Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.1
6.1 Inleiding
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395548:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vermeulen, E.P.M. (2003), 'The Evolution of Legal Business Forms in Europe and the United States; Venture Capital, Joint Venture and Partnership Structures', Proefschrift Universiteit van Tilburg, Den Haag: Kluwer Law International, blz. 129.
McCahery, J.A. en E.P.M. Vermeulen (2005a), 'De behoefte aan een Nederlandse 'personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid', Ondernemingsrecht 2005/11, blz. 382-391. Onder de fysiek-materiële infrastructuur verstaan McCahery en Vermeulen wegen, havens, vliegvelden, telecommunicatievoorzieningen en dergelijken.
Nederland is daarmee 14 plekken gedaald ten opzichte van de ranking uit het 2007-rapport en 4 plekken ten opzichte van de ranking uit het 2008-rapport. The World Bank (2009), `Doing Business 2010: Country Profile for the Netherlands', Washington D.C.: The International Bank for Reconstruction and Development/The World Bank, blz. 2.
Kamerstukken II, 2003-2004, 29 752, nr. 2, blz. 15.
Kamerstukken II, 2003-2004, 29 752, nr. 1, blz. 1.
CBS (2009), 'Statistisch Jaarboek 2009', Den Haag: CBS, blz. 31.
Nederland staat van oudsher bekend om zijn gunstige ondernemingsklimaat. De mogelijkheid voor multinationals om met de Nederlandse fiscus belastingsafspraken te maken, heeft er onder andere voor gezorgd dat Nederland een van de meest competitieve economieën in Europa is.1 Nederland heeft daarnaast een goede reputatie vanwege de fysiek-materiële infrastructuur, de instelling en creativiteit van werknemers, de productiviteit en de sterke economische clusters.2 Uit onderzoek van de Wereldbank blijkt dat Nederland de 30e plek inneemt op de lijst van 183 landen in het kader van de aantrekkelijkheid van het ondernemingsklimaat (Ease of Doing Business).3 Door de toenemende globalisering worden de ontwikkelingen in de lidstaten van de Europese Unie en de Verenigde Staten steeds belangrijker. Deze landen hebben in de afgelopen tijd verscheidene initiatieven ontplooid om grote en kleine ondernemingen aan te trekken. Om een belangrijke rol te kunnen blijven spelen, en daarnaast tegemoet te kunnen blijven komen aan de wensen en behoeften van binnenlandse vennootschappen, moet Nederland ervoor zorgen dat het een gunstig vestigings- en ondernemingsklimaat blijft aanbieden.
De Nederlandse aantrekkingskracht kan worden versterkt door het bewaken van de betrouwbaarheid van vennootschappen naar Nederlands recht, professionalisering van de betrokkenen en het inzetten van nieuwe regelgevende instrumenten waardoor beter op de behoeften van ondernemers kan worden ingespeeld. Met de eerder gesignaleerde ontwikkeling bij het Europese Hof om barrières voor grensoverschrijdend gebruik van vennootschappen te slechten, wordt het belang van een goede en goed bruikbare rechtsvorm groter.4 Concurrentie tussen rechtsvormen en verbetering van het investeringsklimaat nodigen volgens de minister uit tot heroverweging van de inrichting van de Nederlandse rechtspersonen, met name de kapitaalvennootschappen.5 De Nederlandse wetgever heeft daarom de bestaande kapitaalvennootschappen onder de loep genomen en diverse moderniseringstrajecten ingezet zoals de flexibilisering van het BV-recht. Naast het kapitaalvennootschapsrecht is ook het personenvennootschapsrecht aan verandering onderhevig. Personenvennootschappen spelen een belangrijke rol in de Nederlandse economie. Op I januari 2008 telde Nederland bijna 800.000 bedrijven, waarvan ruim 70% een eenmanszaak, maatschap of een vennootschap onder firma is.6 Bij de herziening van het personenvennootschapsrecht zijn verschillende geluiden, uit zowel de praktijk als de rechtswetenschap, opgekomen over de wenselijkheid van een nieuw soort personenvennootschap, de personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Vooralsnog is een dergelijke rechtsvorm door de minister niet wenselijk geacht. Gelet op de hiervoor genoemde ontwikkelingen rijst de vraag of dit standpunt niet herzien moet worden. Daarom spitst dit hoofdstuk zich ten eerste toe op de deelvragen: Welke rechtsvormen zijn er in Nederland beschikbaar voor het MKB en de beoefenaren van het vrije beroep? en Voldoen deze rechtsvormen aan de behoeften van ondernemers en beroepsbeoefenaren? Daarbij komen de deelvragen: Welke ontwikkelingen zijn er voor het Nederlandse ondernemingsrecht gaande? en Welke gevolgen hebben de flexibilisering van het BV-recht en het wetsvoorstel personenvennootschappen voor het Nederlandse ondernemingsrecht? aan bod. In het kader van deze ontwikkelingen concentreert dit hoofdstuk zich ten slotte op de deelvragen: Dient een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid in Nederland geïntroduceerd te worden? en zo ja: Hoe zou deze eventuele nieuwe Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid eruit moeten komen te zien? De fiscale behandeling van deze mogelijke nieuwe rechtsvorm bespreek ik uitgebreid in hoofdstuk 7, maar komt in beperkte mate ook terug in dit hoofdstuk. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie.