Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/2.2.3:2.2.3 Waarom worden invoerrechten geheven?
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/2.2.3
2.2.3 Waarom worden invoerrechten geheven?
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258731:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Th. de Jong, ‘Het karakter van de invoerrechten’, in B.J.M. Terra, Douane – Inleiding tot het douanerecht, Gouda Quint: Arnhem 1986, p. 90.
O. Arabov, La Valeur en Douane en Débat, Paris: Editions universitaires européennes 2010, p. 327 (bijlage IV).
Definitieve vaststelling (EU, Euratom) 2020/1157 van de gewijzigde begroting nr. 5 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2020, OJ L 299 van 11.9.2020, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het heffen van invoerrechten heeft een budgettair en protectionistisch doel.
Van oudsher vormen invoerrechten een belangrijke inkomstenbron voor overheden, omdat het invoerrecht in de basis een betrekkelijk eenvoudig te heffen belasting is, getuige de reeds brede toepassing van de heffing in primitieve maatschappijen.1 Ook nu nog vormt het invoerrecht een belangrijke, soms de belangrijkste, inkomstenbron in ontwikkelingslanden.2 Echter, de budgettaire functie heeft in meer ontwikkelde landen aan belang ingeboet. In de Europese Unie komt het bedrag aan invoerrechten geheven over de in het douanegebied van de Europese Unie ingevoerde goederen voor 80% toe aan de traditionele eigen middelen van de Europese Unie. De overige 20% mag de lidstaat van invoer houden als zijnde perceptiekostenvergoeding. De begroting van 2020 laat zien dat de netto-douanerechten in 2020 goed zijn voor 14,24% van de geschatte totale ontvangsten van de Europese Unie. De totale ontvangsten aan netto-douanerechten werden in voornoemde begroting geschat op 22.156.900.000 euro.3
Het invoerrecht is tevens protectionistisch van aard. Het beoogt de productie-industrie van de Europese Unie te beschermen door goederen te belasten al naar gelang de protectie per product die aan de binnenlandse markt wordt gegund. Dit wordt bereikt door de aangebrachte differentiatie in het geharmoniseerde douanetarief en door goederen verschillend, al naar gelang hun oorsprong, te behandelen. Opgemerkt dient te worden dat het niet is toegestaan om de bescherming van de eigen markt te bewerkstelligen door instelling van minimum douanewaarden, willekeurig vastgestelde of fictieve waarden (onderdeel 5.3.3.2). Met andere woorden, de douanewaarde van de ingevoerde goederen mag niet worden verhoogd of verlaagd ter bescherming van de eigen markt. Door de protectionistische werking van het invoerrecht is het invoerrecht een discriminerende heffing. In de Europese Unie voortgebrachte en vervaardigde goederen worden immers niet aan invoerrechten onderworpen, terwijl niet in de Europese Unie voortgebrachte en vervaardigde goederen wel aan invoerrechten worden onderworpen.
De budgettaire functie is in de Europese Unie grotendeels verschoven naar een meer protectionistische functie voor landbouw en industrie. Illustrerend daarvoor is de afbraak van tarieven, de opkomst van vrijehandelsakkoorden en de relatief lage opbrengst die wordt gegenereerd met het heffen van invoerrechten in de Europese Unie.