Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/7.4.1:7.4.1 Art. 6:89 BW is van toepassing op alle verbintenissen
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/7.4.1
7.4.1 Art. 6:89 BW is van toepassing op alle verbintenissen
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973673:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanuit het rechtskarakter van de klachtplicht werd in dit boek geconcludeerd dat art. 6:89 BW van toepassing is op alle verbintenissen. De algemene verbintenisrechtelijke connotatie van het woord ‘prestatie’ in art. 6:89 BW en de plaats van art. 6:89 BW in de wet, namelijk afdeling 9 van titel 1 van Boek 6 BW: de gevolgen van het niet-nakomen van een verbintenis, duiden daarop. De wetgever heeft dit ruime toepassingsbereik gelet op de wetsgeschiedenis bij art. 6:89 BW evenwel niet helder voor ogen gestaan. De Hoge Raad heeft in Van de Steeg/Rabobank overwogen dat art. 6:89 BW van toepassing is op alle verbintenissen, maar de zin waarin de Hoge Raad dat doet, is multi-interpretabel, terwijl hij nadien nooit meer op deze vraag is teruggekomen.
Het Obliegenheit-karakter van art. 6:89 BW brengt mee dat deze klachtplicht ook iets te bieden heeft bij andersoortige verplichtingen dan het archetype waarmee de klachtplicht van oudsher wordt geassocieerd: de verplichting tot levering van een zaak. De bewijsproblemen waar de klachtplicht typisch mee wordt geassocieerd doen zich niet alleen voor bij de prestatie strekkende tot levering van een zaak, maar bestaan ook bij andersoortige verplichtingen, zoals de verbintenis tot betaling van een geldsom. Ook bij verbintenissen uit een andere bron dan een overeenkomst kunnen dergelijke bewijsproblemen voorkomen, zoals de verbintenis tot schadevergoeding in natura uit hoofde van onrechtmatige daad.
Het toepassingsbereik van art. 6:89 BW kan dan ook geacht worden zich uit te strekken tot alle verbintenissen. Tegelijk zou het ruime toepassingsbereik van art. 6:89 BW niet moeten leiden tot het honoreren van allerhande klachtplichtverweren van schuldenaren in situaties die niet met zich brengen dat de schuldenaar moet worden beschermd.
Een vraag die vervolgens rijst, is of er aanleiding bestaat om zelfs nog een ruimer toepassingsbereik te veronderstellen, ondanks de plaats van art. 6:89 BW in de wet. Vanwege het Obliegenheit-karakter van art. 6:89 BW is daar het nodige voor te zeggen. Toch is de meest wenselijke benadering dat art. 6:89 BW ‘beperkt’ blijft tot verbintenisrechtelijke verplichtingen. Het is wenselijk om de vraag naar het toepassingsbereik van art. 6:89 BW overzichtelijk te houden. Die benadering is vanuit het belang van rechtszekerheid te verkiezen boven de situatie waarin het toepassingsbereik van de klachtplicht genuanceerder zou liggen, bijvoorbeeld wanneer ervoor gekozen zou worden om gevalstypen te categoriseren waarbij toepassing van de klachtplicht wel of niet geïndiceerd is. Bij die conclusie weegt mee dat de schuldenaar, daar waar art. 6:89 BW niet van toepassing is, door het leerstuk rechtsverwerking wordt beschermd. De daaraan ten grondslag liggende consistentieplicht kan in de praktijk hetzelfde resultaat bewerkstelligen als art. 6:89 BW. Bovendien zal de schuldenaar veelal door een korte verjaringstermijn worden beschermd. Een nog breder toepassingsbereik van art. 6:89 BW zou daarom maar beperkte materiële voordelen opleveren, terwijl die keuze mee zou brengen dat het toepassingsbereik van art. 6:89 BW ingewikkelder en minder rechtszeker wordt. Datzelfde geldt voor een beperkter toepassingsbereik dan in dit boek wordt voorgestaan.