Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/2.2.2:2.2.2 Verhouding termen ‘douanerecht’, ‘douanerechten’ en ‘invoerrechten’
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/2.2.2
2.2.2 Verhouding termen ‘douanerecht’, ‘douanerechten’ en ‘invoerrechten’
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258730:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EEG 14 december 1962, nrs. C-2/62 en C-3/62 (Commissie van de EEG / Luxemburg en België), ECLI:EU:C:1962:45. Zie in dit zelfde verband ook HvJ EEG 16 juni 1966, nrs. C-52/65 en C-55/65 (Duitsland / Commissie van de EEG), ECLI:EU:C:1966:32.
Th. de Jong, ‘Het karakter van de invoerrechten’, in B.J.M. Terra, Douane – Inleiding tot het douanerecht, Gouda Quint: Arnhem 1986, p. 96.
D.G. van Vliet, Douanerecht (2de druk), Deventer: Kluwer 2019, p. 41.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De term douanerecht is de alomvattende term voor het juridisch raamwerk dat zorg draagt voor de heffing van douanerechten en de veiligheid en beveiliging van goederenstromen. De procedurele en materieelrechtelijke bepalingen ter vaststelling van de heffing van douanerechten in de Europese Unie zijn vervat in het wetgevingspakket van het DWU.1 De douanerechten bestaan uit in- en uitvoerrechten.2 Een invoerrecht wordt in het DWU omschreven als “het douanerecht dat bij de invoer van goederen verschuldigd is” en het uitvoerrecht als “het douanerecht dat bij de uitvoer van goederen verschuldigd is”.3 In dit onderzoek zal, tenzij anders aangegeven, worden ingegaan op de douanewaarde voor het bepalen van het verschuldigde invoerrecht, hoewel het ook betekenis kan hebben voor het bepalen van het verschuldigde uitvoerrecht.
Voor een nadere duiding van het begrip invoerrechten herleidt De Jong uit jurisprudentie van het Hof van Justitie4 drie vereisten om te kunnen spreken van invoerrechten. Dit zijn zijns inziens rechten die:5
Duidelijk in de daarvoor gebruikelijke vorm zijn gekleed;
Met uitsluiting van gelijksoortige in het land van invoer zelf voortgebrachte of vervaardigde producten, eenzijdig worden geheven van geïmporteerde goederen; en
Ten opzichte van de nationale producten een discriminerende of protectionistische werking hebben.
In lijn met deze vereisten wordt voor de toepassing van het DWU onder het begrip invoerrechten de rechten verstaan die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief, antidumpingrechten en compenserende rechten.6 Voor elk van deze rechten is de vaststelling van de douanewaarde, als zijnde maatstaf van heffing, van belang.