aan te passen. Forensische onderzoeksvaardigheden doen bij schadedeskundigen immers niet of nauwelijks ter zake, terwijl zij in het strafrecht een centrale plaats innemen. Inhoudelijke juridische kennis is daarentegen, gelet op de integrale wijze van advisering, juist extra belangrijk voor de onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen. Ook moet er voor onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen een scherper onderscheid worden gemaakt tussen de onafhankelijkheid enerzijds en de onpartijdigheid anderzijds. Beide begrippen kunnen niet – zoals dat in het strafrecht wél gebeurt (art. 12 lid 1 sub i) – in één adem worden genoemd. Dat heeft ermee te maken dat ‘onafhankelijkheid’ iets anders betekent dan ‘onpartijdigheid’ en dat nu juist dit onderscheid in het nadeelcompensatierecht (en in mindere mate het onteigeningsrecht) zo duidelijk naar voren komt (uitgebreid § 5.4.2 e.v.).
Gelet op het voorgaande is het voor de keuze van de kwaliteitsaspecten beter om aan te sluiten bij de benadering van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG). Het IMG is sinds 1 juli 2020 belast met de bestuursrechtelijke afhandeling van schadeclaims ten gevolge van mijnbouw.7 Ook bij het IMG is de advisering door deskundigen een vast onderdeel in de besluitvormingsprocedure. De kwaliteitseisen die het IMG aan deskundigen stelt, zijn – met wat verschuivingen – vergelijkbaar met de kwaliteitseisen van het NRGD. De rubricering is echter anders en, voor de doelen van dit onderzoek, geschikter. Procedureel en materieel leunt de advisering door nadeelcompensatie- en (in mindere mate) onteigeningsdeskundigen namelijk dichter aan bij deskundigenadvisering aan het IMG, dan bij advisering in strafzaken.
Het IMG splitst de kwaliteit van de deskundige op in de onafhankelijkheid, de onpartijdigheid en de deskundigheid.8 Dat is tevens de kwaliteitslat waarlangs ik de deskundigen in het onteigenings- en nadeelcompensatierecht zou willen houden. Aan de hand van drie corresponderende paragrafen leg ik uit waarom onafhankelijkheid, onpartijdigheid en deskundigheid de aspecten zijn die tezamen de kwaliteit van de schadedeskundige bepalen.