Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/7.4
7.4 Conclusie
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS611037:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ook de MCA merkt op dat de gevolgen van wijziging van de governance van de accountantsorganisatie zeer verstrekkend zijn en hoge kosten met zich brengen, MCA 2016, p. 19.
Uit het literatuuronderzoek volgen naar mijn mening twee problemen die samen met de maatschapsstructuur, te weten de botsende belangen en trage besluitvorming, zie nader paragraaf 7.2. en 7.3.1.
Voordelen van de maatschapsstructuur bij accountantsorganisaties zijn onder meer dat de structuur de autonomie en ondernemerschap van professionals stimuleert en dat het binnen de maatschapsstructuur makkelijker de kwaliteit van professionals te beoordelen dan in een andere vennootschapsvorm (zie nader par. 7.2. en Russell 1985, p. 226.)
Zie tabel 2 en paragraaf 7.3.2. Zo kent niet elke Nederlandse OOB-accountantsorganisatie partners en is er variatie tussen de invloed die een partner heeft op het beleid van de organisatie.
Zo lijkt de invoering van een stelsel van intern toezicht bij een kleinere, meer op de traditionele maatschap gelijkende accountantsorganisatie een mogelijk groter effect teweeg te kunnen brengen dan bij een grote organisatie die onderdeel is van een internationaal netwerk.
In de literatuur worden de onafhankelijkheidsvereisten in relatie tot effectiviteit van het functioneren van het toezichthoudend orgaan ook kritisch bezien, zie nader paragraaf 5.3.2. en Postma en Van Ees 2004, p. 405. Bij accountantsorganisaties hebben de onafhankelijkheidsvereisten mogelijk tot gevolg dat het er slechts een beperkte groep personen is die aan de onafhankelijkheidsvereisten kan voldoen waarbij het mogelijk zo is dat deze personen dusdanig onafhankelijk zijn dat kennis van accountantsorganisaties en (kwaliteit) van wettelijke controles ontbreekt. (Negatieve) Berichtgeving over accountantsorganisaties en (het risico op) juridische procedures draagt mogelijk bij aan vermindering van de aantrekkelijkheid van een rol als intern toezichthouder binnen de accountantsorganisatie.
De reglementen van de raad van commissarissen zijn ook in het onderzoek betrokken indien er in de statuten naar werd verwezen werd, zie bijvoorbeeld art. 14 lid 3 Statuten Coöperatief Deloitte U.A. 25 augustus 2017 waarin de raad van commissarissen de mogelijkheid wordt geboden om zijn taken nader in te vullen in een reglement.
NBA 2014, maatregel 2.1.
Deze conclusie komt overeen met de evaluatie van onder meer de doelmatigheid van de invoering van het externe onafhankelijke toezicht op de accountantsorganisaties. Ook hier kwam een wisselend positief en negatief beeld uit naar voren. Eijkelenboom en Hijink 2014, p. 151-153.
Met het opstellen en invoeren van wetgeving wordt beoogd een in het verleden gebleken of gepercipieerd probleem op te lossen.1 Enige vertraging tussen constatering van een probleem en opstellen en invoeren van wetgeving is dan ook onoverkomelijk. Door de OOB-accountantsorganisaties is echter – onder druk van de politiek – ruim drie jaar voor inwerkingtreding van art. 22a Wta gestart met de invoer van de maatregelen van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep waarvan de invoer van een onafhankelijk orgaan van intern toezicht binnen de OOB-accountantsorganisatie onderdeel was. De wijze waarop de werkgroep Toekomst Accountantsberoep de maatregelen heeft vormgegeven heeft, blijkens de statuten van de OOB-accountantsorganisaties, de inrichting van de governance van de OOB-accountantsorganisaties zichtbaar beïnvloed. Zo noemen alle OOB-accountantsorganisaties, ongeacht hun rechtsvorm, in lijn met de maatregelen van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep het orgaan van intern toezicht ‘raad van commissarissen’. En komen onafhankelijkheidscriteria voor de leden van het orgaan van intern toezicht overeen met best practice bepalingen uit de Code, en niet of in mindere mate met de bepalingen uit art. 22a Wta.2 Tegenstrijdigheden tussen de maatregelen en de wettelijke verplichtingen zoals die sinds 1 juli 2018 zijn opgenomen in de Wta en het Bta resulteren