Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.2.3.1:2.2.3.1 Integratiedoelstelling vs. economische doelstelling
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.2.3.1
2.2.3.1 Integratiedoelstelling vs. economische doelstelling
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576402:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Ehlermann 1992, p. 257. Zie voor een overzicht van de ontwikkeling van de politieke doelen van het mededingingsrecht Gerber 1998.
Bishop & Walker 2002, p. 3-6.
Vgl. Bishop & Walker 2002, p. 5; Wesseling 2000, p. 32 e.v.
F. Bolkestein, De Verenigde Staten van Europa, paradisolezing 18 mei 2008.
Van den Bergh & Camesasca 2006, p. 16-53; Jones & Sufrin 2004, p. 2-18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Europese mededingingsregels hebben oorspronkelijk twee doelstellingen. De creatie en instandhouding van een hogere welvaart door middel van een optimale allocatie van productiefactoren en het bevorderen van de Europese marktintegratie.1 Er wordt dan ook wel gesproken over de economische doelstelling en de integratiedoelstelling.2 Het verwijderen van barrières voor het totstandkomen van de interne Europese markt werd oorspronkelijk zelfs belangrijker gevonden dan economische efficiëntieoverwegingen.3 Het opruimen van belemmeringen voor het interstatelijk verkeer (zoals de interne markt en het mededingingsbeleid) hoort dan ook nog steeds, samen met het gemeenschappelijk aanpakken van problemen (zoals energiepolitiek, milieuvervuiling, terrorisme) en het benutten van schaalvoordelen (zoals buitenlandse politiek en de Economische en Monetaire Unie), tot de kerntaken van de Eu.4 In de loop der tijd zijn de economische efficiëntieoverwegingen belangrijker geworden. Economische efficiëntieoverwegingen vormen tegenwoordig de belangrijkste theoretische grondslag van het mededingingsrecht.5