Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.3.2
17.3.2 Artikel 23 EEX-V°/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416877:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Balk, Forumkeuze, p. 19; Duintjer Tebbens, Forumkeuze in cognossement, p. 210; Gottwald, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 104; Van Houtte/Pertegás Sender, Europese IPR-Verdragen, p. 49; Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 36; Ibili, Gewogen rechtsmacht, p. 51 en 192; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 110; Schamp, RW 1988-1989, p. 906; Vlas, WPNR 6229 (1996), p. 483; Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 8.
Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/97; Rapport Kessedjian, doc. prél. 7, par. 71e.v gaat uitgebreid in op het forum non conveniens in een bevoegdheidsverdrag.
AG Léger voor HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, par. 219 e.v. en in het bijzonder par. 229.
Droz, Compétence Judiciaire, p. 128; AG Léger voor HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/ Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, par. 244.
Droz, Compétence Judiciaire, p. 128-129; Kropholler, Internationales Privatrecht, p. 639; Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/97.
Bax, AAe 1998, p. 111; Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/97.
Bax, AAe 1998, p. 111.
Par. 16.8.2. gaat in op deze begrippen.
Nuyts, L'exception de forum non conveniens, p. 371.
Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 110.
AG Léger voor HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, par. 263 e.v. wijst op dit gevolg van de forum non conveniens leer; Ibili, Gewogen rechtsmacht, p. 51.
HvJ EG 28 september 1999, zaak C-440/97, Groupe Concorde, Jur. 1999, p. 1-6307, NJ 2001, 595, r.o. 23-24; HvJ EG 19 februari 2002, zaak C-256/00, Besix/WABAG, Jur. 2002, p. 1-1699, NJ 2004, 159, r.o. 24-26 (beide over art. 5 sub 1 EEX); HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, r.o. 41 (over art. 2 EEX); HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-359/03, Roche/Primus, Jur. 2006, p. 1-6535, r.o. 37 (over art. 6 sub 1 EEX) en HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-359/03, GAT/ LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, r.o. 28 (over art. 16 sub 4 EEX); HvJ 11 oktober 2007, zaak C-98/06, Arnoldsson/Freeport, n.g., r.o. 36 (over art. 6 sub 1 EEX-V°).
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-70-72; Ibili, Gewogen rechtsmacht, p. 192.
HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, NJ 2007, 369, r.o. 38 e.v.
HvJ EG 28 september 1999, zaak C-440/97, Groupe Concorde, Jur. 1999, p. 1-6307, NJ 2001, 595, r.o. 23-24; HvJ EG 19 februari 2002, zaak C-256/00, Besix/WABAG, Jur. 2002, p. 1-1699, NJ 2004, 159, r.o. 24-26 (beide over art. 5 sub 1 EEX); HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-359/03, Roche/Primus, Jur. 2006, p. 1-6535, r.o. 37 (over art. 6 sub 1 EEX) en HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-359/03, GAT/ LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, r.o. 28 (over art. 16 sub 4 EEX); HvJ 11 oktober 2007, zaak C-98/06, Arnoldsson/Freeport, n.g., r.o. 36 (over artikel 6 sub 1 EEX-V°).
HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, NJ 2007, 369, r.o. 39.
AG Léger voor HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, par. 38.
HvJ EG 1 maart 2005, zaak C-281/02, Owusu/Jackson, Jur. 2005, p. 1-1383, NJ 2007, 369.
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-296/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3788, NJ 1999, 681, r.o. 28.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 34.
Pres. Rb. 's-Gravenhage 5 januari 1993, IER 1993, p. 61, NJ 1994, 617.
Laenens, TvP 1982, p. 265.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-70-72; Rb. Arnhem 13 juli 1989, NIPR 1991, 227.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 12 en bijlage D, p. 1.
De literatuur neemt reeds lang aan dat in het kader van art. 23 EEX-V°/ 17 Verdrag geen plaats is voor een forum non conveniens theorie1 en verwijst daarvoor met name naar het Rapport Schlosser.2 Bij de onderhandeling over het Eerste Toetredingsverdrag is in de onderhandelingen met Ierland en het Verenigd Koninkrijk een forum non conveniens toets uitdrukkelijk afgewezen.3 Een forumkeuze krachtens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag mag derhalve niet worden 'gecorrigeerd' op basis van de forum non conveniens theorie, indien de forumkeuze aan de vormvoorschriften voldoet, betrekking heeft op een bepaalde rechtsbetrekking en de wilsovereenstemming aanwezig is of aanwezig wordt geacht.4 Partijen zijn vrij in hun keuze.
Als argumenten tegen de forum non conveniens theorie voert de doctrine aan dat een forum non conveniens theorie te veel moeilijkheden, tijdverlies, negatieve jurisdictie-conflicten en onzekerheden met zich zal brengen.5 Het is ook niet steeds duidelijk hoever de Anglo-Amerikaanse rechter wenst te gaan in de forum non conveniens theorie met de aantasting van een forumkeuze (forum prorogatum of derogatum). Anderzijds bestaan ook voordelen, zoals de mogelijkheid tot het tegengaan van forum shopping,6voorkoming van een 'race to courf7en misbruik van procesrecht (`ltalian or Belgian torpedo').8Deze voordelen hebben wellicht in de eerste plaats betrekking op de objectieve bevoegdheidsgronden, maar zijn ook van belang voor het beperken van de vrijheid van partijen een (willekeurige) rechter aan te wijzen die objectief gezien geen geschikt forum is voor de berechting van het geschil.