in onduidelijkheden en problemen voor accountantsorganisaties. Zij moeten via een self-assessment hun voortgang met de implementatie van de maatregelen inzichtelijk maken en tegelijk aan de wettelijke vereisten voldoen. Accountantsorganisaties die in 2014 voortvarend de maatregelen hebben geïmplementeerd hebben door de inwerkingtreding van de wet het nadeel dat zij de statuten wederom moeten wijzigen. De invoer van een wettelijke verplichting tot een stelsel van intern toezicht bij de OOB-accountantsorganisaties is naar mijn mening dan ook niet efficiënt geweest en heeft (onnodig) grotere tijdsinspanningen met daarmee samenhangende hogere kosten voor accountantsorganisaties tot gevolg gehad.3
Draagt de invoer bij van een stelsel van onafhankelijk intern toezicht met een orgaan van intern toezicht binnen de governance van de OOB-accountantsorganisatie, zoals voortvloeit uit art. 22a Wta, bij aan de borging van het lange termijn beleid van de OOB-accountantsorganisatie? En, in lijn hiermee, is de wijziging van de governance van de accountantsorganisatie in staat de problemen die samenhangen met de maatschapsstructuur te mitigeren en de kwaliteit van de wettelijke controle te bevorderen? Op basis van informatie uit literatuur en de statuten van de OOB-accountantsorganisaties construeer ik een beeld van de praktijk en kom ik tot een antwoord op voorgaande vragen. Allereerst constateer ik dat uit de wetenschappelijke literatuur geen eenduidig negatief beeld volgt over de gevolgen van de maatschapsstructuur bij accountantsorganisaties. Dat de maatschapsstructuur mogelijk negatieve effecten op de kwaliteit van de wettelijke controle heeft wordt in theorie en praktijk onderkend.4 Het is echter niet eenduidig vast te stellen in hoeverre de maatschapsstructuur bijdraagt aan kwaliteitsproblemen bij de wettelijke controle en of en in hoeverre positieve aspecten van de maatschapsstructuur de kwaliteit van de wettelijke controle beïnvloeden.5 Ik teken hierbij ook aan dat de juridische structuur van de Nederlandse OOB-organisaties van elkaar verschilt, net als de mate van verwevenheid van het nationale netwerk met het internationale netwerk van de accountantsorganisatie, waardoor ook de maatschapsstructuur van de OOB- accountantsorganisaties van elkaar afwijkt.6 De wetgever beoogt met de invoer van art. 22a Wta het stelsel van intern toezicht op zo’n uniform mogelijke wijze vorm te geven, maar gegeven de verschillen in de juridische vormgeving van de OOB-accountantsorganisaties leiden wijzigingen in de governance niet per definitie tot uniforme uitkomsten. Het is dan ook aan te bevelen om geen wetswijzigingen op het gebied van governance door te voeren dan na onderzocht te hebben of de gevolgen wenselijk zijn.
Het stelsel van intern toezicht, zoals dat voor de OOB-accountantsorganisaties is ingevoerd, is geïnspireerd op de Code. Een accountantsorganisatie heeft echter een van een beursvennootschap afwijkende governancestructuur. Zo zal het bestuur ten opzichte van de aandeelhouders bij een beursvennootschap een sterkere positie innemen dan het bestuur in de maatschapsstructuur dat relatief zwak staat ten opzichte van de maten (partners). De invloed die het orgaan van onafhankelijk intern toezicht bij de OOB-accountantsorganisaties kan uitoefenen hangt daarom niet alleen af van de vormgeving van de taken en bevoegd heden die aan het orgaan toebedeeld worden, maar ook van de bevoegdheden van de partners. Doordat het intern toezicht ook betrekking dient te hebben op het hiërarchisch hoogste netwerkonderdeel houdt het orgaan van intern toezicht naast de accountantsorganisatie ook toezicht op de andere diensten die – veelal in separate houdstermaatschappijen – binnen het netwerk worden aangeboden. De toezichtstaak van de leden van het orgaan van intern toezicht is dus niet beperkt tot accountantsorganisatie en kwaliteit van de wettelijke controle wat kan leiden tot mogelijk conflicterende belangen die de interne toezichthouder bij de uitoefening van het toezicht dient af te wegen. De mate van verwevenheid van de accountantsorganisatie met het (inter)nationale netwerk is eveneens van invloed op het orgaan van intern toezicht. Het is voorstelbaar dat de taakuitoefening van het orgaan van intern toezicht binnen een accountantsorganisatie dat in sterke mate verweven is met het (inter)nationale netwerk uitdagender is dan de taakuitoefening van commissarissen bij een accountantsorganisatie die meer autonoom kan opereren.7
