WR 2021/124
Niet redelijk voordeel: prejudiciële beslissing; eisen aan tegenprestatie verhuurder (vervolg op WR 2021/46)
HR 16-07-2021, ECLI:NL:HR:2021:1157
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
16 juli 2021
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons
- Zaaknummer
20/04093
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1157, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 16‑07‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:427, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑04‑2021
- Wetingang
Art. 7:264 lid 1 BW
Essentie
Niet redelijk voordeel: prejudiciële beslissing; eisen aan tegenprestatie verhuurder (vervolg op WR 2021/46)
Samenvatting
Indien de verhuurder tegenover het voordeel dat hij heeft bedongen, een tegenprestatie verricht die uitsluitend of voornamelijk zijn eigen belangen dient, staat tegenover dat voordeel geen of alleen een verwaarloosbare tegenprestatie. Als uitgangspunt volgt hieruit dat een niet redelijk voordeel in de zin van art. 7:264 BW aanwezig is, tenzij uit bijzondere omstandigheden anders volgt. Onder tegenprestaties die uitsluitend of voornamelijk de belangen van de verhuurder dienen, moeten mede worden begrepen prestaties die behoren bij de normale woningexploitatie. De beoordeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.