V-N 2020/5.17
Hof mag niet ambtshalve oordelen dat BTW-teruggaafverzoek niet tijdig is ingediend
HR 10-01-2020, ECLI:NL:HR:2020:24, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 januari 2020
- Magistraten
Koopman, Punt, Van Hilten
- Zaaknummer
19/00976
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS181761:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:24, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑01‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑01‑2020
- Wetingang
Essentie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat door de vaststellingsovereenkomst sprake is van schuldvernieuwing en dat X bv de vergoeding door de opboekingen in rekening-courant heeft ontvangen. De vernietiging van de vaststellingsovereenkomst op grond van pauliana heeft slechts een relatief effect.
Samenvatting
X bv bezit een onroerende zaak, waarvoor is geopteerd voor BTW-belaste verhuur. De huurder betaalt vanaf het tweede kwartaal van 2010 geen huur meer. In april 2012 sluiten partijen hierover een vaststellingsovereenkomst, inhoudende dat de vordering wordt voldaan door middel van bijboeking in rekening-courant. De huurovereenkomst wordt door partijen per 1 september 2013 beëindigd. X bv en de huurder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.