De slagkracht van het orgaan van intern toezicht wordt in de wetgeving geborgd door wettelijke minimumvereisten voor de onafhankelijkheid van de leden van het orgaan van intern toezicht en door het opnemen van taken en bevoegdheden.8 De uit de wet voortvloeiende taken en bevoegdheden van het orgaan van intern toezicht zijn op verschillende wijze verwoord in de statuten en reglementen van de OOB-accountantsorganisaties. Uit de beoordeling van de statuten van de accountantsorganisaties blijkt dat de statuten niet in alle opzichten in overeenstemming zijn met de wet en op punten meer aansluiten bij de maatregelen van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep. In de statuten zijn de uit art. 22a Wta voortvloeiende bevoegdheden van de raad van commissarissen om dagelijks beleidsbepalers te benoemen, schorsen en ontslaan alsmede hen met raad ter zijde te staan niet (altijd) terug te vinden. De doeltreffendheid van de invoering van het stelsel van het intern toezicht is derhalve niet evident. Bij enkele accountantsorganisaties wordt in de statuten expliciet verwezen naar het reglement voor de raad van commissarissen waarin aanvullende vereisten zijn opgenomen. De constructie waarbij de accountantsorganisatie in haar statuten naar het reglement verwijst, is praktisch omdat het wijzigen van het reglement, anders dan de statuten, zonder notariële tussenkomst kan en daardoor goedkoper en sneller is. Een aan de statuten onderliggend reglement maakt het de accountantsorganisatie ook makkelijker om aan (wisselende) wet- en regelgeving te voldoen.9
De wettelijke verplichting voor OOB-accountantsorganisaties om te beschikken over een stelsel van onafhankelijk intern toezicht heeft ertoe geleid dat elke OOB-accountantsorganisatie, anders dan enkele jaren geleden, beschikt over een onafhankelijk orgaan van intern toezicht. De aan het intern toezichtsorgaan en haar leden toebedeelde uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen leiden in de praktijk onder meer tot (verplichte) afstemmingsmomenten van het intern toezichtsorgaan met het bestuur en mogelijkheden voor het intern toezichtsorgaan om beleidsbepalers voor te dragen voor benoeming, te schorsen en te ontslaan en zo invloed uit te oefenen op de borging van het lange termijn kwaliteitsbeleid. De mate waarin de invoering van een orgaan van onafhankelijk intern toezicht bij OOB-accountantsorganisaties bijdraagt aan de borging van het lange termijn kwaliteitsbeleid van de OOB-accountantsorganisaties kan echter verbeteren. Voorts is de bijdrage van de invoer van het onafhankelijk orgaan van intern toezicht aan de verhoging van de kwaliteit van de wettelijke controles in mijn optiek niet evident. Het is immers niet eenduidig dat de maatschapsstructuur, en het daarmee samenhangende ontbreken van een stelsel van intern toezicht, de kwaliteit van de wettelijke controle negatief beïnvloedt. Ook als de maatschapsstructuur of het partnermodel bijdraagt aan kwaliteitsproblemen dan is het de vraag of het orgaan van intern toezicht in voldoende mate kan bijdragen aan bevordering van de kwaliteit van de wettelijke controle met inachtneming van de juridische structuur van de accountantsorganisaties. De implementatie van art. 22a Wta bracht in ieder geval met zich dat de accountantsorganisaties (wederom)10 verplicht werden na te denken over kwaliteit van de wettelijke controle en de wijze waarop zij die kwaliteit binnen de organisatie kunnen borgen. Hoewel de invoering van het stelsel van intern toezicht niet evident doelmatig en doeltreffend is11, hoeft dat ook niet te betekenen dat er geen positieve effecten van de invoering uitgaan. In de praktijk kan (de aanwezigheid van) een onafhankelijk orgaan van intern toezicht bijdragen aan een nieuw perspectief. In gesprekken met beroepsbeoefenaars werd ook op de positieve invloed van de raad van commissarissen gewezen.