Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/1.1:1.1 Over het onderwerp
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/1.1
1.1 Over het onderwerp
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197393:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het EVRM is ondertekend op 4 november 1950 in Rome en in werking getreden op 3 september 1953.
Het Eerste Protocol bij het EVRM is op 20 maart 1952 ondertekend in Parijs en in werking getreden op 31 augustus 1954.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, PbEU 2010, C-83/02.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Iedere Staat heft belastingen. Belastingheffing is in beginsel een exclusieve bevoegdheid van de soevereine natiestaat of één van zijn staatkundige onderdelen. Die bevoegdheid kan echter worden beperkt door internationale (mensenrechten)verdragen of een nationale grondwet waarin die Staat zich heeft verplicht rechten en vrijheden van zijn burgers (negatief) te respecteren en soms ook (positief) te beschermen tegen aantasting door anderen dan de Staat. Dit proefschrift is gewijd aan een specifiek grondrecht dat (negatief) beperkingen kan stellen aan de bevoegdheden van de Staat op fiscaal gebied: het recht op ongestoord genot van eigendom.
Bij de bescherming van grondrechten en individuele vrijheden is in Europa een belangrijke rol weggelegd voor het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).1 Bij dit verdrag, het meest omvattende en meest geavanceerde en denkelijk meest effectieve mensenrechtenverdrag ter wereld, zijn bijna alle Europese landen aangesloten, zowel de lidstaten van de EU als de (overige) leden van de Raad van Europa. Het recht op ongestoord genot van eigendom is opgenomen in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.2 Het is de enige bepaling in het EVRM en (inmiddels zestien) bijbehorende Protocollen, die expliciet belastingen noemt. Dit illustreert het belang van eigendomsbescherming voor belastingheffing en de politieke gevoeligheid van grondrechtelijke soevereiniteitsbeperking op het punt van nationale belastingpolitiek. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de voormalige Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (ECRM) hebben zich vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw vele malen uitgesproken over uiteenlopende klachten van burgers en rechtspersonen over eigendom aantastende belastingmaatregelen. Niet zelden betrof het inderdaad politiek uiterst gevoelige kwesties met een groot budgettair belang voor de Staat en belastingplichtigen. Grondrechten worden ook supranationaal beschermd binnen de Europese Unie, doordat het Europese Hof van Justitie (HvJ) grondrechten (waaronder het eigendomsgrondrecht) beschouwt als algemene beginselen van EU-recht, ook reeds vóórdat ze werden opgeschreven in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, een grondrechtencatalogus die veel gelijkenissen vertoont met, maar uitgebreider en moderner geformuleerd is dan het EVRM.3 Dat Handvest is eind 2009 in werking getreden. Naast bescherming op inter/supranationaal niveau door EHRM en HvJ, wordt het eigendomsgrond ook beschermd op nationaal niveau doordat het is opgenomen in grondwetten. In dit boek wordt aan de hand van de rechtspraak van EHRM, HvJ en een aantal nationale rechters onderzocht welke beperkingen het eigendomsgrondrecht stelt aan de soevereiniteit van de Staat op belastinggebied.