NJB 2026/596:Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hoorplicht. Referteverklaring. Hoge Raad: 1. Afstand van recht. Afstand van het recht om te worden gehoord is als zodanig niet onverenigbaar met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. 2. Bereidheid zich te doen horen. Slechts indien dit ondubbelzinnig blijkt uit de referteverklaring kan worden aangenomen dat de betrokkene niet bereid is zich te doen horen. Niet voldoende is dat in de referteverklaring is opgenomen dat de betrokkene kan instemmen met toewijzing zonder te worden gehoord. 3. Ondertekening door betrokkene. In de brief is vermeld dat betrokkene de referteverklaring zelf dient te ondertekenen. De referteverklaring is niet ondertekend door betrokkene zelf. In het licht hiervan is onbegrijpelijk dat de rechtbank de referteverklaring toereikend heeft geacht.