De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.2:3.2 Belastbare transacties in de omzetbelasting
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.2
3.2 Belastbare transacties in de omzetbelasting
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS399973:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook C.M. Ettema, J.P. Hulshof en Gj. van Slooten, Wegwijs in de btw, Amersfoort, SDU, 2008, blz. 3-11.
Vrijgestelde ondernemers hebben bijvoorbeeld geen recht op aftrek van voorbelasting, maar zij kunnen ook niet als eindverbruiker/consument worden aangemerkt (zie voor een nadere beschouwing paragraaf 3.6).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De omzetbelasting wordt, zoals besproken in paragraaf 2.2, op indirecte wijze geheven. Dat betekent dat niet het beoogde heffingssubject, de consument, maar degene bij wie hij zijn bestedingen doet, de ondernemer, in de heffing wordt betrokken. Met de indirecte wijze van heffen is echter nog niet alles gezegd over de wijze van heffing van omzetbelasting. Voordat goederen of diensten een consument bereiken hebben zij veelal verscheidene schakels in een productieketen doorlopen. Stel dat een consument een houten tafel wil kopen. Hij koopt deze tafel bij een meubelwinkel. De meubelwinkel bestelt deze tafel bij de groothandel. De groothandel laat de tafel produceren bij de meubelfabrikant. De meubelfabrikant betrekt het benodigde hout van de houtzagerij. De houtzagerij betrekt de hiervoor benodigde boomstammen bij de houthakker. Om ervoor te zorgen dat de consument de tafel in zijn bezit krijgt zijn in dit geval dus vijf schakels in de productieketen noodzakelijk. Schematisch kan dit als volgt worden weergegeven:
Men kan er voor kiezen de heffing van omzetbelasting bij één van deze schakels te laten plaatsvinden of bij meer. In het eerste geval, heffing in één schakel spreekt men van een eenmalige heffing. Indien deze heffing plaatsvindt in de laatste schakel wordt gesproken van een kleinhandelsbelasting. Kiest men voor heffing bij de fabrikant dan wordt gesproken over een fabrikantenbelasting. De huidige omzetbelasting is een meermalige heffing waarbij alle schakels in de heffing worden betrokken. Bij meermalige heffingen wordt onderscheid gemaakt tussen cumulatieve en niet-cumulatieve heffingen. Bij een cumulatieve heffing wordt geen rekening gehouden met de in eerdere schakels betaalde belasting. Een ondernemer zal de aan hem berekende belasting doorberekenen in de prijs van zijn producten waarover opnieuw belasting is verschuldigd. Aldus wordt belasting over belasting berekend en treedt cumulatie van belasting op. In het hiervoor genoemde voorbeeld van de tafel werkt een cumulatieve heffing van 20% en een toegevoegde waarde van 50 in elk van de schakels bijvoorbeeld als volgt uit:
Prijs producten
Omzetbelasting (20% x prijs kolom 1)
Prijs producten inclusief omzetbelasting (som kolom 1 en 2)
Houthakker
50
10
60
Houtzagerij
110
22
132
Meubelmakerij
182
36
218
Groothandel
268
54
322
Meubelwinkel
372
74
446
Totaal
196
De huidige omzetbelasting wordt geheven via een niet-cumulatief systeem, waarbij de ondernemer de aan hem door andere ondernemers berekende omzetbelasting in aftrek mag brengen op de door hem te betalen omzetbelasting. In elke schakel voldoet de ondernemer daarom slechts belasting over de door zijn eigen werkzaamheden aan de producten toegevoegde waarde. We spreken dan ook wel over belasting over de toegevoegde waarde of btw. Een dergelijk systeem kent over het algemeen een hoger tarief, omdat in elke schakel minder belastingopbrengst wordt gerealiseerd.1 Er wordt in iedere schakel geen belasting voldaan over de totale omzet, maar alleen over de toegevoegde waarde. In het hiervoor beschreven voorbeeld zou het systeem van aftrek van voorbelasting met een tarief van 20% en een toegevoegde waarde van 50 in elke schakel als volgt uitwerken:
Prijs producten
Te betalen omzetbelasting (20% x prijs kolom 1)
Prijs producten inclusief omzetbelasting (som kolom 1 en 2)
In aftrek te brengen omzetbelasting (kolom 2 van de vorige regel)
Te voldoen op aangifte (kolom 2 -/- kolom 4)
Houthakker
50
10
60
0
10
Houtzagerij
100
20
120
10
10
Meubelmakerij
150
30
180
20
10
Groothandel
200
40
240
30
10
Meubelwinkel
250
50
300
40
10
Totaal
50
Door het recht op aftrek van voorbelasting bestaan in de omzetbelasting globaal gezien twee verschillende soorten transacties. Transacties tussen ondernemers waarbij de in rekening gebrachte omzetbelasting in principe2 aftrekbaar is en transacties tussen de ondernemer en de consument waarbij de belasting terecht komt bij de persoon die deze belasting moet dragen, de consument. Door het systeem van aftrek van voorbelasting komt de bij de transacties tussen ondernemers geheven omzetbelasting over het algemeen uiteindelijk niet terecht in de schatkist. Welk land gerechtigd is tot deze omzetbelasting is dus in het gekozen stelsel met recht op aftrek van voorbelasting in principe niet relevant. Welk land gerechtigd is tot de heffing van omzetbelasting in de laatste schakel, die tussen ondernemer en consument, is juist van groot belang. In deze laatste schakel komt het totale belastingbedrag (in dit voorbeeld 50) terecht in de schatkist van het land dat deze belasting heft. Wanneer we spreken over een rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden zijn het dus de transacties tussen de ondernemers en consumenten die we onder de loep moeten nemen. Bij de bespreking van de uitgangspunten die aan de verdeling van heffingsbevoegdheden ten grondslag liggen, zullen dan ook de transacties tussen ondernemer en consument als uitgangspunt worden genomen. Bij transacties tussen ondernemers zouden doelmatigheidsoverwegingen een belangrijkere rol kunnen spelen. In paragraaf 3.6 wordt hieraan aandacht besteed.