Mijns inziens is de verwerping van de forum non conveniens theorie voor forumkeuze onder de EEX-V° en het Verdrag begrijpelijk. Deze theorie heeft geen wortels in de continentale rechtsstelsels en lijkt gelet op de uiteenlopende wijze van rechtspreken een te grote last om tot een eenheid van rechtspraak te komen over de inhoud van een open norm als de forum non conveniens toets. De complexiteit van het internationale privaatrecht is voor rechtsbeoefenaren reeds groot genoeg en ik zie dan ook onvoldoende voordeel in toepassing van een forum non conveniens theorie ten aanzien van forumkeuze. Ik wijs bovendien op de geringe betekenis van de forum non conveniens theorie voor forumkeuze. De Anglo-Amerikaanse gerechten plegen een forumkeuze niet of nauwelijks ter zijde te laten door toepassing van de forum non conveniens theorie gelet op het belang dat zij hechten aan de wil van partijen en het beginsel van partijautonomie.9 De opstellers lijken een forum non conveniens toets niet te hebben gewild, zoals blijkt uit de tekst van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Hieruit is geen andere toets van de bevoegdheid op grond van een forumkeuze af te leiden dan een beoordeling van de wilsovereenstemming, de bepaaldheid van de rechtsbetrekking en de vormvoorschriften.10De forum non conveniens leer tast bovendien bij forumkeuze de voorzienbaarheid van het bevoegde gerecht aan, één van de belangrijke voordelen voor partijen van een forumkeuze.11 Meer in het algemeen is de voorzienbaarheid van de bevoegdheid op grond van de regels van EEX-V°/ Verdrag een belangrijk uitgangspunt, omdat anders een inbreuk zou worden gemaakt op het rechtszekerheidsbeginsel, één van de grondslagen van EEX-V°Nerdrag.12 Hieruit volgt dat een gederogeerd gerecht op basis van de forum non conveniens theorie geen bevoegdheid in strijd met de forumkeuze mag aannemen. Het aangewezen gerecht mag zich niet onbevoegd achten, omdat na een toetsing aan de forum non conveniens theorie het gerecht meent dat hij niet het juiste forum is voor berechting van het geschil.13
Niet alleen de doctrine is afkerig van een forum non conveniens theorie. Onder EEX-V°Nerdrag is de forum non conveniens theorie ook in de rechtspraak verworpen. Het Hof van Justitie heeft de forum non conveniens theorie niet expliciet verworpen voor een forumkeuze onder EEX-V°Nerdrag. In het arrest Osuwu/Jackson heeft het Hof van Justitie de toepassing van het forum non conveniens uitdrukkelijk afgewezen voor art. 2 EEX. De rechtsoverwegingen van het Hof van Justitie zijn niettemin zo ruim geformuleerd dat deze ook toepasbaar lijken op art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Het Hof van Justitie verwijst immers in algemene zin naar de rechtszekerheid, voorzienbaarheid, rechtsbescherming en uniforme toepassing als doelstellingen van het EEX die door de forum non conveniens exceptie niet gewaarborgd zou zijn.14 Met name de verwijzing naar voorzienbaarheid en rechtszekerheid past in een reeks arresten waar het Hof van Justitie deze beginselen benadrukt.15 Ook benadrukt het Hof van Justitie dat de bevoegdheidsregels van het EEX een rechtsmachtverdeling geven over de gerechten van de verdragsluitende staten die door een forum non conveniens toets zou worden aangetast.16 Deze argumenten voor het niet toepassen van de forum non conveniens leer ten aanzien van art. 2 EEX gelden ook voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Het rechtszekerheid beginsel en de voorzienbaarheid gelden mijns inziens in nog sterkere mate, omdat zekerheid en voorzienbaarheid belangrijke gevolgen zijn van een forumkeuze. AG Léger17 was voor het arrest Osuwu/Jackson18 - onder verwijzing naar de doctrine - reeds van mening dat het Hof van Justitie (impliciet) de forum non conveniens theorie voor forumkeuze heeft afgewezen in de arresten Benincasa/Dentalkit19 en MSG/Les Gravières.20
De nationale gerechten - zowelforumprorogatum als derogatum - passen evenmin de forum non conveniens theorie toe.21 De aangezochte rechter is derhalve in zekere zin gebonden aan een forumkeuze. Indien een ander gerecht is aangewezen is hij verplicht zich onbevoegd te verklaren. Is hij het aangewezen gerecht, dan moet hij zich bevoegd achten indien aan de voorwaarden van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is voldaan.22De EEX-V° en het Verdrag kennen een gesloten systeem voor internationale bevoegdheid waarin een forum non conveniens toets niet past.23 Dat laat onverlet dat buiten het toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, bijv. indien een forum buiten de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten is aangewezen, de gerechten van het Verenigd Koninkrijk de forumkeuze toetsen op basis van de forum non conveniens leer.24