NJB 2024/2596
Beëindiging van gezamenlijk gezag. Art. 1:253c BW bepaalt dat een ouder in een bepaald geval om gezamenlijk gezag kan verzoeken. Art. 1:253n BW bepaalt dat de rechter in een aantal genoemde gevallen het gezamenlijk gezag kan beëindigen. Art. 1:253n BW noemt echter art. 1:253c BW niet. Hoge Raad: Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat art. 1:253n BW van overeenkomstige toepassing is op gezamenlijk gezag, bedoeld in art. 1:253c BW.
HR 29-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1775
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/01445
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1775, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:952, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑04‑2024
- Wetingang
(art. 1:253c, 1:253n BW)
Essentie
Beëindiging van gezamenlijk gezag. Art. 1:253c BW bepaalt dat een ouder in een bepaald geval om gezamenlijk gezag kan verzoeken. Art. 1:253n BW bepaalt dat de rechter in een aantal genoemde gevallen het gezamenlijk gezag kan beëindigen. Art. 1:253n BW noemt echter art. 1:253c BW niet. Hoge Raad: Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat art. 1:253n BW van overeenkomstige toepassing is op gezamenlijk gezag, bedoeld in art. 1:253c BW.
Partij(en)
De moeder, adv, mr. A.H. Vermeulen, vs. de vader, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.