RvdW 2025/743:Economische zaak. Opzettelijk invoeren van goederen van krokodillenleer uit Thailand naar Nederland zonder vereiste invoervergunning, art. 3.37 lid 1 Wet natuurbescherming. Bewijsklacht opzet. Heeft hof het bewezenverklaarde opzet op het zonder invoervergunning binnenbrengen van goederen toereikend gemotiveerd? T.l.v. verdachte is bewezenverklaard dat hij opzettelijk heeft gehandeld in strijd met bij ministeriĆ«le regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen, door zonder invoervergunning in bewezenverklaring bedoelde goederen in te voeren. Daaruit volgt dat (voorwaardelijk) opzet van verdachte gericht moet zijn geweest op ontbreken van betreffende vergunning. Hof heeft geoordeeld dat handelen van verdachte van meet af aan gericht is geweest op invoer van de in bewezenverklaring genoemde goederen in Nederland en dat hierbij sprake was van ā€˜(vol) opzet’ van verdachte. Hof heeft daaraan i.h.b. ten grondslag gelegd dat verdachte zich er niet van heeft vergewist dat vereiste vergunningen waren afgegeven voordat goederen werden geĆ«xporteerd en geĆÆmporteerd. Mede gelet op wat verdediging hierover heeft aangevoerd (dat verdachte, o.g.v. de door hem met verkoper gemaakte afspraak, erop heeft vertrouwd dat verkoper van goederen zou zorgdragen voor o.m. vereiste vergunning voor invoer van goederen) heeft hof ontoereikend gemotiveerd dat opzet van verdachte was gericht op het zonder invoervergunning binnenbrengen van genoemde goederen. Volgt vernietiging en terugwijzing.