WR 2021/46
Niet redelijk voordeel – procesrecht: prejudiciële vragen; uitleg Nellestein-arrest; geen of een verwaarloosbare tegenprestatie; verrichtingen voornamelijk ten behoeve van verhuurder; administratiekosten; wel/niet geliberaliseerde huur? verplichtingen toegelaten instelling
Rb. Amsterdam 04-12-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6100
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
4 december 2020
- Magistraten
Mr. E. Pennink
- Zaaknummer
7971306 CV EXPL 19-17417
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2022:750, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 14‑02‑2022
ECLI:NL:RBAMS:2020:6100, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 04‑12‑2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:6235, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 25‑09‑2020
- Wetingang
Art. 7:264 BW
Essentie
Niet redelijk voordeel – procesrecht: prejudiciële vragen; uitleg Nellestein-arrest; geen of een verwaarloosbare tegenprestatie; verrichtingen voornamelijk ten behoeve van verhuurder; administratiekosten; wel/niet geliberaliseerde huur? verplichtingen toegelaten instelling
Samenvatting
Prejudiciële vragen over de uitleg van het Nellestein-arrest, HR 6 april 2012. In dat arrest is overwogen dat bij een niet redelijk voordeel ex art. 7:264 lid 1 BW als uitgangspunt moet worden genomen dat hiervan sprake is als tegenover het bedongen voordeel ‘geen of een verwaarloosbare tegenprestatie’ staat. De vragen gaan onder andere over wat onder ‘geen of een verwaarloosbare tegenprestatie’ wordt verstaan. Is hier bijvoorbeeld sprake van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.