Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.3.1.1:18.3.1.1 Doel en strekking zwijgrecht
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.3.1.1
18.3.1.1 Doel en strekking zwijgrecht
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495898:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bosch 2009, p. 782.
O.m. HR 29 oktober 1996, NJ 1997, 232 (m.nt. Schalken). Zie nader Melai/Groenhuijsen, aant. 13 bij art. 29 en Jansen 1999, p. 229.
Kronenberg/De Wilde 2007, p. 345.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het strafrechtelijk zwijgrecht in art. 29, lid 1 Sv kan worden gezien als een compromis tussen de inquisitoire en accusatoire procesvorm. Alles wat de verdachte zegt, mag als bewijs tegen hem worden gebruikt.1 Hij wordt echter beschermd, doordat hij niet verplicht is te antwoorden en elke dwang daartoe onrechtmatig is. Bij de toepassing van de hen toegekende bevoegdheden en dwangmiddelen, moeten de autoriteiten bovendien tegenover de verdachte bepaalde voorschriften in acht nemen, zoals de cautie (art. 29, lid 2 Sv).2
Het zwaartepunt van het zwijgrecht ligt bij het vooronderzoek in strafzaken, dat wil zeggen de beslotenheid van de verhoorkamer. Het geldt echter voor het gehele strafproces, dus ook tijdens het onderzoek ter zitting.3 De opsporingsambtenaar en de rechter moeten zich onthouden van alles wat de strekking heeft een verklaring te verkrijgen, waarvan niet gezegd kan worden dat zij in vrijheid is afgelegd.4 De verdachte is niet tot antwoorden verplicht (= verklaringsvrijheid). Op hem mag geen ongeoorloofde druk worden uitgeoefend (= pressieverbod).5