NJB 2021/665:Verzet tegen een opsporingsambtenaar ‘werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’, art. 180 Sr (wederspannigheid): als uitgangspunt geldt dat de politieambtenaar die uitvoeringshandelingen verricht in het kader van de aanhouding van een verdachte, werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening als bedoeld in artikel 180 Sr. Ook indien achteraf blijkt dat de beslissing tot aanhouding van de verdachte niet een heterdaadsituatie betrof en niet in overeenstemming met het voorschrift van art. 54 lid 4 Sv is genomen, neemt dat niet weg dat de opsporingsambtenaar die op grond van een verzoek tot het verlenen van bijstand is overgegaan tot de feitelijke aanhouding van een verdachte, in beginsel ‘werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ was in de zin van artikel 180 Sr